Broeders Tellen
Iedere morgen zat broeder Alphonsus tijdens de mis, de eucharastie viering, broeders te tellen. Waren ze er nog allemaal? Was weer een broeder overgeplaatst? Niemand sprak erover maar het moge duidelijk zijn, vaak was een broeder plotseling verdwenen. Rond 1960 woonden en werkten ruim twintig Franciscaner broeders op internaat St. Maria ter Engelen klooster te Bleijerheide. Meer dan zeventig jongens bevolkten de bedden en schoolbankjes van de vijfde, zesde en voorbereidende klas, de lagere school met broeder Servatius als prefect. Onder zijn leiding hebben we veel gedoucht, blote jongens waren we!
De M.U.L.O telde nog meer leerlingen, flinke knapen die bij elkaar hingen op het schoolplein en waar de jongens van de lagere school niet bij mochten staan. Taalerupties over geslachtsdelen met pikante verwijzingen waren taboe voor de kleintjes. Communicatie liep geheel volgens andere wegen, daardoor leerde je te observeren. Het hoofd van de MULO was een streng heerschap, broeder Leonardus. Zijn loopstijl was uniek, als hij over het plein draafde kreeg je het gevoel dat een chique razia zou plaatsvinden. Zijn autoriteit kende geen tegenspraak. Er waren veel kleurrijke broeders op internaat zoals Bulletje de ziekenbroeder, alias de portier. Bijna ieder jongetje wist dat hij ieder schaafwondje van boven tot beneden observeerde en onderzocht. Je moest altijd terugkomen ter controle, het genezingsproces moest in de gaten worden gehouden...ach kom laten we ter zake komen....jaren later.
1)
Bij zieke broeder, het losmaken van de voorhuid van mijn piemel, moest vaak terugkomen ter controle
Koorts metingen bij de rode hond die erg lang duurde. Een lap met ether voor mijn mond
( weet ech niet hoe ik hier bij kom.
Kan er mijn vinger niet op leggen wat er is gebeurd maar ik moet huilen.
Op de zesde klas was er een broeder die voor ons zorgde en heel lief was. Vaker op schoot gezeten, hij was lief en gaf de aai die ik nodig had bij mijn verdriet van heimee.
Toch was het dubbel en ik weet niet meer waarom maar ik huil.
Mijn leven is nooit goed op de rails geweest, ik ben depressief, destructief en verloochen me zelf.
Het is allemaal mijn schuld en ik moet niet zo zielig doen.
Wat betreft broeder Eimaar, ik bewonderde hem vanwege zijn pianospel en ik hate hem om zijn woedeuitbarstingen als we op weg waren naar de slaapzaal.
Heb hem later ontmoet toe hij werkzaam was op het internaat in Venry. Weet van een incident van een groepsleider Jan Woppereis in venray die vervolgd is geweest voor misbruik. Eimaar moet dit ook weten. Verder mag ik hem wel.
2)
Hallo Bert,
Alhoewel ik geen bewijs heb stonden bij ons op de zwarte lijst de volgende broeders en pater.
Broeder Servatius - Hoofd lagere school
Broeder Otto - Wasserij en fotograaf.
Broeder Bulletje (echte naam weet ik mij niet te herinneren) zieken broeder.
En de laatste was een Broeder uit Amsterdam die in de bakkerij, keuken stond.
Verder niet te vergeten, Pater Landrik.
3)
Geachte.hr.Smeets
Op de foto van 7 mrt. van ---schoolbank--met de vijf broeders uit Bleijerheide herken ik de tweede van links br.mansuetis, hij was in mijn tijd de prefect ( hoofd ) van de school mulo opleiding. Hij deed ongewenste handelingen met je waarvoor hij je onder narcose bracht zogenaamd. Dit gebeurde in de jaren 1942-1946 toen ik in het internaat vebleef. Als beloning mocht je naderhand de gesensureerde post uitdelen.
Vriendelijke groeten
4)
Beste Bert,
Ik sluit me aan bij je actie tot die megaclaim.
Ik heb in de jaren 60/70 zes jaar op kostschool gezeten in het pensionaat 'Maria ter Engelen' van de broeders Franciscanen in Bleijerheide. Wellicht kennen we elkaar uit dat grijze verleden?
Ik heb daar de 5de en 6de klas van de lagere school en de gehele mavo-tijd intern doorgebracht.
In die periode ben ik 2x aangerand door een van de broeders (Br. Monulphis, de portier/ziekenbroeder) en ben ik tot 2x toe zeer ongewenst intiem lastig gevallen door Pater Landric O.F.M. die toen de priester in het internaat was.
De overrompeling en ook angst voor (lijf)straffen van Br. Servatius hebben er voor gezorgd dat ik daar indertijd niet over sprak. Ik durfde het niet te melden. Ook niet aan mijn ouders. Wie zou me trouwens geloven? Vrome broeders doen dat toch niet.
By the way, ik zag op tv je confrontatie met Br. Alphons en zijn ten toon gestelde emotionele onwetendheid. Ik heb er zo mijn twijfels over.
Hij was indertijd mijn slaapzaalbroeder en met enige regelmaat heb ik, nadat de lichten uit waren, gezien hoe een van de jongens (elke keer dezelfde en ik pieker mij suf over zijn naam) stilletjes in pyjama bij hem zijn kamertje inging en daar geruime tijd bleef. Heb ooit eens met mijn oor tegen de ruit van zijn kamertje geluisterd wat daar binnen toch gebeurde. Stilte.
Ik vraag mij weer opnieuw sterk af wat een broeder, op zo een tijdstip in zijn privé-vertrek, doet met puber in pyjama? Bidden, of toch...?
Enfin, ik hoop van je te vernemen hoe verder.
5)
Servatius was een viespeuk en een sadist.Ikheb hem jongens af zien ranselen om niets,mijzelf inbegrepen.Hij had ook de gewoonte om als het licht uit ging op de slaapzaal
langs de bedden te lopen om te kijken of er iemand niet in slaap was en ging dan op de rand van zijn bed zitten,en dan ging zijn hand soms onder de dekens.
Bij mij heeft hij dat nooit gedaan,Ik deed altijd net of ik sliep zodra het licht uit ging.Wel had hij de gewoonte om tegen je aan te rijden bij elke gelegenheid die zich voordeed.
Je hoefde maar iets verkeerd te doen of hij werd kwaad,gooide met kopjes,of iets wat er voor handen lag.Ook kwam hij vaak de douche in om te kijken ,rug schoon,voeten schoon,
en oortjes moeten glimmen,en dit (en dan tikte hij op je plasser)ook schoon maken.Als je pech had kwam hij later terug om te kijken of ALLES inderdaad schoon was.
Deze gefrustreede kindermisbruiker hoort thuis in het rijtje waar Benno.L ook onder valt. Hij was een pure sadist. Ik ben blij dat hij niet meer de kans krijgt om zich te vergrijpen aan kinderen die zich uit angst voor tegenmaatregelen zich maar stil moesten houden en dit voor de rest van hun leven met zich mee moeten dragen.Servatius heeft mij een paar
maal betast,een maal tijdens het omkleden voor de gymles,en nog twee maal onder de douche.Maar vaker nog stond hij tegen je aan te wrijven en te rijden.
6)
Tijdens de schooljaren 1970-1971 en 1971-1972 verbleef ik op het Jongensinternaat te Blijerheide en volgde daar MAVO-4.
Een school waar veel aan sport werd gedaan, vooral atletiek en voetbal.
Actief sexueel misbruik
Tijdens, of na de les als ik me ziek voelde werd ik, na de conciërge(de naam valt me niet direct meer binnen maar ik meende dat het broeder Vincent was) verwittigd te hebben , naar boven gedirigeerd en werd ik verwacht op het bureau van broeder Leonardus, het Hoofd der School.
Hij vroeg mij wat de problemen waren en deelde mij mede dat ik mijn broek en onderbroek moest uitdoen zodat hij kon voelen of mijn testikels opgezet waren want was dat altijd het geval bij griep.
Hij betastte mijn testikels en steeds weer stuurde hij me naar de ziekenzaal.
Wanneer ik naar de ziekenzaal moest(er werd dan tevoren gebeld) dan werd mij een bed toegewezen en vertelde de broeder(broeder Servatius) daar dat hij in de loop van de dag/avond nog een medisch onderzoek kwam doen.
Voor het onderzoek werd een aparte ruimte gebruikt.
Daar kleedde de broeder mij uit en moest ik gaan liggen op een bed.
Hij begon mij op mijn liesstreken te duwen en zei dat het niet goed aanvoelde.
Ook mijn penis werd nog verder bekeken al zou daar ook tekenen kunnen zijn
Na het voetballen moest er gedoucht worden in de gezamenlijke ruimte boven in het sportgebouw.
Het viel ons op dat tijdens het douchen er regelmatig broeders rondliepen, overbodige belangstelling hadden en ons vroegen of we schoon waren.
Met grote regelmaat werden ik en mijn klasgenoten fysiek onderzocht of dit inderdaad het geval was.
Dit gebeurde door tijdens het douchen rond te draaien zodat men goed kon beoordelen of dat zo was.
Bij menige leerling werd zelfs de bilspleet nagekeken.
Broeder Leonardus: Hoofd van de School, maakte zich schuldig aan het betasten van mijn genitaliën bij het beoordelen van ziekteverschijnselen.
Broeder Servatius: Had de leiding in de ziekenzaal en was tevens belast met de dagelijkse controles waarbij hij zich regelmatig schuldig maakte aan sexueel misbruik waarbij hij steeds de indruk gaf dat hij daartoe gerechtigd was.
7)
Ik zat 4 jaar op het pensionaat in Blijerheide, van mijn 12de tot mijn 16de (1972-1976).
Ik reageer naar aanleiding van de uitzending Pauw en Witteman, en met name omdat ik broeder Eimar op tv zag. Hij waste zijn handen in onschuld maar hij gaat ook niet helemaal vrijuit.
Ik moest een keer bij Eimar (bijnaam ‘Dino’) op zijn kamer komen omdat ik iets gedaan had wat niet mocht (ik weet niet meer wat). Ik was 12 jaar. Ik moest op zijn schoot komen liggen en hij wilde mij met een handveger op mijn kont slaan als straf omdat ik dat verdiend had. Ik wilde voorkomen dat ik met mijn kruis op zijn schoot terecht kwam door met mij ellebogen op zijn knie te steunen. Maar hij dwong mij om met mijn kruis op zijn schoot (misschien ook wel op zijn kruis) te liggen. Daarna kreeg ik enkele klappen (niet hard overigens) met de handveger op mijn kont. Het is 38 jaar geleden maar ik weet nog goed dat het voor hem een seksuele betekenis had, ik vond het eng, vies, vernederend en voelde me erg onveilig. Ik was blij dat hij het daarbij heeft gelaten en dat ik weg mocht gaan. Een enge man die broeder Eimar. En mijn ouders hadden zoveel vertrouwen in hem dat ik thuis bijles geschiedenis van hem kreeg.
Broeder Valentinus (‘Lange Tinus’) vond het nodig om midden in de nacht tijdens zijn rondes over de slaapzaal op mijn bed te gaan zitten (ik was 12 of 13). Van te voren had hij al wat lopen drentelen voor mijn bed. Toen hij op mijn bed zat begon hij zwaar te ademen. Ik dacht dat hij moe was maar achteraf denk ik dat hij gewoon geil was. Hij begon aan mijn been te friemelen en ik trok mijn been terug. Ik voelde me ook in deze situatie onveilig. Gelukkig is hij niet verder gegaan.
