Zoek de verschillen

Zoek de verschillen met nu, de wijze waarop het een en ander geregeld is in en buiten kerkelijke instellingen. Op 29 November  2010 pubiceerden wij ons eerste zwartboek. Hier op verzoek het gehele document.

Zwartboek Hulp en Recht…de deksel van de Doofpot.

Het Hulp en Recht Rapport

Aanklacht tegen Hulp en Recht, de bisschoppen en allen die het niet hebben geweten

Stichting Mea Culpa United

Of hoe kerkelijke autoriteiten omgaan met klachten over seksueel misbruik binnen haar kerk…en hoe de Staat toekijkt.

In 2006 werd in Ierland de Murphy commissie ingesteld, oorspronkelijk zou de commissie onderzoek doen naar het seksueel misbruik door een aantal priesters in het bisdom Dublin en moest binnen 18 maanden met de resultaten van haar onderzoek komen, maar er waren zoveel beschuldigingen en bewijzen rondom de 46 onderzochte priesters dat de commissie extra tijd kreeg voor haar onderzoek.

De commissie deed geen poging om te onderzoeken of de beschuldigde priesters zich daadwerkelijk hadden vergrepen aan de kinderen, maar het onderzoek richtte zich vooral op hoe de RK Kerk en Staat om waren gegaan met meldingen en klachten over seksueel misbruik.

Het ‘Hulp en Recht rapport’ is een kleine greep uit meldingen gedaan aan Mea Culpa United. Het afgelopen jaar zijn er dermate veel klachten over Hulp en Recht binnengekomen, dat wij de Nederlandse staat, het OM, alle politieke partijen en de heer Deetman vragen om zijn commissie dezelfde weg te laten bewandelen als rechter Ivonne Murphy. Onderzoek de gang van zaken rond het seksueel misbruik van kinderen in kerkelijke instellingen door middel van een parlementaire enquête. Breng die in kaart en verbindt daar juridische consequenties aan. Hulp en Recht bestaat sinds 1995.

Ook wijzen wij erop dat de commissie Samson nog geen contact met ons heeft opgenomen. Bij MeaCulpaUnited zijn talloze meldingen binnen gekomen over kinderen die door jeugdzorg of kinderbescherming uit huis zijn geplaatst in instellingen en internaten onder een RK regiem. Terwijl de Staat aan zet was omdat zij de zorgplicht voor deze kinderen van de ouders overgenomen had, werden veel van deze kinderen in die tehuizen misbruikt en emotioneel en fysiek mishandeld. Hier is de Staat mede verantwoordelijk voor. Neem die verantwoordelijkheid op en zuiver die zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Er mag geen herhaling komen. Een moreel appel op onze Politieke Partijen is hier op zijn plaats.

Wij willen geen Canoniek RECHT of Pastorale HULP via een geïsoleerd getuigen bij de RK Kerk. Wij zijn voorstander van een collectieve erkenning en genoegdoening voor alle overlevers van Kerkelijk misbruik! Zo vlak voor Kerst is het thema Vrede altijd actueel dit is iedere overlever gegund die het afgelopen jaar van de ene commissie naar de andere commissie is gestuurd. We eisen nu recht! Recht op een onafhankelijk onderzoek.

Bert Smeets

KLACHTENBUNDEL EN AANMERKINGEN OP FUNCTIONEREN HULP EN RECHT.

Denk je dat er omvangrijke archieven zijn bij Hulp & Recht ? Mij viel n.l. de volgende bepaling op in de procedures op hun site: “19.2 Na afronding van een procedure worden de daarop betrekking hebbende stukken vernietigd zodra de termijn voor bezwaar en/of beroep is verstreken, met uitzondering van: het advies en de daarbij gevoegde bijlagen”. Nu is mij uit de beschrijving niet geheel duidelijk wat dan vernietigd wordt en wat bewaard (waar bestaan de bijlagen uit?) dus ik zou wel eens willen weten wat er vernietigd is. Het is gezien de wet op de privacy gebruikelijk om (persoons-)gegevens te wissen na een klachtenprocedure. Maar als er sprake is van strafbare feiten lijkt mij dat in strijd met de wet omdat het immers om bewijsmateriaal gaat.

