Erkenning, genoegdoening

Den Haag, 26 juni 2014

Aan:

de voorzitter van de Bisschoppenconferentie

kardinaal dr. W.J. Eijk

de voorzitter van de Konferentie Nederlandse Religieuzen

broeder drs. C.J.H.M. van Dam

Geachte kardinaal, geachte broeder

De afgelopen jaren ben ik betrokken geweest bij onderzoek naar seksueel misbruik van en geweld tegen minderjarigen die aan de zorg van de Rooms-Katholieke Kerk waren toevertrouwd. Als uitvloeisel van dit onderzoek zijn regelingen tot stand gekomen om slachtoffers erkenning, genoegdoening en een financiële tegemoetkoming te bieden. De Rooms-Katholieke Kerk in Nederland heeft haar verantwoordelijkheid uitdrukkelijk genomen en blijft doende slachtoffers te helpen het ondervonden leed te verzachten door erkenning en genoegdoening in de vorm van het faciliteren van hulp, het geven van financiële tegemoetkomingen en het openstaan voor (verzoenings)gesprekken.

U heeft mij in 2013 gevraagd u te adviseren over de wijze waarop moet worden omgegaan met klachten over excessief fysiek en/of psychisch geweld. U heeft op mijn advies hiervoor een regeling tot stand gebracht en een commissie belast met de uitvoering hiervan.

De commissie is eind 2013 begonnen met haar activiteiten en is haar werkzaamheden aan het afronden. De commissie heeft mij op 26 mei jl. ingelicht over de wijze waarop ze de aan haar toevertrouwde opdracht heeft uitgevoerd. Hierbij bied ik haar verantwoording aan die ik zal toevoegen aan mijn monitorrapportage. Met de opstelling van mijn monitorrapportage ben ik druk doende. Met lotgenotenorganisaties ben ik hierover in gesprek, met uw organisaties en uw vertegenwoordigers spreek ik hierover. Individuele slachtoffers heb ik via de lotgenotenorganisaties opgeroepen mij van voor deze rapportage benodigde informatie te voorzien. Overleg met vertrouwenspersonen en met juridisch adviseurs is gaande. Ik hoop u op afzienbare termijn mijn bevindingen te presenteren, die gelijktijdig ook openbaar worden gemaakt.

Thans dus een tussenstand, die betrekking heeft op de regeling voor de behandeling van klachten over excessief geweld. De commissie is niet alleen afgegaan op recente uitdrukkelijke klachten op dit gebied, maar heeft ook gezocht in al eerder ingediende klachten en meldingen naar berichten en vermeldingen van excessief geweld. In totaal zijn bijna vierduizend klachten en meldingen onderzocht. Dat is op een systematische, naar objectieve standaarden gedegen en onafhankelijke wijze gebeurd. De commissie heeft haar werkzaamheden ook transparant uitgevoerd, niet alleen naar u toe, maar ook naar lotgenotengroepen waarmee zes keer is overlegd. De eerste keer op 14 november 2013 en onlangs nog op 26 mei 2014. Mijn brief en de verantwoording stuur ik naar KLOKK, Mea Culpa United en het VPKK.

Morgen ontvangen meer dan 350 slachtoffers van fysiek en psychisch geweld een bericht van erkenning van en genoegdoening voor wat hen is aangedaan. De desbetreffende brieven zijn vandaag verzonden of komen op korte termijn bij al diegenen die zo’n bericht mogen verwachten. Deze slachtoffers wordt gewezen op mogelijkheden voor hulp, professionele ondersteuning en gesprekken die de slachtoffers herstel en wellicht verzoening kunnen brengen. Een groot aantal van deze slachtoffers ken ik persoonlijk. Ze meldden zich vaak in de eerste dagen dat u mij vroeg een voorstel te doen voor een onderzoek naar misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. Vaak waren ze slachtoffer van seksueel misbruik én geweld, maar soms ook uitsluitend van geweld. Ik ontmoette ze bij gesprekken, tijdens bijeenkomsten en een aantal van hen zijn actief binnen de organisaties die de belangen van slachtoffers behartigen. Graag dank ik hen voor hun inzet.

Van harte spreek ik uit dat vandaag een belangrijke stap is ingezet bij de inlossing van uw toezegging om voor slachtoffers al het mogelijke te doen. Namens de commissie dank ik u voor het bieden van de ruimte om die toezegging in te lossen.

Met vriendelijke groeten,

drs. W.J. Deetman

Postbus 556 2501 CN Den Haag