Ik weet niet meer hoe de ziekenbroeder heet, maar wij noemden hem ‘Bulletje’. Hij maakte er altijd een heel ritueel van om de thermometer in je kont te steken. Dat mocht je vooral niet zelf doen. Het lijken misschien kleine dingen, maar omdat ik het nog zo goed weet en het toen erg naar vond, klopt dat gedrag van Bulletje gewoon niet.
Trouwens, broeder Valentinus maakte zich ook schuldig aan zeer ernstige fysieke mishandeling, dat mag nu ook wel eens gezegd worden. Ik ben zelf door hem wel eens in elkaar geschopt op de wc nadat hij me daar betrapte op stiekem roken, ik was 12 of 13.
Maar ik heb hem eens de jongen die naast mij op de slaapzaal lag (ik weet zijn voor- en achternaam nog precies) zo ernstig in elkaar zien slaan dat die jongen de hele nacht heeft liggen jammeren van de pijn. De hele slaapzaal heeft het gehoord en ik heb het ook gezien. Valentinus beukte met zijn rechterhand zo hard hij kon, zeker 15 keer op de jongen in. De hele nacht lag iedereen doodstil in zijn bed en hoorde je het gejammer van de jongen. De volgende dag liep Valentinus met zijn rechterarm in een mitella, en ’s avonds op de slaapzaal waarschuwde hij ons: “Ik heb ook nog een linkerhand”.
8)
was daar van 1959 tot 1960, en zat hoe dat hete de VK. Bij broeder stevanie,aan de over kant van de straat.
Niemand thuis wist waarom ik met alle geweld weg wilde daar!!! Ja juist DAAROM natuurlijk. Na een kapelaan in meerssen te hebben gehad die het zelfde deed was het daar weer raak.
Het grote probleem van mij is niemand weet dit van mij .ook niet mijn vrouw waar ik 42 jaar mee gehuwd ben.
Ik begrijp als ik dit wil door zetten dit moet openbaar komen. Door mijn Naams bekendheid in deze omgeving lijkt me niet zo prettig ook voor dochters niet die hier in de buurt wonen en ook zeer bekend zijn.
Wat ik wel kwijt wil is dat we problemen in de fam hebben,broer en zus, en dit is zeker te wijten aan de problemen van toen. Eerst de kapelaan in meerssen en toen daar in blijerheide. Ik dacht dat dit dus normaal was schijnbaar, dat dit gebeurde overal.
9)
ik heb je jaartallen die ik doorgebracht heb ik Bleijerheide kunnen herleiden aan de RAF aanslag op douaniers die de dood vonden aan de Nieuwstraat in Kerkrade.
Dit was 1978 heb ik opgezocht op google,ik zat toen bij broeder Stephanus in de klas, een helikopter wilde landen op het voetbalterrein van het internaat dat ook werd gebruikt door KVC oranje, echter broeder Philippus die stond te zwaaien onder de helikopter dat zijn gras kapot ging.
Stuk voor stuk waren die broeders geen van allen normaal.
Ik herinner mee steeds meer details ook dat broeder Servatius een aantal bescherm leerlingen om zich heen had (klikspanen waren dit) vriendjes van hem.
Deze zorgde ook voor ontgroening nieuwe leerlingen.
10)
nav de diverse berichtgevingen en de vermelding tijdens de L1 uitzending
van heden donderdag 11 maart 2010 wil ik het volgende vermelden.
Ook ik was op het jongenspensionaat te Bleijerhiede Kerkrade nu ongeveer
50 jaar geleden.
Ik was er vanaf de 4e klas LO tot en met de 3e klas ULO.
Ook ik heb de seksuele vergrijpen van de diverse broeders en paters
meebeleefd.
Ook tijdens een zg retraite weekend in Spaubeek werd ik seksueel betast
door de paters die ons de goede weg op wilden sturen!
Met name de broeders Crispinus en Leonardus heb ik zich vergrijpen aan
anderes jongens en mijzelf.
Dag vertrouwen in de mensen.
De basis van mijn relatieproblemen en familiaire onrust is gelegd door
het ongepast sexueel gedrag van onze zg hoeders en opvoeders in die jaren.
11)
Jongenspensionaat Sint Maria ter Engelen te Bleijerheide.
Ik was in dat internaat geplaatst tussen 1952 en 1959 (kan mogelijk een jaartje verschillen)
aldus als jongetje van 8 / 9 jaar tot ca. 15 jaar oud.
De destijds geheten Mulo opleiding heb ik uiteindelijk daar in het internaat niet kunnen
afmaken, vanwege het voortdurende regelmatige sexuele misbruik, waardoor ik mij op
allerlei mogelijke manieren, als stil protest, meer en meer "obstinaat" ging gedragen,
hetgeen er uiteindelijk toe geleid heeft, dat ik van het internaat werd verwijderd.
Dit, toendertijd, overigens tot mijn grote vreugde.
Ik wil hierbij reeds melding maken van de namen van de twee broeders Fransiscanen welke in
al die jaren de ontucht / het misbruik regelmatig met mij pleegden.
Dit waren broeder Leonardus en broeder Jacobus.
Er waren een aantal anderen die een aantal keren iets probeerden, maar mij uiteindelijk met rust
lieten, vanwege mijn nogal fanatieke tegenstribbelingen.
Leonardus en Jacobus waren echter, in mijn omstandigheden, voor mijn gevoel een paar
"halfgoden", die je konden maken en breken.
Omtrent de aard en de details van het sexuele misbruik kan ik u in een later stadium op de
hoogte stellen.
Een en ander heeft bij mij wel geleid tot een aantal nogal grote en zware kompleksen, waarmee
ik in mijn verdere leven tientallen jaren heb "geworsteld".
Destijds, rond 1961 / 1962 heb ik mijn moeder en stiefvader van een en ander op de hoogte
gebracht.
Ik werd NIET geloofd (mijn moeder was nogal zeer fanatiek katholiek), maar er volgde vrijwel
onmiddellijk een auto-rit van Maastricht naar Bleijerheide voor een langdurig gesprek met de
(nieuwe) "overste" van het internaat (ik meen met te herinneren dat dat broeder Dagobert was,
een "goeie", waarvan ik nooit problemen heb ondervonden.
Ik moest langdurig op de parkeerplaats in de auto blijven wachten en als het nodig zou zijn dan
zouden ze mij wel roepen.
Na afloop van het gesprek werd mij door mijn moeder o.a. het volgende verteld:
a. de overste had toegegeven dat hij op de hoogte was van het feit dat er een enkele keer sprake
was van "licht" sexueel misbruik
b. als er een officeel onderzoek zou gaan plaatsvinden (en dat wilde IK) dan zouden naar alle
waarschijnlijkheid de betreffende broeders worden overgeplaatst naar een plaats waar geen
jongens waren, ze zouden dan bijvoorbeeld op het land moeten werken en voor de rest van
hun leven "met een kruis boven hun hoofd rondlopen".
c. met name DEZE uitspraak heeft mijn moeder en stiefvader er uiteindelijk toe gebracht van
iedere verdere aktie af te zien.
Men kan in Bleijerheide, of wie of waar dan ook, niet de stelling blijven innemen, dat niemand
ergens van op de hoogte was of iets heeft gemerkt.
De overste van Bleijerheide was reeds in 1961 / 1962 wel degelijk op de hoogte van wat er zich
binnen het internaat allemaal afspeelde.
12)
De broeder die mij pianoles gaf en mij dan met zijn herte ogen zat aan te staren terwijl hij mijn hand streelde vond ik een aardige man. Regelmatig pakte hij ook mijn hand en stopte die dan in zijn kruis, ik vond dat wel raar. Ik hoefde nooit te laten horen wat ik die week had geleerd op de piano, hij was op een andere manier met mij bezig. Van die man heb ik nooit nachtmerries gehad. Van 2 anderen had ik dat wel. Er was de broeder die altijd wilde controleren of wij ons wel goed gedoucht hadden, die controleerde dan mijn penis en rook er zelfs aan. Soms was ik bang dat hij er dan in wilde bijten. Toen ik volwassen was had ik het vermoeden dat hij net deed alsof hij felatio wilde doen.
Bij de douches was een wachtruimte waar je moest wachten op een doucheplek. Je wachte daar met alleen een onderbroekje aan.
Daar was veelal een broeder die mij dan met mijn hoofd in zijn kruis stopte, mijn lijf dan omhoog tilde en dan met zijn stoppelbaard in mijn kruis schuurde. Zijn ademhaling voelde ik dan tegen mijn piemeltje aankomen. Ik vond dat verschrikkelijk.
Later was die broeder plotseling overleden. Hij lag geloof ik in de aula opgebaard. Wij moesten in de rij staan en dan afscheid nemen.
Dan was er nog de broeder die les gaf op school en voor zeer kleine vergrijpen zulke pijnlijke straffen uitdeelde. Ik weet echt niet meer of anderen dat ook kregen. Ik kreeg het in ieder geval wel.
Ik had een keer een spotprentje gemaakt en doorgegeven aan de klas. Iedereen lachen, omdat ik de maker was. mocht ik voor de klas komen staan en moest mijn enkels vast houden. Die man gaf mij een aantal stokslagen met een grote stok.
Hij sloeg zoals een een honkballer een bal probeert te raken. Daarna had ik veel problemen met zitten. Doordat ik het niet kon laten om af en toe tekeningetjes rond te sturen is dit meerdere keren gebeurd.
Wat postief was dat ik er wel prachtig heb leren figuurzagen.
Ik hoop dat er veel mensen reageren zodat er een compleet beeld kan worden gevormd van wat daar allemaal is misgegaan.
Succes met de actie Mea Culpa.
13)
Ook ik was destijds een 'speeltje' van een broeder.
Evenals Luc heb ik van 1961 tot 1964 hier mogen vertoeven. Wij waren wel jaargenoten maar geen klasgenoten en hadden derhalve een andere 'beschermengel'.
Dii van mij was broeder Crispinus en ook ineens overgeplaatst naar Gemmenich of zoals broeder Alphons zo leuk opmerkte dat er plotseling weer een stoel leeg was in de eetzaal.
Via zoektochten op internet en vele telefoongesprekken, heb ik de naam en adres van broeder Crispinus kunnen achterhalen.
Met behulp van een pater van de Stichting 'Hulp en (On)Recht' en een psychotherapeut van het Altrecht in Utrecht, ben ik een confrontatie met die man aangegaan.
Al de mij bekende feiten heb ik toen opgenoemd. Na afloop wist hij alleen te zeggen dat hij mij niet kende en niets af wist wat ik opsomde.
Dat was dus einde verhaal en we gingen uitelkaar.
Wat was die pater (Jezuiet) van Hulp&Recht opgelucht.... Stel je voor hij moest zijn eigen nest bevuilen.
In 2002, toen ik die confrontatie had met broeder Crispinus, had ik een lang verhaal op papier gezet en dat toen aan hem voorgelezen.
Hierin stonden allerlei feiten over hem in wat hij natuurlijk allemaal ontkende. Behalve dat zijn moeder uit Klazienaveen kwam en dat hij plotseling was overgeplaatst. Jammer dat ik toen niet wist wat de reden van overplaatsing was.
Helaas is dat verhaal door een 'crash' van de harddisk verloren gegaan. Donderdag heb ik daarom een schriftelijk verzoek ingediend bij het Altrecht Utrecht om alles wat in mijn dossier staat, te mogen copiëren.
Zodra ik dat binnen heb, kan ik het wel toesturen. Ook de burgerlijke naam en huidig adres van Crispinus liggen in dit dossier plus de naam van die 'behulpzame' pater van Stichting 'Hulp & Recht".
