Vredesinternaat te Bleijerheide

Vandaag wilde ik een aanvulling / commentaar geven bij onze grote vriend, broeder Servatius, Franciscaan. Uit onverwachte hoek kregen we een steunbetuiging die ik jullie en de commissie Deetman uiteraard niet wil onthouden:

Paus Benedictus XVI heeft donderdag ”vol schaamte” toegegeven dat het christendom geweld heeft gebruikt in zijn lange historie.  De paus sprak op een bijeenkomst van ongeveer 300 leiders van allerlei religies in Assisi, thuisstad van de heilige Franciscus. Hij voegde eraan toe dat bij het geweld ”duidelijk sprake was van misbruik van het christelijke geloof, tegenstrijdig met zijn ware karakter”. (einde quote Benedictus).

Servatius was een viespeuk en een sadist. Ik heb hem jongens af zien ranselen om niets, mijzelf inbegrepen. Hij had ook de gewoonte om als het licht uit ging op de slaapzaal langs de bedden te lopen om te kijken of er iemand niet in slaap was en ging dan op de rand van zijn bed zitten, en dan ging zijn hand soms onder de dekens. Bij mij heeft hij dat nooit gedaan, ik deed altijd net of ik sliep zodra het licht uit ging. Wel had hij de gewoonte om tegen je aan te rijden bij elke gelegenheid die zich voordeed. Je hoefde maar iets verkeerd te doen of hij werd kwaad, gooide met kopjes, of iets wat er voor handen lag. Ook kwam hij vaak de douche in om te kijken ,rug schoon,voeten schoon, en oortjes moeten glimmen,en dit (en dan tikte hij op je plasser) ook schoon maken. Als je pech had kwam hij later terug om te kijken of ALLES inderdaad schoon was. Deze gefrustreede kindermisbruiker hoort thuis in het rijtje waar Benno. L ook onder valt. Hij was een pure sadist. Ik ben blij dat hij niet meer de kans krijgt om zich te vergrijpen aan kinderen die zich uit angst voor tegenmaatregelen zich maar stil moesten houden en dit voor de rest van hun leven met zich mee moeten dragen. Servatius heeft mij een paar maal betast, een maal tijdens het omkleden voor de gymles, en nog twee maal onder de douche. Maar vaker nog stond hij tegen je aan te wrijven en te rijden.

We zullen de komende dagen enkele verhalen uit het Engelen dossier over Bleijerheide publiceren. Ik wil hier mijn eigen commentaar aan toevoegen daar we de hulp die wij kunnen bieden bij steun bewijzen, groter en toegankelijker te maken. Anderen kunnen ook reageren op verhalen en hun commentaar geven, helderheid te brengen in de duistere misbruik zaken zoals wij die hebben meegemaakt op Bleijerheide, internationaal zedentehuis voor opgroeiende kinderen. Hieronder een getuigenis over broeder Jacobus die ik als eerste broeder leerde kennen en toezicht had op onze slaapzaal. Jacobus tilde ieder jongetje op een kistje na het tandenpoetsen en oren schoon maken. Terwijl hij dit deed ‘dwarrelde’ zijn handen langs je pyjama en soms moest je terug en controleerde hij uitgebreid je oren terwijl je hem hoorde hijgen. Ook zocht hij steeds een jongetje op in het hoekje achter de kastjes. Ik lag daar oorspronkelijk maar werd weggehaald omdat hij mij in de gaten wilde houden en zo een bed kreeg midden op de slaapzaal. Vaak hoorde je gekreun in de hoek, en op zekere dag was Jacobus weg…overgeplaatst.

Ik wil hierbij reeds melding maken van de namen van de twee broeders Fransiscanen welke in al die jaren de ontucht / het misbruik regelmatig met mij pleegden. Dit waren broeder Leonardus en broeder Jacobus. Er waren een aantal anderen die een aantal keren iets probeerden, maar mij uiteindelijk met rust lieten, vanwege mijn nogal fanatieke tegenstribbelingen. Leonardus en Jacobus waren echter, in mijn omstandigheden, voor mijn gevoel een paar “halfgoden”, die je konden maken en breken. Omtrent de aard en de details van het sexuele misbruik kan ik u in een later stadium op de hoogte stellen.

Een en ander heeft bij mij wel geleid tot een aantal nogal grote en zware kompleksen, waarmee ik in mijn verdere leven tientallen jaren heb “geworsteld”. Destijds, rond 1961 / 1962 heb ik mijn moeder en stiefvader van een en ander op de hoogte gebracht. Ik werd NIET geloofd (mijn moeder was nogal zeer fanatiek katholiek), maar er volgde vrijwel onmiddellijk een auto-rit van Maastricht naar Bleijerheide voor een langdurig gesprek met de (nieuwe) “overste” van het internaat.

Ik moest langdurig op de parkeerplaats in de auto blijven wachten en als het nodig zou zijn dan zouden ze mij wel roepen. Na afloop van het gesprek werd mij door mijn moeder o.a. het volgende verteld:

a.

de overste had toegegeven dat hij op de hoogte was van het feit dat er een enkele keer sprake was van “licht” sexueel misbruik

b.

als er een officeel onderzoek zou gaan plaatsvinden (en dat wilde IK) dan zouden naar alle waarschijnlijkheid de betreffende broeders worden overgeplaatst naar een plaats waar geen jongens waren, ze zouden dan bijvoorbeeld op het land moeten werken en voor de rest van hun leven “met een kruis boven hun hoofd rondlopen”.

c.

met name DEZE uitspraak heeft mijn moeder en stiefvader er uiteindelijk toe gebracht van iedere verdere aktie af te zien. Men kan in Bleijerheide, of wie of waar dan ook, niet de stelling blijven innemen, dat niemand ergens van op de hoogte was of iets heeft gemerkt. De overste van Bleijerheide was reeds in 1961 / 1962 wel degelijk op de hoogte van wat er zich binnen het internaat allemaal afspeelde.