————————————————————————————————————————————–

Op 6 oktober 2010 heb ik Hulp&Recht laten weten dat ik seksueel misbruikt ben door mijn heeroom, aalmoezenier en pater Marist. Op 8 oktober ontving ik een mail van hen dat mijn schrijven was ontvangen en dat zo spoedig mogelijk een dossier aangemaakt zou worden en ik een schriftelijke bevestiging zou ontvangen alsmede een juridisch adviseur toegewezen krijg. Op 25 oktober had ik nog niets ontvangen en heb hen een mail gestuurd met de vraag op welke termijn ik hun schrijven mocht verwachten. Op 27 oktober werd mij gezegd dat die zelfde week nog mijn dossier in orde gemaakt zou worden. Op 12 november nog steeds geen post. Opnieuw gemaild en dezelfde dag kreeg ik bericht met excuses en de mededeling dat mijn dossier met voorrang behandeld zal worden. Vandaag, 13 november ontving ik inderdaad een schriftelijk bericht van Hulp&Recht.

5 Weken heb ik mogen wachten op een standaard brief!

In die brief waren ook de naamsgegevens van de pleger niet correct overgenomen, werd mij een juridisch adviseur in Leiden toegewezen terwijl ik in Den Haag woon en is er met geen enkel woord gerept over de mogelijkheid een eigen juridisch adviseur in te schakelen, wiens honorarium dan door Hulp en Recht vergoed wordt, zoals op hun website wel vermeld staat.

Zo, dit is eruit.

Waarom ik jullie mail?

Zijn jullie meer klachten over de trage gang van zake omtrent de schriftelijke reacties bekend? Zijn jullie ervaringen bekend met de juridisch adviseurs toegewezen door Hulp & Recht? Zijn die echt wel onafhankelijk? Of krijgen deze juristen tientallen zaken via hen toegespeeld? Weten jullie hoe ik een eventuele eigen juridisch adviseur in kan schakelen, die dan het honorarium kan declareren bij Hulp & Recht?

Gezien de trage reacties van H&R en de onzorgvuldigheid in het overnemen van gegevens, is het wankele vertrouwen dat ik in deze organisatie had al helemaal verdwenen.

Hulp en Recht kwam naar voren als enige aanbieder van hulp voor de gezamelijke slachtoffers, geen enkele andere instantie sprong voor ons in de bres. nadat ik verschillende malen had geschreven en zelfs de burgemeester van Zoetermeer persoonlijk sprak bij Spui 25 in Amsterdam zelfs toen nog steeds werd ik niet seieus genomen en kreeg eenvoudig nul op request. niet eens een berichtje dat de klacht was binnengekomen. ik bestond niet voor hen, was lucht, tot op de dag van vandaag hoorde ik nooit meer iets van hen. ja, toen begon jij, ook ex slachtoffer, jouw actie. om je de waarheid te vertellen, het zal me worst wezen of behandelaar van klacht katholiek, protestant, moslim of hindoe is. ik wil serieus genomen worden, zoals denk ik alle anderen. dan komt er plots een slimme advocaat die zich aanbiedt voor ons op te treden, wel eerst pp.250, – euro dokken. bah, bah, bah, ik zou bijna denken dat deze meneer een Jezuit is. ‘nee,’ lacht hij fijntjes, dat vindt hij niet te duur… eerst worden we niet gehoord, niet serieus genomen, dan wordt ons verweten dat we naar een kerkelijke instantie gaan met de klacht, dan zouden we, nadat we eerst misbruikt zijn, moeten gaan betalen zodat onze zaak serieus genomen wordt. als het kopen van een aflaat. ik ben al decennia niet meer van de kerk, van geen enkele, maar om mij vervolgens op een farizeeër -achtige wijze te laten omkopen, nee dank je.

– __________________________________________________________________________________ Ik kreeg een berichtje van jullie over de Engelentocht. Dat triggerde mij weer dat ik mijn verhaal nog Niet naar jullie heb opgestuurd. Ik heb voorheen mijn verhaal wel gestuurd naar kerk en recht. Ik heb daar aangegeven dat ik van hun niet veel verwachte omdat de commissie is ingesteld door de kerk, ook Deetman doet me niets en heb ik voor bedankt. Ik vond het verhaal van Bert in het begin teveel op een kruistocht lijken maar hoezeer ik me meer verdiep in het onderwerp ben ik er van overtuigd dat de kerk bij de kladden pakken de beste oplossing is.