Inderdaad kan de financiële genoegdoening aan een goed doel gegeven worden want persoonlijk heb er geen moeite mee om de Katholieke Kerk tot op het bot uit te kleden.
Want naast dat ik, na bekendmaking van die schandalen in Amerika, totaal in een depressie ben geschoten en langdurig in therapie ben geweest, heeft mijn 'beschermengel' me destijds zo'n harde klap met zijn vlakke hand tegen mijn gezicht/oor gegeven dat ik daar jarenlang last van heb gehad en ten slotte in 1977 geopereerd ben aan dat oor omdat er een gaatje in mijn trommelvlies zat. Hetgeen 1 week ziekenhuisopname betekende en daarna 3 weken niet kunnen werken.
Maar al de sexuele vernederingen en zijn sadistische uitspattingen, stellen in verhouding weinig voor in vergelijking met die jarenlange geestelijke angsten.
En bovenal ook nog eens om door je medeklasgenoten uitgemaakt te worden als "Het kindje van de broeder". Alsof dat zo'n pretje was.
14)
De heer ……, deed op 19 mei 1955 communie en zou daarna (onder nummer 234) 2 jaar op Bleijerheide verblijven (oa als misdienaar). Hij is toen bijna 2 jaar lang misbruikt door pater Crispinus (of Crispines), wat inhield dat hij 3 of 4 keer per week door die pater werd afgetrokken. (Hij is niet verkracht) En hij heeft datzelfde misbruik ook bij vele anderen gezien, met name in de wasruimte (waar de douches waren). Dan moest er zgn. gecontroleerd worden of men zich wel goed had gewassen
Vlak voor een kerstvakantie werd het dhr. ……te veel en luchtte hij zijn hart over het misbruik bij prefect Manswetus (of Manswetes, moest een kleine, dikke man zijn). De vakantie werd onmiddellijk ingetrokken (terwijl men maar 3 x 2 weken per jaar naar huis mocht), de prefect misbruikte hem vervolgens ook (op dezelfde manier als Crispinus) en heeft hem tijdens die vakantie meerdere malen mishandeld en vernederd.
Er was überhaupt sprake van veel fysiek geweld en vernedering. Vaak vonden straffen in de refter plaats, tijdens het middageten. Dat is de heer ….. ook overkomen. De broek moest af en er volgden 10 stokslagen (met een kastiebalplank). Als er geslagen werd, moest het slachtoffer ook wel eens zingen. (Bleijerheide had een eigen lied van 3 coupletten). Dhr. ….. wist bijv. nog dat hij moest zingen
"mooie tijd daar doorgebracht
hoe vaak heb ik al gedacht
aan die mooie tijd der jeugd
die mij schonk zovele vreugd"
De heer ……heeft veel last gehad van wat er gebeurde in deze periode. Het heeft zijn leven getekend. Hij kreeg last van depressies of juist agressieve buien, totdat eea zo´n vorm aannam dat hij afgekeurd is en op 40-jarige leeftijd moest stoppen met werken. Daarbij is het een van de belangrijkste redenen dat ik hem (wekelijks) begeleid vanuit mijn functie als psychosociaal therapeut.
De berichten rond Bleijerheide maken hem thans extra overstuur, hij slaapt en eet slecht. Desondanks wil hij graag aangifte doen.
15)
Waar wil je dat ik begin, wat wil je dat ik je vertel wat je niet al weet..
Namen noemen?? Broeder Funs, Broeder Leo, Ziekenbroeder, die wij Bulletje noemde.?
Ik kwam in 1966 op internaat/kostschool in Blijerheide, en heb daar 2 jaar gezeten.
alles dat ik je kan vertellen was, dat ik vanaf dag 1 enorme heimwee heb gehad, en dat ik ontzettend bang was voor Funs. Deze man moet zo enorm gefrustreerd zijn geweest, dat hij maar een weg zag om zijn lusten bot te vieren, en dat was op ons. Jee man, wat had deze broeder de handen, en voeten los zitten. Een keer staat me dermate helder voor ogen, dat ik er nu nog schrik van krijg. Een van de leerlingen had zijn bord niet leeg gegeten, en dat beviel Funs die corvee dienst had, helemaal niet. Hij maande de knaap door te eten, maar deze weigerde, waarna Funs hem letterlijk door de hele eetzaal heen sloeg en schopte. Ik heb daarna nooit meer overwogen mijn bord niet leeg te eten.........
Of de enge Broeder Leo, hoofd van Mulo, waarbij je als je straf had op zijn kamertje moest komen, en hij je dan over zijn schoot legde.....Je kunt je voorstellen, wat zich in zijn broek afspeelde op het moment dat je een pak billenkoek met de liniaal kreeg..........zeer pijnlijke ervaring.
Hoofdpijn? Haal maar een aspirientje bij de ziekenbroeder. Je kwam voor hoofd pijn, maar je lies werd gecontroleerd op een breuk. Broek uit, en op de achterkant van je hand blazen, waarbij Bulletje eens lekker aan je ballen ging voelen.
Kan je vertellen dat ik daarna nog maar zelden hoofdpijn of wat dan ook heb gehad . En het gebeurde bij alle jongens, zonder uitzondering.
Maar, de vraag of ik er last van heb gehad, moet ik met nee beantwoorden. Ik heb er altijd zeer vrij over gesproken, zelfs nu met mijn kinderen heb ik dit verhaal altijd zonder enige schaamte verteld.
Als jij dus de vraag zou stellen of ik me misbruikt voel, zal ik daar wel even over moeten nadenken, maar ik ben geneigd nee te zeggen.
16)
Broeder Jacobus heeft ooit een grote sleutelbos tegen mijn hoofd gegooid,omdat ik in de eetzaal praate, zodat ik wel 10 bulten op mijn hoofd had.
Op de slaapzaal bij broeder Servatsius kreeg ik ontiegelijk veel slaag, herinner mij nog goed dat hij een bamboe wandelstok op mijn kont kapot sloeg, alleen omdat ik savonds in bed onder de dekens een boek aan het lezen was bij licht van zaklampje. Ik moest dan krom gaan staan met mijn armen gestrekt naar voren want als je met je handen de stok tegen wilden houden zou je je pols wel eens kunnen breken als hij die dan raakte. Ik heb het hier over bamboe wandelstok van ongv. 3 cm doorsnede en sloeg net zo lang tot stok kapot was. Weken later kon je de striemen nog zien.
Herinner mij wel dat er jongens bang waren van verschillende broeders, jaren later begreep ik wel waarom.
Van 1962 tot 1964 heb op internaat gezeten in Ossendrecht, dit was een verademing voor mij, dit werd niet gerund door broeders maar was meer prive school, hier zaten ook veel externe leerlingen op shool en er was ook geen omheining en kon je regelmatig dorp in om boodschappen of dergelijke te doen.
Want in Bleijerheide kwam je echt niet over de muur heen, in de Bijlmerbajes ontsnappen meer gevangenen dan jongens in Bleijerheide.
Zelf heb ik almeer dan 40 jaar helemaal niks meer met Katholiek geloof, mijn moeder van 90 jaar is nu ook nog zeer gelovig maar heeft al jaren veel spijt dat ze toegestaan heeft dat ik naar kostschool "moest"
Ik zeg wel eens dat als je alle slaag die ik in 2 jaar van de broeders gekregen heb in twee weken krijg overleef je het niet.
Hoop wel dat er eens een soort reunie komt om eens met oud klasgenoten bij te praten.
Als jullie veel reacties krijgen zou ik wel op de hoogte gehouden willen worden, wat ik hier geschreven heb mag wat mij betreft verspreid worden met mijn naam erbij want ik heb niks verkeerd gedaan, probeer alleen eerlijk te zijn.
En als broeder Antonius zegt dat hij niks van mishandelingen gemerkt heeft liegt hij dat het barst, het kan niet zo zijn dat hij nooit gezien heeft dat ik openlijk pak slaag kreeg.
MvGr Toon van der Heijden
17)
Hallo,
Bij deze wil ik mezelf aanmelden bij jullie actie groep. Mij is iets soortgelijks overkomen in de jaren 1947-1951. Mijn verhaal gaat als volgt (in het kort):
Wat jou overkomen is in de jaren 50 is mij overkomen in 1947/49 (br. Otto, de fotograaf had het op mij voorzien)!
Ik zat hier op kostschool van 1947 t/m 1951! Ik ben van 1940 en was dus 7 (!!) jaar toen ik daar op kostschool kwam en ik moest de tweede klas nog doen en deed dat buiten de deur op een gewone lagere school in Bleijerheide die tegenover de ingang van het Internaat stond (Hoofd ene men. Offermans oid). Men heeft mij toen de 3de klas over laten slaan om mij binnen de poorten te houden.
18)
“Gerrie Schobben weet van enkele collega's over seksueel misbruik van jongeren op het jongenspensionaat Blijerheide.
Gerrie Schobben (alias broeder Alphons) heeft mij vier jaren lang een zeer onveilig gevoel gegeven doordat hij extreem geweldadig
iemand kon afrossen: dit alles onder de noemer corrigerende tik.
Zijn reacties waren zo onverwachts en buitenproportioneel dat hij op dat moment leek gedreven door opgekropte seksuele frustraties.
Ik weet dat ik destijds daar zo al over dacht.
Een voorbeeld: in de studiezaal werd een behoorlijk grote stoffer klaar gelegd om, wanneer iemand betrapt werd op praten, hem hier mee af te rossen.
Dit gebeurde onder een traag opvoerend toneelstukje voor het oog van een ieder, dat dan als voorbeeld moest dienen.
Het kwam meer dan eens voor dat de stoffer stuk geslagen werd.
Het meest dramatische moment dat ik mij nog kan herinneren.
In de eetzaal roept broeder Alphons de naam van een leerling die zich godzijdank met zijn gezicht de verkeerde kant opdraait. Want op het moment dat hij zich omdraait is een sleutelbos met ongeveer 15 sleutels, over een afstand van 20 meter,onderweg richting zijn hoofd en mist hem op een haar na.
De man had dood kunnen zijn en broeder Alphons in het gevang.
Deze geweldadigheden waarin ik mij vier jaren heb moeten handhaven hebben mij een onveilig basisgevoel gegeven waar ik tot op de dag van vandaag nog last van heb.
Deze geestelijke mishandeling is naar mijn mening qua ernst vergelijkbaar met het nu genoemde seksueel misbruik.
Dus broeder Alphons, als U een splinter ziet in andermans ogen vergeet dan vooral niet te kijken naar de balk in Uw eigen ogen.....!”
19)
Ikzelf ben tijdens mijn bijna 8-jarig verblijf in Bleijerheide nimmer door welke broeder dan ook sexueel misbruikt of benadert. Wel heb ik de geestelijke terreur en lichamelijke mishandeling als minder prettig ervaren, maar heb hier gelukkig verder geen latere (ernstige) nadelige gevolgen van overgehouden. Ik heb wel gezien dat de diverse broeders perfect wisten hoe ze hun “zwakke broeders” selecteerden en uitzochten. Schijnbaar, maar gelukkig voor mij, leende ik mij hiervoor slecht.
20)
Via mijn zus in nederland ben ik op de hoogte gebracht van jullie actie tegen het jongenspensionaat Sint Maria ter Engelen in bleyerheide. Ik heb daar opgesloten gezeten tussen 1969 en 1972 en von het er verschrikkelijk. Met name de ziekenbroeder die aan je lijf zat, maar je kon er niets tegen doen. Uiteindelijk zart je daar opgesloten en zonder je ouders. Vaak heb ik gehuild, en heb dan broeders arm ver mijn schouders gehad, maar ook op veel andere plaatsen, misbruik makende van hun positie, want uiteindelijk was je daar aan de broeders overgeleverd. Betreffende een claim, dat is voor mij niet het belangrijkste, maar wraak te nemen tegen een stelletje wijwaterzijkers en verziekte klootzakken, daarmee komt mijn geest tot rust.
