Belgisch meldpunt nieuws

Mijn ervaring bij arbitrage van woensdag, 26 september 2012

Op woensdag, 26 september ging ik naar de Arbitrage in de Brederostraat 21 in Brussel. Ik was te voet onderweg van de metro naar the place to be, maar wist niet waar nummer 21 was. Tot ik ergens door een deur twee mannen in mooi kostuum, maar met een priesterkop, zag binnengaan. Daar was het dus! We gaven elkaar een beleefde hand, we moesten samen wachten in het salon. Ik wist niet wat zeggen, tot dat ene kostuum plots in de totale stilte tegen me zei : ‘Dit moet voor u niet gemakkelijk zijn, mevrouw.’ Hij is Cosijns, kanunnik, de dikke vriend van de bisschoppen dus. Ik was verbaasd dat net hij dat tegen me zei en ik dacht : ‘Amai, dat lijkt precies wat op erkenning, maar kan ik hem wel vertrouwen?’ Gelukkig kwamen ze ons roepen. We gingen de trap op en moesten een grote, chique kamer binnen, waar aan een tafel drie personen zaten : een vrouw en twee mannen. Ze stelden zich voor en gaven me weeral een beleefd handje. Eén man is magistraat, de andere criminoloog die zich bezighoudt met slachtofferhulp en de vrouw is kinderarts in het UZ van Leuven.

Deze drie gingen tegenover mij zitten, Cosijns en Vervliet (medewerker, maar geen geestelijke), links van mij. Rony, mijn man, zat rechts van mij.

Ze hadden allemaal een kopie van mijn dossier voor zich liggen. De magistraat opende het gesprek. Hij vroeg of het oké was dat hij mijn dossier overliep, kwestie van na te gaan of het wel degelijk mijn dossier was en of het klopte. Ja dus. Ik heb er nog enkele dingen aan toegevoegd.

De criminoloog vroeg me wat ik verlangde van de Kerk als erkenning. Ik heb Cosijns heel rustig aangekeken en hem gezegd dat ik het niet goed wist, omdat ik altijd moest horen tot nu toe dat bidden wel zou helpen en vergeving ook, maar dat dit dus helemaal geen erkenning is, want dat je niet kan vergeven als de dader geen berouw toont. Ik heb hem dan verteld hoe mijn dader reageerde toen ik met hem een confrontatie had in ’97. Hij zei eerst tegen mij dat hij geen geld had en dat ik medelijden moest hebben met hem omdat hij bijna geen tanden meer in zijn mond had. Na mijn verhaal, zei mijn dader dat hij het niet meer goed wist en dat het toch allemaal zo erg niet was. Heb tegen Cosijns ook gezegd dat de confraters van mijn dader het allemaal wisten en het goedkeurden en dat sommigen waarschijnlijk hetzelfde deden als hij. Ik stelde deze vraag aan Cosijns : ‘Hoe denkt u mij erkenning te kunnen geven?’ Hij zei dat hij zich excuseerde, dat ze er fout mee omgegaan waren, dat het niet had mogen gebeuren, maar dat het verleden niet terugkomt, dat hij mijn kinderjaren niet terug kon geven, maar dat hij hoopte dat ik met mijn leven en toekomst vooruit kon.

Ik heb hem gevraagd waarom het zo lang geduurd heeft eer ze er wat deftig op reageerden. Waarom ze gewacht hebben tot ze met hun rug tegen de muur stonden, dat ze dit hadden kunnen vermijden als ze ons direct erkenning gegeven zouden hebben. Ik heb hem verteld dat ik van Danneels toen een brief kreeg over vergeving en bidden en dat hij veel slachtoffers weigerde te zien, laat staan naar hen te luisteren. Ik zei dan ook dat ik in het parlement gezien heb hoe de Kerkoversten daar zaten te liegen en dat het walgelijk was. De magistraat zei dat ik gelijk had. Cosijns zei nog eens dat ze verkeerd waren.

Ik heb dan tegen Cosijns gezegd dat hij zijn oversten eens goed moet laten nadenken over het celibaat, want dat die opleiding en het celibaat ervoor zorgen dat er zoveel misbruik bestaat. Hij antwoordde dat het binnen het gezin ook gebeurt en dat het celibaat daar niks mee te maken heeft. De drie tegenover mij zeiden dat hij dat zeker moest zeggen, dat het er wel iets mee te maken heeft. De criminoloog zei dat de geestelijken een arm sociaal leven hebben en hij zei dat ik gelijk had. Maar aan de houding van Cosijns kon ik wel zien dat dit een utopie is. Ik zei hem dat ik dat binnen het gezin ook erg vind, maar dat ik hier bij de Kerk zat en niet in een incest-gezin en dat hij geen appelen met peren mocht vergelijken.

Ik zei hem ook dat het misbruik binnen de Kerk niet hetzelfde is als ergens anders, omdat de Kerk altijd het goede predikt en het voorbeeld geeft en tegen iedereen zegt wat moet en niet mag en dat ze het zelf niet kunnen toepassen, dat hun leer niet in overeenstemming te brengen is met hun daden. Geen antwoord van hem, maar die drie anderen waren altijd maar instemmend aan het knikken.

Ik heb Cosijns dan ook gevraagd hoe hij naar de toekomst kijkt, wat ze in de Kerk gaan doen om dat misbruik aan te pakken, wat ze preventief gaan doen. Hij antwoordde dat de WMK in oktober een uitnodiging zal krijgen om met de bisschoppen rond de tafel te gaan zitten om dit te bespreken.