21)
Ik ben op Bleijerheide niet seksueel misbruikt, tenminste, het is nooit zover gekomen. Misschien heb ik wel erg veel geluk gehad, denk ik nu. Na jouw en andermans verhalen. Wel heeft Bulletje een keer een poging gewaagd. Waarom dat toen niet gelukt is, weet ik nu niet meer. Wat ik in ieder geval wel wist, was, dat het op de ziekenzaal niet pluis was. Dat je met alle moeite die het kostte, probeerde, om je broekspijpen over je knieën te trekken omdat je anders na een valpartij met kapotte knieën, steevast je broek moest uittrekken. En dat je er, als je ziek was, niet moest komen te liggen. Het was daar niet ok, bij Bulletje.
Wat ik me zeer zeker nog levendig kan herinneren is de constante dreiging die er hing. Dat je klappen kon krijgen van een van die lekkere broeders. En dat kon ook zomaar, als je niets gedaan had. Want het “klassikaal straffen” was daar tot een kunst verheven, kun je wel zeggen. “Ga je maar melden, anders ga je over het muurtje” is een term die me altijd is bijgebleven. Meerdere keren heb ik erbij moeten staan als een van mijn klasgenoten een ongelooflijk pak rammel kreeg en 2 keer heb ik het zelf aan den lijve mogen ondervinden. Broeder Leonardus was toen de boosdoener. Ik zag in een van de uitzendingen op tv een foto van hem en mij liepen weer de kriebels over m’n rug. Ik ben goddomme inmiddels 58, zou hem zo bij z’n lurven kunnen pakken als hij nog een vinger naar mij of iemand anders uit zou steken, en toch. Die mensen hebben inderdaad een onvergetelijke indruk op ons allemaal gemaakt.
22)
Broeder Servatius vertelde ik over het vergrijp van pater Landrik waar ik godsdienst onderwijs van kreeg. Boven de kapel zat hij in zijn stoel op me te wachten. Hij zwaaide, riep me naar zich toe. ‘Je hebt liefde nodig’, hij kon dat immers zien! ‘Kom dichterbij’ en verzocht of ik op zijn schootje wilde zitten. De pater trok me op zijn schoot en begon met strelen en ging steeds verder, ging met zijn hand in mijn korte broek en klemde me vast waarna ik uit alle macht probeerde los te komen. Na me los te hebben gerukt, rende ik naar Broeder Servatius en melde dit voorval. Ik kreeg onmiddellijk straf en een harde oorvijg. Twee weken ex-communicatie. ‘Niemand mag met je praten. Jij mag tegen niemand praten. Nergens aan deelnemen, met je bord in de gang, buiten de refter, niet sporten’. Deze straf heb ik meerdere malen ondervonden in drie jaren Bleijerheide. 1961-1964. Isolatie!
‘Bertje je bent te onrustig met soep opscheppen’, riep de broeder kwaad. Broeder Servatius nam de hete soep en schudde die over mijn hoofd, het keurige servet naast mijn bord viel op de grond, ik bukte me om het op te rapen en een enorme klap op mijn hoofd volgde. Op de gang. Isolatie! Twee weken.
Ook stookte hij jongens tegen je op en heb me vaak moeten verstoppen voor lynchpartijen waar hij uiteraard de andere kant uitkeek. Broeder Servatius gaf ook stokslagen op je blote billetjes. 10 stokslagen per keer of meer! Aan alle geweld kleefde een randje, een seksueel randje. Je rook de broeders zweet en maakte dat je wegkwam wanneer ze op zoek waren.
Ik heb enkele dagen bewusteloos in de ziekenboeg gelegen, met hoge koorts begon ik te ijlen terwijl broeder Monulphus, bulletje, op de vreemdste tijden naar binnen en buiten sloop. Het verhaal gaat dat deze broeder jongetjes verdoofde. Ik heb een zeer unheimliches gevoel over deze zware ziekteperiode.
Uit angst voor broeder Servatius ben ik ooit bijna vanaf de tweede verdieping gesprongen. Ik werd betrapt in de leeszaal terwijl ik daar niet mocht zijn. Het was zomer en het raam stond open. Toen Servatius binnenkwam spurte ik naar het raam om eruit te springen. Broeder Servatius wist me te kalmeren en drukte me voor een moment tegen zijn zweterig lijf, schuurend tegen zijn bruine pij. De hele sfeer en overplaatsingen die aan de orde waren zorgden voor een onveilig gevoel. Bij de ene broeder mocht je het ene wel en andere zaken niet. Zoals bijvoorbeeld het controleren bij het wassen. Broeder Jacobus was een uitermate manipulatieve man. Voor het slapen gaan friemelde hij aan alle jongetjes door ze op een kistje te tillen. Hij contoleerde dan zgn je oren, je nek, je handen. Soms moest je terug om je oren nog eens te wassen. Dan tilde hij je weer op, keek uitermate lang en zorgvuldig in je oor en dwarrelden zijn handen langs je lichaam, steeds zocht hij grenzen op.
Broeder Lebuinus heeft mij in de tachtigerjaren bevestigd van zijn overmatige dwang tot masturberen. Ik heb deze broeder bezocht naar aanleiding van de LP Pop Against Pope die we in een ondergronds kelderte produceerden tijdens het bezoek van de toenmalige Paus Johannes/ Paulus de tweede. Ik wilde toen een confrontatie aangaan met enkele broeders. Broeder Lebuinus was de enige die met me wilde spreken. Broeder Lebuinus wist mijn slaaphouding nog exact te beschrijven, ‘in foetushouding lag je met je pyama broekje naar benden, je billetjes bloot en toen heb ik me afgetrokken’.
Broeder Lebuinus (de heilige; de spion) masturbeerde minstens drie maal per dag, deze broeder bakker die het brood nog kneedde met zijn handen. Ik mocht nooit te lang bij broeder Lebuinus blijven daar ik hem wel eens ging opzoeken in de bakkerij of hij voor me wilde zingen. Broeder Lebuinus stem had een prachtig warm greorgiaanse geluid waarmee hij gepassioneerd omging.
Ik heb hem tijdens mijn ontmoeting in de tachtigerjaren gevraagd of hij hulp had gevraagd voor zijn dwangmatig gedrag. De Franciscaner broederschap beloven elkaar immers in noden en behoeftes te steunen. Hij beaamde dat hij er met anderen over had gesproken, en natuurlijk in de biecht…in de biecht kwam het iedere keer ter sprake. Hij erkende toen, vijfentwintig jaar later, dat hij op hoge leeftijd nog steeds worstelde met dit probleem, dwamgmatig te masturberen.
Broeder Alphons (de Funs) kon meppen als geen ander, een ware Wimbledon kampioen in het neerslaan van jongetjes.
Wat als een schaduw blijft hangen zijn de machtspelletjes en onderdrukking die alle vergrijp en aanverwante misbruik door de broeders werden gerechtvaardigd en gecontroleerd. Ze maakten zich weinig zorgen over het probleem seksualiteit in relatie tot het celibaat en de machtspositie die zij hadden verworven.
Bert Smeets
23)
Bij deze mijn verhaal, wat helaas echt gebeurd is, over de kostschool Bleijerheide waar ik in de jaren 1952-1953 verbleef ( heb nog foto's) , in het kort, want moest ik alles vertellen had ik dagen nodig.
Mijn moeder had zich door enkele goede kennissen om laten praten om mij daar naar toe te brengen : het was een goede katholieke school waar ze van mij een keurige jongen zouden maken, en al wou ik niet , ik moest en werd er door mijn moeder en oom en tante naartoe gebracht !
Wij werden ontvangen en naar de slaapzaal gebracht om er de kleren in de kastjes te doen, daarna werd er besproken hoe alles zou verlopen, allemaal keurig leek het.
Er gingen maanden voorbij van heimwee , slecht eten ( het eten was niet te eten ) en veel straf en daarna kreeg ik er een groot probleem bij, want was ik , voordat ik er kwam zindelijk, vanaf die tijd plaste ik elke nacht in bed.
Ik moest vroeg op, voordat de andere jongens wakker werden om alles te verschonen en me te wassen, waarmee het ergste begon want de broeder hielp mij met wassen en kwam altijd tussen mijn benen terecht, begon mij dan te strelen en moest ik toezien hoe hij zichzelf daarna aftrok.
Na enige tijd moest ik hem dan onder zijn rok voelen hoe zijn lid stijf werd en vertelde hij mij dat ik zo een man zou worden en een erectie zou krijgen, wil er verder niet op ingaan , maar het heeft mijn verdere leven, al duurde dit "maar" 2 jaar wel helemaal verpest !
Ik kreeg ook vaak en veel sraf , dan moest ik 'savonds op het kamertje van de broeder komen die mij dan de keus gaf : of strafregels schrijven of slaag en ik koos altijd het laatste omdat ik daar het eerste vanaf was, al deed het verschrikkelijk pijn want hij gebruikte een ( honkbal ) knuppel en sloeg hard !
In het tweede jaar ben ik er even tussenuit geweest : schopte de bal over de muur en vroeg of ik hem mocht halen, en toen dat mocht schopte ik hem terug over de muur en zette het op een rennen, had het geld van mijn moeder nog in mijn zak ( nog niet ingeleverd ) en liep naar Kerkrade, nam daarna de bus naar Heerlen, toen met de trein naar Sittard waarna ik overstapte naar Roermond , hoe ik thuis ben gekomen weet ik niet precies meer, maar het is mij gelukt op twaalfjarige leeftijd.....alleen, ik werd de volgende dag weer teruggebracht, kon mijn verhaal niet bij mijn ouders kwijt, ze geloofden je niet, zo was dat vroeger in een christelijk gezin...en alles waarvoor ik weggelopen was begon weer opnieuw !
24)
Ik ging bij de jongens lange tijd door als "het lievelingetje", want ik was
"uitgekozen" om dagelijks de krant te mogen brengen van het kantoor van het
"hoofd van de Lagere School" naar het "hoofd van de Mulo".
Broeder Leonardus was eerst het Hoofd van de Lagere School en werd op een
bepaald moment Hoofd van de Mulo.
Maar ik mocht de krant blijven halen en brengen naar zijn kantoor.
Onder het mom dat ik mij nooit goed "aankleedde", zogenaamd mijn overhemd
niet goed in mijn broek zat, ging "Leonardus" over om mij "goed aan te kleden".
Ik moest dan naar hem toekomen, hij bleef in zijn bureau-stoel zitten en dan
begon het gefriemel etc. etc. met mijn "pikkie en ballen en geaai over mijn billen".
Ook al zorgde ik er iedere keer voor dat mijn overhemd perfekt in mijn broek
zat dan nog was het naar zijn smaak verkeerd.
Herhaalde pogingen van Leonardus om hem te betasten mislukten steeds, omdat ik mij behoorlijk verzette, alhoewel ik alles op die leeftijd niet begreep,
maar "van nature" voelde ik een ontzettende afkeer van dit alles.
Met Leonardus is dit soort dingen jaren doorgegaan, soms met aangename lange rustperiodes, begrijpelijk, want dan was Leonardus wellicht gefocused
op nieuwe slachtoffertjes.
Dan was er broeder Jacobus, welke regelmatig het toezicht had over de slaapzaal.
Deze kwam mij zeer regelmatig in zijn pyama, midden in de nacht, wakker maken en begon steeds met flauwekul verhaaltjes, zoals:
"Bennie, je was vanmiddag op de speelplaats weer aardig bezig de andere
jongens te pesten met voetballen" etc. etc.
Uiteindelijk moest ik dan mee naar het waslokaal achterin de slaapzaal,
daar moest mijn pyama-broek uit.
Jacobus zette zijn rechterbeen dan op een stoel, ik moest dan over zijn been
gaan liggen, billen naar boven, en ik kreeg dan "een pak slaag op mijn blote billen".
In feite, het slaan stelde totaal niets voor, het was meer geaai over mijn billen,
zijn vingers streelden mijn anus en ballen, zijn vingers drukten dikwijls vaak
zacht op mijn anus en af en toe kreeg ik een klap.
Dan plotseling drukte hij mij stevig tegen zich aan en begon te "trillen".
Jaren later begreep ik, dat hij dan iedere keer gewoon klaarkwam.
Wie zal het zeggen .... misschien had ik wel een aantrekkelijk lekker jongens-
kontje.
De man, Jacobus, moet toch wel een aardige afwijking hebben gehad.
25)
Geachte Bert Smeets,
Deze brief heb ik vanmiddag gestuurd naar Hulp en recht.
Vorige week heb ik voor het eerst contact gehad met Hulp en Recht mede naar aanleiding van verschillende publicaties inzake seksueel misbruik door de katholieke kerk.
Zelf ben ik van ca 1975 tot 1980 intern geweest op het Jongenspensionaat te Bleijerheide Kerkrade, dit kwam mede doordat mij ouders een bedrijf hadden en door de week weinig tijd voor mij hadden.
Hier heb ik de vierde, vijfde en zesde klas van de basisschool gedaan, waarvan de vierde klas op de basis school was in het centrum van Bleijerheide.
Na de basisschool heb ik nog een jaar Mavo gedaan en toen was ik er klaar mee.
Zoals ik mij kan herinneren de vijfde klas broeder Stephanus, en de zesde klas broeder Lucas, deze laatste gooide regelmatig met een eikenhouten blok naar leerlingen. Broeder Stephanus was in het echt een broer van broeder Eligius en hij was een soort begeleider, hij gaf dus geen les.
Deze laatst heeft hooguit een keer met een mattenklopper of met zijn slipper geslagen.
Met deze broeder bracht je de tijd door naar school tot het eten en slapen gaan op de slaapzaal met chambrettes.
Deze broeder Eligius had wel zijn nukken maar in het algemeen was hij lief en begripvol, zij broer Stephanus was een hele aparte man met heel veel stemmingswisselingen.
Broeder Lucas 6e klas had in mijn ogen een seksuele afwijking waar ik zelf overigens geen last van heb gehad.
Hij sprak vaak over zijn moeder en dat die seksuele voorlichting gaf door zich helemaal uit de kleden, en de punten aanwees en wreef waar een vrouw van opgewonden raakt.
Waar ik wel veel last van heb gehad dat was de ziekenbroeder waarschijnlijk was dit broeder Monulphus die Bull die als bijnaam van de interne leerlingen kreeg en de Pater Landrio die niet van de leerlingen kon afblijven.
In die tijd had ik veel last van blaren aan mijn lippen virus herpes genaamd en deze ziekenbroeder behandelde dit met speciale zalf den dan moest je op zijn schoot gaan zitten, zodoende heb ik hier vaak anderen leerlingen gezien die een wondje of ziek waren.
Nu realiseer ik mij dat dit te maken had met allerlei betastingen en wrijvingen van zo’n vies dik mannetje die Bull als bijnaam droeg.
Bij deze ziekenbroeder was het zo dat als je een schaafwond had aan je knie, dat je geheel van kleding moest ontdoen inclusief de onderbroek, dit had volgens hem te maken met de volledige genezing.
Flauwekul natuurlijk, maar wisten dit toen niet en als je een hoop problemen maakte kreeg je geen eten.
Ook broeder kok was niet helemaal lekker, kon de ene keer heel agressief zijn en daarna weer heel lief.
Bij deze laatste pater Landrio (duidelijk in beeld) ben ik misdienaar geweest en bij omkleden konden we nooit onze kleren aanhouden, maar we dienden ons tot op d onderbroek uit te kleden en dan deed hij ons de kerkkledij aan met het nodige voelen aan onze lijven.
Verder moest ik ook wel eens op gesprek komen op zijn kamer deze lag boven de eetzaal, ook dan wilde hij je betasten.
Toen ik in de zesde klas zat is er en nieuwe broeder bijgekomen, deze betaald zelfs geld als je de broek liet zakken en naakt stond in deze periode f 25,-.
Hier is toen ook aangifte van gedaan en er is politie bij geweest en de ouders zijn hierover ook ingelicht.
26)
Ik mis lucas in je rijtje (dat was een ongelooflijke beul, met eigen ogen gezien hoe hij een kind met een wandelstok afrosde omdat zijn nagelrandjes niet schoon genoeg waren of omdat zijn kleren niet op de milimeter strak in zijn kastje lagen).
27)
Beste Bert,
Ik heb zelf op het pensionaat op de 5e klas gezeten in 1963/1964. Jij zat toen een klas hoger.
Ik kan me herinneren, dat Broeder Servatius is een keer bij me in de douche is gekomen, zogenaamd om te controleren
of ik mijn rug wel goed had gewassen. Dat was niet het geval, dus heeft hij het maar eens over gedaan.
Mijn broer heeft van 1961 tot 1963 de vijfde klas en de VK gevolgd op het pensionaat.
Hij is door broeder Servatius misbruikt, toen hij de kamer van Servatius voor straf moest opruimen.
Mijn broer heeft het me ooit toevertrouwd.
Hij kan het helaas zelf niet meer navertellen, omdat hij op 29 jarige leeftijd zelfmoord heeft gepleegd.
28)
Ik ken je persoonlijk niet, maar ook ik heb in Bleijerheide op internaat gezeten. Mijn naam is …….. ik ben eind jaren 50, vermoedelijk 57, in de 5e klas begonnen en ben tot en met de 3e klas Ulo daar geweest, vermoedelijk 1963.
Ik ben in het bezit van diverse "Bleijerheide Klanken" en een video van een reunie 1962/1963 van 9 april 1994.
Wat betreft die Blijerheide Klanken wordt het even zoeken.... de video heb ik onder handbereik.
Ook ik, ja jammer, heb zo mijn ervaringen gehad met Leonardus. Ben 'n keer in elkaar geslagen door Crispinus, terwijl ik in de rij stond om naar studie te gaan.
Ben een keer weggelopen, maar mijn vader geloofde me niet. Toen ik vertelde dat Chrispinus me geslagen had heeft mijn vader zich bij Adelbertus gemeld. Volgens mij was die toen overste. Daarna ben ik nooit meer lastig gevallen, ook door Leonardus niet.
Volgens mij is die Adelbertus ergens in de jaren 70 veroordeeld door de rechtbank te Maastricht voor dubieuse praktijken..... Mijn vader zei toen tegen mij dat ik wel eens gelijk zou kunnen hebben gehad. Voor mij was de zaak toen rond.
Ik heb er geen nare of vervelende herinneringen aan over gehouden, voor mij ben ik er klaar mee.
Toen ik echter te horen kreeg, Wir haben es nicht gewust, was ook voor mij de maat vol.
Ik wil wel meedoen aan een mogelijk onderzoek e.d.
Vertrouwende dat mijn melding als confidentieel wordt behandeld, mijn kinderen weten van niets, wens ik je veel succes.
Als het nodig is treed ik wel in de openbaarheid hiermee, maar liever niet.
29)
ik laat niet aan me komen !!!
maar mijn moeder dacht ,dat dit een pak rammel betekende.
en dat hoorde er in die tijd toch een beetje bij.
vandaar dat ze daar niet op gereageerd heeft.
dus denk ik dat ze (de broeders)wel iets geprobeerd hebben
maar dat ik me daar erg tegen verzet heb.
mijn school punten gingen toen,ik denk lopende het tweede jaar,achteruit.
wat heel vreemd was,want in het eerste jaar ging het buitengewoon goed,
en daar bij kwam dat ik na een weekend zeer erg in elkaar geslagen ben door alphons.
ik ben toen snachts naar huis gelopen (in Stein).dit had nooit mogen gebeuren natuurlijk,weglopen uit hun pensionaat.
smorgens ben ik weer teruggebracht door mijn ouders
er is toen een geprek geweest smorgens met leonardus en de dir (naam ben ik even kwijt) van het pensionaat,
en alfons natuurlijk.
alfons heeft toen in de eetzaal zijn excuses aan mij aan moeten bieden.
want hij had me echt goed doorgelaten,in een hoek geslagen.
daar na had ik dus helemaal geen leven meer.
er is toen verzocht aan mijn ouders om maar een andere school te zoeken.
want als hun( die broeders) mij van school zouden sturen
ik waarschijnlijk nergens meer op een school terecht zou kunnen komen.
ik heb in 1969 1970 daar gezeten
dus ze ( die broeders) hebben geen grip op mij gekregen
en alles gedaan om mij kwijt te raken
en dan natuurlijk op eigen initiatief dan hoefden hun ( die broeders) geen verantwoording af te leggen.
ik ben ook bij die pater op zijn kamer geweest.
daar werden we gehypnotiseerd' waarom dat we dat lieten doen weet ik eigenlijk niet,ik denk een afwisseling in de kostschool sleur
ik heb ook een keer een pak rammel gehad,van eimaar,niet de enige keer.
bij de trapjes van de gymzaal bij de aula (hoe het er precies uitzag weet ik niet meer).
waarom weet ik ook niet meer.het was sávond en donker.mss wel omdat ik niet aan me heb willen laten komen.
Het allerergste vind ik dat mijn moeder een schuldgevoel heeft
zij heeft toen in die tijd gedacht
op die school is mijn zoon veilig kan hij studeren en het geloof ,ook heel belangrijk in die tijd
en nu krijgt ze op haar 88 jaar te horen via media wat zich daar allemaal heeft afgespeeld.
ik heb zelfs de bijnaam broeder gehad.
30
Ik moet ongeveer 12 jaar zijn geweest en was nogal fanatiek in het beoefenen
van allerlei sporten in het internaat.
Ik brak een keer bij het "verspringen" in de verspringbak mijn linkerarm.
Veel pijn, grote paniek, naar de ziekenboeg, van daaruit met de ziekenbroeder
met de bus naar het ziekenhuis.
Daar, onder narcose, werd mijn arm weer "gezet" en ging in het gips.
Voordien, tijdens het wachten, was ik nogal in paniek en bang.
De ziekenbroeder probeerde me gerust te stellen, alles zou weer goed komen,
ik moest flink en dapper zijn.
De volgende dag moest ik me melden in de ziekenboeg "voor kontrole".
Deur ging op slot en ik moest me helemaal naakt uitkleden, uiteraard daarbij
geholpen (had maar EEN arm) en moest op de "onderzoeks-tafel" gaan liggen.
Daar werd eerst geweldig lang gedaan over het opmeten van mijn temperatuur
met een thermometer, vele keren in en uit mijn achterste.
Kontgaatje weer opengetrokken en de meter er weer in.
Ik kon namelijk koorts hebben na het "zetten" van mijn arm, werd mij gezegd.
Daarna zou ik, net zoals in het ziekenhuis, even in slaap worden gebracht,
want dat was beter voor het gehele verdere onderzoek.
Aldus geschiedde met ether-lappen.
Wat er toen precies met mij allemaal uitgespookt is, weet ik niet, kan mij alleen
herinneren, dat ik na afloop nogal jeuk had en last had van mijn anus, maar ik
dacht toen, dat dat van dat thermometer-gedoe was.