De kinderarts vroeg me waarom ik net in 97 gesproken had. Ik antwoordde dat Dutroux ervoor iets tussen zat, maar dat ik al vroeger wou spreken, maar dat mijn huisarts het me jammer genoeg afraadde. Zei haar ook dat ik toen jonge kinderen had, de jongste een klein dochtertje was en dat ik veel schrik had voor hen en dat ik niet wou dat één van mijn kinderen dit met mijn dader zou kunnen meemaken. Ik zei tegen Cosijns dat hij waarschijnlijk niet weet wat kinderen hebben is, maar tegen de drie anderen heb ik gezegd dat ik hoop dat geen van hun kinderen dit ooit moet ondergaan.

Ik heb dan aan Cosijns ook gevraagd of hij wel beseft hoe erg kindermisbruik is, dat ik ‘verkeerd gebruikt’ ben voor de seksuele behoeftes van mijn dader. Heb hem dan verteld hoe mijn jeugdjaren eruit zagen : met een gemiddelde van drie keer per week verkrachting, met woord en daad afgedreigd worden dat ik moest zwijgen, streng opgevoed thuis, schrik hebben, me vies en vuil voelen en daarom maar eten zodat ik heel dik werd, helemaal geïsoleerd : verkracht worden en voor school werken en op mijn kamer zitten. Hij keek op de duur naar de grond, hij leek wel beschaamd.

Heb hem gevraagd waarom Vangheluwe niet gestraft is. Hij lachte eens en antwoordde dat hij wel gestraft is, want hij mag het land niet meer in, mag zijn functie niet meer uitoefenen, moet zwijgen. Ik zei dat het dus nog niks veranderd was op dit gebied. Einde onderwerp…

Uiteindelijk heb ik gezegd dat ik na dit gesprek nooit meer over mijn misbruik wil praten, dat het voor mij nu gedaan is en dat ik verder wil met de rest van mijn leven. De kinderarts zei dat het niet gemakkelijk voor mij moet geweest zijn toen Vangheluwe op de proppen kwam en zeker niet met de Werkgroep omdat alles dan weer opgerakeld werd en de wonden telkens opgerakeld werden. Ik heb gezegd dat ik niet stop met slachtoffers te beluisteren of te helpen waar ik kan. Dat vonden ze heel nobel.

Toen kwam de kwestie ‘schadevergoeding’. Ik vroeg aan Cosijns waarom ze in het parlement nog zeiden dat er geen geld was voor ons, geen fonds en nu plots wel. Geen antwoord.

De magistraat gaf me drie papieren met juridische paragrafen. Ik moest dan naar een salon, die papieren lezen. Ondertussen zouden de drie ‘rechters’ beraadslagen hoeveel schadevergoeding ik verdiende. Ik kan me vinden in die papieren, behalve in de paragraaf waarin staat dat ik nooit meer de naam van mijn dader, noch de datum, noch de plaats van het misbruik mag noemen. Dat is weeral hun goeie naam willen bewaren. Toen ik terug in de eerste kamer kwam, heb ik gezegd dat ik dat niet goed vind, maar als ik wil dat dat eruit gaat, moet ik hogerop en dat wil ik niet meer. Zo zie je maar, ze blijven nog altijd dezelfden als het erop aankomt. Ik heb gezegd : ‘Oké, ik zal deze feiten nooit meer in publiek noemen, maar dan moeten jullie me wel beloven dat alle lofbetuigingen over mijn dader van het internet en uit de archieven verdwijnen. Cosijns zei dat dat niet mogelijk was, maar ik hield het been stijf en de drie ‘rechters’ gaven hem de opdracht dat voor mij te doen. Hij moet mij in BCC zetten als hij daarover communiceert met de oversten van de congregatie. Ben benieuwd…

Toen zei de magistraat dat ze mij 7000 euro schadevergoeding wilden betalen, omdat het over verkrachting ging, meerdere malen gebeurd en onder de 16.  7000 euro is categorie drie. Ik vroeg wat je dan wel niet moest ondergaan voor categorie vier, tot max 25 000 euro. Wel, dan moet je via juridische weg kunnen aantonen dat je onherstelbare schade hebt opgelopen, zoals : geen diploma hebben, geen job, geen vaste relatie, geen kinderen, in de psychiatrie gezeten hebben of er zitten, veel medicatie. In korte woorden : niet kunnen functioneren dus. De kinderarts opende haar boek en las me de tekst van categorie drie en vier voor. Ik zei dat die 7000 euro oké waren voor mij, want dat ik echt geen zin meer heb in procederen, aangezien ik al gezegd had dat ik verder wil met mijn leven. Ze zei dat ik heel sterk ben, moedig en dat ik het heel goed gedaan heb.

Toen moest ik ondertekenen en het was afgelopen. Weeral de beleefde handjes schudden en ik heb tegen Cosijns nog gezegd dat hij nu heel hard moest nadenken en hard moest werken om de slachtoffers goed te helpen.

Ziezo, dat is het verslag van mijn ervaring van gisteren. Al bij al niet zo negatief, maar ook niet helemaal positief.

Wat ik nog wil zeggen, is dit : Voor de slachtoffers die niet mondig genoeg of bang zijn, neem iemand mee. Je partner, je kind, je advocaat, je dokter, je therapeut. Zij die veel schadevergoeding willen, neem een advocaat mee. Als je bij de Class-action aangesloten bent, kan je Vansteenbrugge vragen om mee te gaan. Ten slotte nog dit : geef niet op, die ‘rechters’ aan de overkant van de tafel zijn echt wel naar jou aan het luisteren en nemen het voor je op.

Veel sterkte!

Linda Opdebeeck