Kan daarom ook totaal niets bewijzen.
Een dergelijke (kont)role heeft daarna nog een keer plaatsgevonden.
Ik ging na de tweede keer protesteren tegen "de narcose" en zei dat ik daar
dagenlang misselijk en ziek van werd, en zowaar ..... de onderzoeken bleven
verder uit !!
Mogelijk dacht de ziekenbroeder, dat hij tijdens het toedienen van de narcose
wel eens behoorlijk in de fout kon gaan en staakte (met mij) zijn spelletjes.
Het was bekend bij de leerlingen, dat je uiteindelijk beter (nergens voor) naar de
ziekenboeg moest gaan, want al ging je alleen maar voor een asperientje, je
stond onmiddellijk helemaal naakt en werd "medisch betast" etc. etc.
Ik ben de naam van deze broeder kwijt, weet die niet meer, maar de
"ziekenbroeders" wisselden elkaar trouwens soms af.
Ik herken overigens al de verhalen uit "Dossier 14", ik heb er tenslotte zeven jaren
door "mogen" brengen.
De broeders Fransiscanen probeerden hun slachtoffertjes toch wel zorgvuldig uit
te zoeken en concentreerden zich vrijwel altijd op jongens "met zeer slechte
huiselijke omstandigheden, jongens afkomstig uit arme en gebroken gezinnen".
31)
Hallo beste Bert
Mijn naam is …. ik heb van 1968 tot 1972 op het jongenspensionaat van Bleijerheide gezeten.
Nu bij het schrijven naar jou krijg ik kippenvel van kop tot teen.
Ik ben jarenlang dagelijks geslagen door broeder Servatius, ik ben maanden niet naar huis mogen gaan en moest dan het hele weekend in de hoek staan. Op het grote plein waar je naar de kerk ging links in de hoek voor de ingang.Regen of zonneschijn dat maakte niks uit.
Omdat ik nooit het vlees at, zat ik vaker nog uren in de eetzaal en tenslotte werd ik op de gang gezet tot ik het op at, om de zoveel tijd kreeg ik dan weer een pak slaag om me tot eten te dwingen.
Gemiddeld 3x per week moest ik het s`ochtends 5 a 10 rondjes op de sintelbaan rennen(6.00 moest ik dan uit mijn bed), servatius reed dan met zijn fiets en zijn poedeltje naast me. Ik moest altijd een kort broekje en een halterhemdje dragen of het nu regende of de zon scheen dat maakte niets uit.
Deze man heeft me jarenlang mishandeld van kop tot teen, weet zeker dat het zeer persoonlijk was. Ik kan nog 2 velletjes volschrijven van wat hij met me gedaan heeft, maar wil me hier nu niet verder over uit laten.
Ik weet zeker dat het kwam door mijn rebelse gedrag tegenover de broeders, ik heb altijd van mij afgebeten.
Hierdoor verloor hij zijn sexuele interresse voor mij, wat oversloeg in heftige afranselingen.
De ziekenbroeder bolletje heeft ook zijn handen vies gemaakt aan mij.
Toen ik ziek was en koorts had stak hij in plaats van de termometer een vinger in mijn anus, ben toen helemaal ontploft.
Onmiddelijk verscheen broeder Servatius, die me helemaal verrot sloeg.
Ook tijdens de sportkeuring stonden we met 5 jongens op een rijtje en moesten we allemaal de broek naar beneden doen en dan voelden ze aan onze teelballen.
Ik heb thuis hierover gesproken, maar ze geloofde me niet. Ze zeiden dan je zit niet voor niets op de kostschool.
Beste Bert ik kan nog uren schrijven maar ik moet er nu mee ophouden want er komt me teveel boven waar ik nog nooit over gesproken heb en wat ik al die jaren uit mijn herinneringen heb verdringt.
Groeten…..
Heb zonet flink gehuild en nog de moed bij elkaar geraapt om nog het volgende te schrijven
Met 12 jaar ben ik weer naar huis gegaan.
Ik heb van mijn 12 tot mijn 34 levensjaar als een monster door het leven gegaan.
Heb me altijd met iedereen geslagen om niks, in het dossier van mij huisarts staat dat ik licht explosief ben.
Daarbij ga ik al mijn hele leven gebukt onder zware hoofdpijnen ik mag tot 4 paracetamol 1000 mg per dag nemen.
Deze periode op het pensionaat hebben mijn leven zwaar beinvloed.
Ik weet zeker dat ik een beter mens was geweest en een heel ander leven had gehad als ik niet op het jongenspensionaat had gezeten.
Gelukkig ben ik 30 jaar samen met dezelde vrouw en geloof me die is met mij door de hel gegaan.
32)
Betreft: Mogelijk seksueel misbruik dan wel betrokkenheid aangedaan aan mijn broer
Frans P. geboren 22 maart 1940 te Schaesberg.
V, 12 april 2010
Geachte Bert,
Naar aanleiding van alle nare berichtgevingen omtrent seksueel misbruik binnen de katholieke kerk en dan met name het Pensionaat te Bleijerheide heb ik het volgende mede te delen.
Wij komen uit een gezin van vier kinderen, twee meisjes twee jongens, waarvan ondergetekende zes jaar als nakomeling in 1948 is geboren. Hiervan zijn alleen de oudste en jongste nog onder de levenden.
Wij woonden in de Pstraat te S.
Onze vader was mijnpolitie op de .....steenkolenmijnen te E.
Er heersten zéér strenge regels binnen het gezin. Datgene wat ik neerschrijf heb ik voor wat betreft de jeugd periode van mijn broer Frans, na overleg met m ’n oudste zus.
Frans moet volgens haar, mogelijk in het jaar 1954-1955, na een periode van hooguit twee jaar op de mulo op S, geplaatst zijn op het Pensionaat te Bleyerheide. Mijn zus (2 jaar ouder dan mijn broer) weet zich nog te herinneren dat zij regelmatig op de fiets met een koffertje met schone kleren voor Frans naar Bleijerheide moest. Daar moest ze dan in de hal wachten en ondanks herhaaldelijke vragen van haar mocht ze haar broer nooit ontmoeten.
Hoe lang hij daar gezeten heeft is ons niet bekend. Wat ik mij persoonlijk nog kan herinneren is, dat ik samen met mijn vader Frans ben gaan ophalen uit het jongenspensionaat St Jozef in Maastricht. Ik kan mij dat nog zeer goed herinneren. Ik zat toen achter in de kattenbak van een geleende Volkswagen Kever (met gespleten achterruit). Wij werden binnen gelaten onder de trappen van de hoofdingang en daar moest ik wachten in een donkere ruimte waar, naar ik mij meen te herinneren, veel gereedschap hing. Hoogstwaarschijnlijk was dit een werkplaats. Ik zie Frans nog met een koffertje in zijn hand aan komen lopen. Als ik hier dieper over nadenk bekruipt me nu een gevoel van onbehagen. Je komt je zoon toch niet afhalen via een achterdeurtje van het pensionaat. Het was in ieder geval laat in de avond.
Ik moet toen ’n jaar op 7 zijn geweest. Dat was dan mogelijk 1956/1957.
Waarom hij daar dan werd opgehaald weet ik niet. Daarna is hij op de technische vakschool voor bankwerker op de Julia gaan werken.
Niets schokkends aan…..! zult u zeggen.
Neen, zo op het eerste gezicht niet.
Gelet op het strenge regiem thuis, de plaatsing uit huis van zo’n gevoelige sociale jongen en het daarna aan de drank geraken, zetten aan tot nadenken over wat ook hem mogelijk kan zijn gebeurd in één dan wel beide pensionaten. En zeker gelet op latere door Frans gemaakte opmerkingen in die richting.
Meermaals heeft hij naar mijn vrouw, waarin hij vertrouwen koesterde, gebeld met de mededeling dat hij een einde aan zijn leven wilde maken. Gelukkig heeft hij dit nooit gedaan. Hij zat in ieder geval geestelijk behoorlijk in de knoei.
Voordat het seksuele misbruik, binnen met name Bleyerheide, naar buiten kwam hadden mijn echtgenote en ik al een vaag vermoeden van ongeregeldheden van dien aard die mijn broer vermoedelijk waren overkomen.
Kort voor het overlijden van mijn vader in 1994 heeft Frans een gesprek met hem gehad, hetgeen Frans kort daarna aangegeven heeft bij mijn oudste zus. Op de dag na de begrafenis van zijn vader vroeg hij haar toen ook of zij nog de naam wist van “die” broeder uit Bleijerheide, die toen werd overgeplaatst naar Utrecht. Daar waren rare dingen mee gebeurd. Althans woorden van die strekking. Dit was dan de eerste keer dat hij daarover met zijn vader een goed gesprek heeft gehad.
Hij zou haar daar later wel eens over vertellen.
Dat later is er nooit van gekomen want een week na de dood van mijn vader overleed Frans aan een acute hartstilstand.
Met zijn eigen kinderen heeft hij nooit over de internaatperiode willen vertellen!
Ik heb vele gebeurtenissen aangaande de seksschandalen gelezen en kan mij heel goed voorstellen, dat Frans ’n ideaal slachtoffer zou kunnen zijn geweest.
Ik schrijf dit neer om het voor het onderzoekers mogelijk te maken om andere - nog in leven zijnde – beschadigden / slachtoffers te kunnen helpen om genoegdoening en vrede te kunnen krijgen.
Ik dacht dat ik dit verplicht was ten aanzien van mijn overleden broer.
Hoogachtend
K. P
33)
Hi Bert,
Ik kan nog steeds niet goed de moed opbrengen om te schrijven wat er allemaal in me omgaat van die jaren dat ik in Bleijerheide op het Pensionaat was, edoch, ik probeer het.
Mijn broer en ik werden er geplaatst door mijn ouders omdat de gezinssituatie niet goed was thuis. Ineens hoorden we dat we naar een pensionaat moesten. Dat zou goed voor ons zijn! Ja, dat klopt dus, niet, ik word er al mijn hele leven aan herinnerd, aan alle leed, wrok jegens het geloof en ellende.
We kregen een nummer toebedeeld, dat moest in alle kleren en eigendomsstukken genaaid worden. Ik had 157 en mijn broer 223. Toen we er waren kreeg ik al te horen dat ik geen kontakt mocht opnemen c.q mocht praten met mijn broer, die was 3 jaar ouder dan ik en zat op de MULO. Ik werd geplaatst in de 5e klas. Ik spreek hier over de jaren 1958 - 59 en 1960. Als ik probeerde met mijn broer te praten volgde daar meteen een reactie op van de pater die dienst deed op het schoolplein. De 5e klas is goed verlopen, qua leren. Ik haalde goede cijfers en behaalde er menige Erekaart, dat was een extra vermelding voor het beste rapport.Het 2e jaar op Bleijerheide zat ik in klas 6 VK bij broeder Stephanus. Over hem geen kwaad woord. Het enigste wat hij mij flikte, was, nadat ik een reactie had gegeven na een onterechte beschuldiging, hij dat meteen op het rapport vermeldde!! "Harry moet meer eerbied voor het gezag hebben en op zijn woorden letten." Dus dat was thuis weer ;uitleggen, wat staat daar? Dat die reactie's kwamen van opgekropte gevoelens en woede. dat hadden mijn ouders niet door. Als ik er over wilde praten werd mij meteen de mond gesnoerd. Hoe durf je zoiets te zeggen, dat doen geestelijken niet. En nu je mond houden!!! Ook stond vaker op de rekening die mijn ouders kregen dingen vermeld die helemaal niet klopten. Bijv. extra feestmaaltijden? Bezoeken aan iets ? Bijna iedere keer kapotte ramen(door een van ons met voetballen ingetrapt) enz. Van dat alles klopte niets. Maar mijn vader geloofde dat niet. Dus de boel belazeren deden ze ook, als ze dat bij meerderen deden dan komt de kassa wel vol! Dit is mijn gedeelte van het verhaal. als mijn broer dat wil, moet hij zelf maar reageren. Ik weet wel dat hij ontiegelijk veel slaag heeft gekregen van br. Wiro en br. Wenceslaus.
Een keer per maand hadden we ouderbezoek en een keer mochten we een weekend naar huis. Tijdens de bezoeken van mijn ouders werd er altijd door hun met de paters gesproken. Ik merkte dat meteen s'avonds, dan moest ik op het matje komen. Wat heb jij gezegd tegen je vader? Zo kom maar eens hier en dan begon het spelletje weer. Op de schoot bij broeder Jacobus en zgn klappen krijgen. Die vuile viezerik, steeds met zijn handen aan je piemeltje voelen, dat was het enigste wat hij deed. Tegen je aanrijden als een geile beer. Ik kan het bijna niet opschrijven. Hij (Jacobus) was meestal mijn zaalboeder, samen met br Nicolaas, maar bij Jacobus had ik het altijd gedaan. Hij snuffelde heel vaak in mijn kastje en vond ook nog meestal wat. In mijn jeugdige overmoed trapte ik er meestal in. Hij vond dan weer eens pin up foto's , dan weer eens een padvindersmes en ga zo maar door. Die spullen kreeg ik dan nooit meer terug. Wat ik wel terug kreeg was het ritueeel; voorover op zijn knieën en hup, het herhaalde zich weer. Als ik tegenstribbelde werd ik vastgegrepen en ging hij gewoon verder. Alsof hij het nog leuker vond als ik tegenstribbelde. Als hij dienst had op de slaapzaal kwam hij altijd als een dief stiekum aangeslopen tussen de rijen met bedden, ik rook hem als het ware aankomen in zijn donkere pij. Die vieze geur die ik moest opsnuiven als ik weer eens voorover op zijn knieën moest liggen. Ik hield me altijd slapende, want ik wist dat hij meestal een jongen mee nam naar zijn chambrette. Ik heb dat vaker gezien.Ook tijdens het douchen was hij er altijd bij, de gluurder. Inspectie uitvoeren, of je je piemeltje wel goed gewassen had!
Ik ben ook een keer weggelopen, nou dat heb ik geweten! Boven aan de grens hadden ze me al te pakken. Slaag als een jonge hond viel je dan ten deel. Je deed het dan niet gauw een tweede keer.Wat betreft de psychische mishandeling kan ik zeggen dat de orde en tucht die in de refter gehanteerd werd, niet normaal was. Broeder Johannes Vianny (bijnaam Buikje) zat er bijna altijd met een kastieplank tussen zijn benen geklemd te wachten of iemand in de fout ging, zodat hij kon meppen. Ik kan je vertellen, die plank kwam hard aan op je achterste. Tijdens het eten werd ook de post uitgedeeld. Hoe vaak mijn post niet was opengemaakt, ik weet het niet meer, maar ze lazen heel vaak mijn brieven. Ook de brieven die ik verstuurde waren vaak eerst gelezen en dan pas doorgestuurd. Ik hoorde dat achteraf dan.
Die broeder buikje heeft er voor gezorgd dat ik na die tijd en nu nog sommige dingen niet kan eten. Als hij zag dat je bijv. iets niet lustte, omdat je te weinig ervan op je bord had, was hij het die je met een lachend gezicht en de opmerking "Oh, heb jij dat zo graag? een volle kom, van die blinkende ijzeren hotelkommen, op je bord mieterde. Hij bleef dan staan tot je kokhalzend alles op had. Ik zie de smerige glibberige speklappen nog voor me. Onbeschrijfelijk.
Je moest ook gaan biechten. Ik kan me herinneren dat ik in de biechtstoel te horen kreeg dat ik 's avonds naar de kamer van de frater moest komen na het eten. Daar werd je verteld in een toon van , was dat lekker als je dat doet? En hoe vaak doe je dat? Uitvragen tot aan het bot. Onder de noemer seksuele voorlichting. Ik zie hem nog zitten met een slot en een sleutel in zijn handen. Symbolisch voor de man en de vrouw. Het enigste wat ze wilden was praten over hoe je iets deed enz.
Tot nu toe heb ik dit niet mijn kinderen besproken. Ik ga het wel doen. Ze hebben het recht om dit te weten. Mijn vrouw weet het wel, zij heeft er veel moeite mee. Zij is erg katholiek opgevoed en ook zo ingesteld. Ik hoop dat ik de herinnering aan die voor mij slechte jaren meegemaakt daar in Bleijerheide nog eens kan wegpoetsen uit mijn herinnering. Nu nog niet, ik denk er bijna iedere dag aan, soms met haat, dan weer met een gevoel van; WAAROM. Ik was nog zo jong, 11 jaar.
Het hele gedoe heeft een onuitwisbare indruk bij mij achtergelaten. Ik doe er enkele foto's bij van uit die tijd. De namen van de jongens en de broeders erop heb ik er ook bij als je die wil hebben.
Met vriendelijke groet H. W
34)
Hoi Bert,
ik volg het nieuws rondom jou en luc nu alweer een tijdje. Sommige zaken zijn wel herkenbaar. Ik heb ook op pensionaat Bleijerheide gezeten en wel tussen 1974 en 1977.
Vanavond zag ik je bij broeder Alphonse en terug op de pannesheidestraat 55. Er is niet veel van over. Ik zag het raampje waar ik toen achter sliep. Veel herrinneringen. Mijn eerste 6 maanden daar waren een hel. Niet perse vanwege misbruik maar gewoon angst. Ik heb menig nacht op de kleine wc ruimtes geslapen want daar kon ik de deur op slot doen. Het heeft mij wel gevormd of eigenlijk misvormd.
De broeder die ik nooit zal vergeten was broeder Valentinus. Hij had ook losse handjes maar gebruikte ze om klappen mee uit te delen. Omdat ik van joodse afkomst was was ik zijn favoriete slachtoffer. In mijn tijd was het broeder Monulphus, de ziekenbroeder die bekend stond om zijn handtastelijkheid. Het was een vast grapje onder de jongens als iemand naar de ziekenboeg was geweest om te vragen wat er was gebeurd.
35)
Hallo,
Bij deze wil ik mezelf aanmelden bij jullie actie groep. Mij is iets soortgelijks overkomen in de jaren 1947-1951. Mijn verhaal gaat als volgt (in het kort):
Wat jou overkomen is in de jaren 50 is mij overkomen in 1947/49 (br. Otto, de fotograaf had het op mij voorzien)!
Ik zat hier op kostschool van 1947 t/m 1951! Ik ben van 1940 en was dus 7 (!!) jaar toen ik daar op kostschool kwam en ik moest de tweede klas nog doen en deed dat buiten de deur op een gewone lagere school in Bleijerheide die tegenover de ingang van het Internaat stond (Hoofd ene men. Offermans oid). Men heeft mij toen de 3de klas over laten slaan om mij binnen de poorten te houden. Heb ik ook jarenlang last van gehad omdat ik een deel van het onderwijs dat gegeven werd in klas 3 gemist heb (breuken bijv.).
--
Met vriendelijke groet/kind regards
Fons Dols
36)
Beste Bert,
Bij deze mijn verhaal, wat helaas echt gebeurd is, over de kostschool Bleijerheide waar ik in de jaren 1952-1953 verbleef ( heb nog foto's ) , in het kort, want moest ik alles vertellen had ik dagen nodig.
Mijn moeder had zich door enkele goede kennissen om laten praten om mij daar naar toe te brengen : het was een goede katholieke school waar ze van mij een keurige jongen zouden maken, en al wou ik niet , ik moest en werd er door mijn moeder en oom en tante naartoe gebracht !
Wij werden ontvangen en naar de slaapzaal gebracht om er de kleren in de kastjes te doen, daarna werd er besproken hoe alles zou verlopen, allemaal keurig leek het.
Er gingen maanden voorbij van heimwee , slecht eten ( het eten was niet te eten ) en veel straf en daarna kreeg ik er een groot probleem bij, want was ik , voordat ik er kwam zindelijk, vanaf die tijd plaste ik elke nacht in bed.
Ik moest vroeg op, voordat de andere jongens wakker werden om alles te verschonen en me te wassen, waarmee het ergste begon want de broeder hielp mij met wassen en kwam altijd tussen mijn benen terecht, begon mij dan te strelen en moest ik toezien hoe hij zichzelf daarna aftrok.
Na enige tijd moest ik hem dan onder zijn rok voelen hoe zijn lid stijf werd en vertelde hij mij dat ik zo een man zou worden en een erectie zou krijgen, wil er verder niet op ingaan , maar het heeft mijn verdere leven, al duurde dit "maar" 2 jaar wel helemaal verpest !
Ik kreeg ook vaak en veel sraf , dan moest ik 'savonds op het kamertje van de broeder komen die mij dan de keus gaf : of strafregels schrijven of slaag en ik koos altijd het laatste omdat ik daar het eerste vanaf was, al deed het verschrikkelijk pijn want hij gebruikte een ( honkbal ) knuppel en sloeg hard !
In het tweede jaar ben ik er even tussenuit geweest : schopte de bal over de muur en vroeg of ik hem mocht halen, en toen dat mocht schopte ik hem terug over de muur en zette het op een rennen, had het geld van mijn moeder nog in mijn zak ( nog niet ingeleverd ) en liep naar Kerkrade, nam daarna de bus naar Heerlen, toen met de trein naar Sittard waarna ik overstapte naar Roermond , hoe ik thuis ben gekomen weet ik niet precies meer, maar het is mij gelukt op twaalfjarige leeftijd.....alleen, ik werd de volgende dag weer teruggebracht, kon mijn verhaal niet bij mijn ouders kwijt, ze geloofden je niet, zo was dat vroeger in een christelijk gezin...en alles waarvoor ik weggelopen was begon weer opnieuw !
In mijn verdere leven heb ik het moeielijk gehad , al liet ik dit aan de buitenkant niet blijken.
Mijn militaire diensttijd verliep alles behalve normaal en ook met mijn relatie's met meisjes had ik problemen en de vernederingen en slaag die ik in die 2 jaren van mijn leven had moeten ondergaan bracht ik later zelf over op mijn vrouw en kinderen, waardoor het hele gezin er onder heeft geleden ! en dat allemaal door Bleijerheide, wat Blijerheide had moeten zijn....
Jaren geleden ben ik er eens naar teruggegaan, maar de ergste van allemaal was dood, en dacht toen nog : mocht hij nu voor mij staan dan knoopte ik hem op aan/met zijn eigen koord !
Beste Bert, ik heb lang gewacht voordat ik contact met je zocht, maar ben nu blij dit toch te hebben gedaan, want al kan niets die tijd en het gevolg ervan meer goedmaken, geloven doe ik allang niet meer...
Wil je bedanken voor de actie die jij en Luc samen voeren en hoop dat jullie bereiken wat wij allemaal willen : opheldering en genoegdoening voor alles wat die schijn-heiligen ons hebben aangedaan !
37)
Beste Bert,
Ik heb vanaf mijn 11e tot mijn 16e jaar op het internaat Bleijerheide gezeten. Tot voor kort heb ik mijn ervaringen daar alleen met mijn vrouw en een beetje met mijn kinderen kunnen delen.
Een tijd geleden heb ik een journalist A H benaderd. Een week later heeft W D terug gebeld en in een gesprek van ongeveer een uur heb ik mijn verhaal gedaan.
Hij heeft mij ook verteld dat ik niet de enige was en dat ik de krant en de televisie maar in de gaten moest houden.
Hij heeft mijn verhaal en dat van nog 2 lotgenoten gepubliceerd op Zaterdag 13 maart j.l. in zowel De Limburger , De Gelderlander, etc. Hij heeft mijn Huub Reumkes genoemd. In dit artikel staat ook hoe groot de invloed van de kerk op mijn ouders was. Ze weigerde mij te geloven want Franciscanen deden zoiets niet. Mijn vader heeft zich 23 jaar geleden bij mij verontschuldigd en die heb ik geaccepteerd. Mijn moeder weigert tot heden te geloven wat ik heb meegemaakt. Zelfs niet met de krant en het nieuws van jullie verhaal.
In de periode dat ik daar was 1967 t/m 1972 heb ik ( bekend onder nummer 167) diverse zeer onprettige dingen meegemaakt, maar het aller ergste was nog dat als ik thuis mijn verhaal deed dat, zowel mijn vader alsook mijn moeder reageerde met de opmerking: zwijg nu maar want zoiets doen Franciscanen niet.
Ik ben, vooral de eerste 2 jaar, zowel Sexueel alsook fysiek misbruikt.
Regelmatig Sexueel door de ziekenbroeder ( zijn naam is mij ontschoten omdat hij toen ik 13 was er opeens niet meer was) alsook door broeders Otto. Stephanus. en Jacobus. Fysiek was het gebruikelijk dat er lijfstraffen gegeven werden, dit was ik van thuis helemaal niet gewend want mijn vader sloeg nooit. En voor een kind van 11 jaar oud die zijn naam verliest en nummer 167 wordt en daarbij gestraft wordt onder een natte douche vaker met het koord dan met de hand is dit onvoorstelbaar.
Op mijn 12e ben ik een nacht van de ziekenzaal gevlucht naar het Wormdal, omdat de ziekenbroeder minstens een uur met mijn geslachtsdeel speelde.
Ik ben 2 dagen en nachten, in de winter in het Wormdal geweest. Door kou en honger ben ik van daar naar Brunssum gelopen. Toen ik thuis aankwam werd mij gezegd dat de politie mij overal aan het zoeken was. Na een warme douche en een beker melk heeft mijn vader de auto uit de garage gehaald en mij naar het internaat teruggebracht. Mijn ouders weigerde mij te geloven.
Deze 5 (jeugd) jaren zijn mij ontnomen, ik heb dingen moeten ervaren die ik mijn ergste vijand niet gun.
Mijn geloof heb ik niet verloren maar wel in die god die mij uit mijn jeugd bijstaat en waar mij als klein kind wonderlijke dingen over verteld werden.
Ik weet dat de meeste van de daders gestorven zijn en ik hoop dat ze nog eens terug gedacht hebben aan al hun, zeer jonge naïeve, slachtoffers wiens jeugd ze geknakt hebben toen die net begon.
Ik heb de krant van vandaag gelezen en ik denk dat ik in jouw visie mee moet gaan “dossier 14” i.p.v. een mega claim.
Ook ben ik jou en Luc er dankbaar voor dat je de deksel van een 40 jaar verstopte beerput afgetrokken hebt.
Die voor mij zowel tranen alsook opluchting alsook begrip, bijvoorbeeld van mijn zusjes opgeleverd heeft. Alleen nu alles weer naar bovenkomt vind ik dat er op een of andere mannier, die er toe doet, recht gedaan moet worden aan een ieder van ons die deze erbarmelijke toestanden heeft moeten ondergaan.
Met vriendelijke groet,
Hub Peters
38)
Poging tot doodslag. Dit betreft broeder Lucas. Een Bleijerheide leerling schreef aan MeaCulpa: Broeder Lucas 6e klas had in mijn ogen een seksuele afwijking waar ik zelf overigens geen last van heb gehad. Hij sprak vaak over zijn moeder en dat die seksuele voorlichting gaf door zich helemaal uit de kleden, en de punten aanwees en wreef waar een vrouw van opgewonden raakt. Verder is een goede schoolvriend Cor Claessen uit Maasband Stein overleden met hem ben ik samen misdienaar geweest bij Pater Landrio, die heeft naar dat ik weet enorm veel last gehad o.a. van broeder Lucas. Cor werd ook regelmatig met een grote eikenhouten blok bekogeld, hij was een hard werkende boeren zoon. Ongeveer tien jaar gelden heeft hij zichzelf van het leven beroofd, dit was niet voor niets, hij heeft buiten het seksuele misbruik ook een keer een voltreffer tegen zijn hoofd gehad van de eikenhouten blok van broeder Lucas. Na deze daad heeft hij nooit meer goed kunnen functioneren en is later in de Pepijn in Echt beland, en op weekend verlof heeft hij er een einde aan gemaakt.
39)
Beste Bert,
Jij kent mij niet maar ik heb het gevoel alsof we samen vier jaren op pensionaat hebben gezeten.
Al jouw verhalen die ik via de diverse media hoor konden mijn verhalen zijn.
Ik weet zelf niet zo goed wat verder te doen.
Ik volg jouw oproep voorlopig maar om niet mee te doen aan het onderzoek van Deetman.
Ik heb mij dus ook nog niet aangemeld bij “Hulp en Recht” of moet ik dat juist wel doen?
Zowel mijn broer als ik hebben verschrikkelijk geleden onder het pensionaat regime.
Ik denk dat jij een van ons tweeën moet hebben meegemaakt.
Ik was er van 1962 – 1966 (lichting Jos Slangen) Mijn broer, Jos Wouters, was vier jaren voor mij op het pensionaat.
Mijn seksueel misbruik vond plaats bij de broeder verpleger (ik weet zijn naam niet meer).
Onnodig en veelvuldig betasten en bekijken. Ik heb overigens de herinnering aan een dokter die van extern kwam die daar aan mee deed.
Onderstaand stukje van jouw hand is precies mijn verhaal!
“Meerdere broeders maakten misbruik van jonge jongens, weet Smeets. Ze dwaalden 's nachts door de slaapzalen; sommige broeders stonden naast de bedden te masturberen. Als er werd gedoucht, waren daar "op de een of andere manier" altijd heel veel broeders te vinden. "Bezeerde je je knie bij het voetballen, dan moest je naar de ziekenboeg. Daar moest je je altijd helemaal uitkleden. Altijd, al had je pijn aan je pink. Er werd gevoeld en gekeken, 'per ongeluk' gestreeld, ze kwamen heel dicht bij je staan of raakten jou eventjes met hun geslachtsdeel. Je liep continu gevaar."
Lijfstraffen waren ook aan de orde van de dag. Stokslagen op de blote billen, forse meppen met de hand: het was dagelijks gebruik.”
Al de verhalen die boven komen over de fysieke mishandeling grijpen mij tot op heden zeer aan.
Naar aanleiding van jullie bezoek aan Br. Alphons voelde ik de drang om een ingezonden stuk in de Limburger te plaatsen (zie bijlage)
Hieronder het niet ingekorte stuk:
“Gerrie Schobben weet van enkele collega's over seksueel misbruik van jongeren op het jongenspensionaat Blijerheide.
Gerrie Schobben (alias broeder Alphons) heeft mij vier jaren lang een zeer onveilig gevoel gegeven doordat hij extreem geweldadig
iemand kon afrossen: dit alles onder de noemer corrigerende tik.
Zijn reacties waren zo onverwachts en buitenproportioneel dat hij op dat moment leek gedreven door opgekropte seksuele frustraties.
Ik weet dat ik destijds daar zo al over dacht.
Een voorbeeld: in de studiezaal werd een behoorlijk grote stoffer klaar gelegd om, wanneer iemand betrapt werd op praten, hem hier mee af te rossen.
Dit gebeurde onder een traag opvoerend toneelstukje voor het oog van een ieder, dat dan als voorbeeld moest dienen.
Het kwam meer dan eens voor dat de stoffer stuk geslagen werd.
Het meest dramatische moment dat ik mij nog kan herinneren.
In de eetzaal roept broeder Alphons de naam van een leerling die zich godzijdank met zijn gezicht de verkeerde kant opdraait. Want op het moment dat hij zich omdraait is een sleutelbos met ongeveer 15 sleutels, over een afstand van 20 meter,onderweg richting zijn hoofd en mist hem op een haar na.
De man had dood kunnen zijn en broeder Alphons in het gevang.
Deze geweldadigheden waarin ik mij vier jaren heb moeten handhaven hebben mij een onveilig basisgevoel gegeven waar ik tot op de dag van vandaag nog last van heb.
Deze geestelijke mishandeling is naar mijn mening qua ernst vergelijkbaar met het nu genoemde seksueel misbruik.
Dus broeder Alphons, als U een splinter ziet in andermans ogen vergeet dan vooral niet te kijken naar de balk in Uw eigen ogen.....!”
Helaas hebben ze het voorbeeld van de sleutelbos en de stoffer eruit gelaten.
Ook ik ben door Broeder S (ik neem aan dat je Servatius bedoeld) achterna gezeten met een bamboestokje dat hij voor deze gelegenheid boven op zijn chambrette had liggen. De aanleiding was dat ik ’s ochtens bij mijn kledingkastje mijn kuiten stond te masseren met een kledingborstel zoals de leraar ons de dag ervoor had aangeraden op school. Servatius vond dit belachelijk en omdat ik dat ontkende ging hij op zoek naar zijn bamboestokje boven op zijn chambrette.
Hijgend is hij een kwartier achter mij aangehold iedereen bezwerend dat zij mij moesten tegenhouden.
Dit tafereel eindigde bij de wasbakken waar ik mij tegen de spiegelwand aandrukte, Servatius lag met uitpuilende rooddoorlopen ogen half over de wasbakken en het bamboestokje zwiepte rakelings langs mijn pyjamajasje.
Vanuit zijn frustratie heeft hij een straf opgelegd dat ik nergens meer aan mee mocht doen en iedereen mij vier weken totaal moest negeren. (sociaal isolement)
Een straf die jou bekent voor moet komen.
Resumerend voor alle duidelijkheid de namen van de broeders die genoemd zijn
1 Broeder Monulphus (ziekenbroeder Bulletje)
2 Broeder Eymard (Dino)
3 Broeder Servatius (LS prefect)
4 Broeder Otho (wasserij/ fotograaf, de bonte hond)
5 Lebuinus (de heilige; bakkerij/ slaapzaal)
6 Pater Landric
7 Broeder Mansuetis
8 Broeder Vincent
9 Broeder Leonardus
10 Broeder Valentinus (lange Tinus)
11 Broeder Stephanus (VK)
12 Crispinus (overgeplaats Gemmenich, Belgie)
13 Broeder Jacobus (o.a slaapzaal toezicht)
14 Broeder Alphons (Funske, de Funs; slaapzalen toezicht)
15) broeder Lucas poging tot doodslag
Telt u even mee?
13 broeders, 1 Pater
Veertien geestelijken die zich vergrepen hebben aan kinderen op een en hetzelfde internaat St Maria ter Engelen te Bleijerheide voor wat betreft seksueel misbruik en/of lichamelijke mishandeling
Persoonlijke voetnoot!
Het is de kerk van mijn moeder en de kerk van mijn Oma. Mijn Oma een oprechte, overtuigd gelovige, ze was op haar mooist wanneer zij bad. Katholiek tot op het bot, en in haar oneindige liefdesziel vergeve mijn aanval op het huichelachtige bolwerk van de kerk. Maar dit lieve Oma is ‘Het verwaarloosde verleden van de Engelen jongens’.
Bert Smeets