__________________________________________________________________________________

–Ik neem de commissie Deetman helemaal niet meer serieus. Een aantal maanden geleden heb ik contact gezocht met het meldpunt, ik zou terug gebeld worden nadat ik een 2 uur durend gesprek had over de telefoon. Een gesprek wat niet echt makkelijk was omdat je met de billen bloot moest en het erg beschamend was. Na dit gesprek ben ik weken finaal van slag geweest en kon ik niet meer normaal functioneren. Als dank laat het meldpunt je barsten en je verdrinken in je verdriet dat je jarenlang hebt onderdrukt. Crimineel zijn is 1 maar een crimineel maken heel erg makkelijk door ziek makende mensen.

 

 

Oktober 2010

Inmiddels hebben wij in een aantal zaken naar aanleiding van de verzonden aansprakelijkheidstellingen een reactie ontvangen. Aan deze reacties op de aansprakelijkstellingen is te zien dat de kerkelijke instellingen met elkaar overleg hebben gevoerd. Zij gaan niet in op de verzoeken tot overleg tot vergoeding van de schade, maar verwijzen door naar Hulp en Recht en de commissie Deetman. Beide instanties doen geen uitspraken over het vergoeden van de schade

————————————————————————————————————————————–

– 16 april 2010

-In de reactie van Hulp en Recht op mijn klacht m.b.t. de mij door de kerk aangedane mishandeling, mis ik bij de mogelijkheden om dit soort klachten te melden bij de politie c.q. de rechtbank. Dit acht ik wel van belang, temeer wij in een maatschappij leven waar er een scheiding van kerk en staat is en het gegeven van hetgeen in onze wetten verwoord is.

 

September 2010

Juist voordat het een en ander betreffende misbruik binnen Nederland in het nieuws kwam had ik een melding gemaakt bij Stichting Hulp en Recht. Via een juridisch adviseur is er een klaagschrift opgesteld en is er een hoorzitting geweest in Den Haag. Het gesprek was bijzonder plezierig en ik ben volledig in mijn gelijk gesteld. De dader die ook aanwezig was kon zich niets van seksueel misbruik herinneren. Het betreft ernstig misbruik van vele kinderen.

Ik heb veel schade geleden, ik schat wel € 10.000,- aan psychologische hulpverlening het laatste decennia. Hulp en recht wil daar echter niet over spreken en mijd dit onderwerp zelfs. Terwijl er wel iets over geschreven staat in het reglement. Maar omdat er nu zovele zijn moet dit wellicht aangepast worden?? Ik heb dus een verzoek daar neergelegd voor schadevergoeding, echte schade en smartengeld. Het heeft mijn leven namelijk enorm beïnvloed. Het laatste bericht was dat ik me maar moest richten aan de orde waar het misbruik heeft plaats gevonden.

________________________________________________________________________________

1980/2010!!!!

-ik heb bij hulp en recht voor de 2e keer aandacht voor mijn zaak gevraagd echter kwamen ze met een standaard brief met als aanhef Mevrouw/meneer . het lijkt er op dat ze niet de moeite hebben genomen om er maar iets persoonlijks van te maken (of te mogen maken).

het onderzoek van zowel Hulp en Recht als van de hr Deetman komt bij mij over als iets onpersoonlijks en is misschien wel interessant als leer momentje maar daar schiet ik niets mee op. ook moet ik constateren dat de kerk er zich wel heel makkelijk van af wil maken. zoals de uitspraak:

“Wir haben es nicht gewusst. Het is een beladen term. Maar het is wel waar”. Dat zegt kardinaal Ad Simonis dinsdag over het misbruik binnen katholieke instellingen in het actualiteitenprogramma Pauw & Witteman.

mag ik u er op wijzen dat ik reeds in 1980 aangifte heb gedaan van misbruik de aangifte is gedaan bij het bestuur van de leostichting en dit waren toch echt werknemers van de kerk of stonden in dienst van de kerk.de viespeuk in kwestie is ontslagen (dus het besef dat dit niet kan was aanwezig) als signalen van de werkvloer niet op stijgen tot de top zegt dat iets over de werknemers maar ook zeker over de top.

al met al ik heb gemeld!! Uw organisatie heeft gefaald!! en ik verwacht NU!! van U een start voor een oplossing!!

u kunt van mij aannemen dat als slachtoffer dit je leven bepaald, een sprekend voorbeeld, bij de verzorging van mijn kinderen was ik bang om dader te worden dit heeft gemaakt dat ik niet de band heb kunnen hebben die gewenst en gezond zou zijn (was er nou nazorg geweest in 1980 had het misschien anders geweest?) Mijn huwelijk is door mijn problematiek op de klippen gelopen (was er nou nazorg geweest in 1980 had het misschien anders geweest?) de laatste jaren is bij mij de beerput open gegaan en krijg hem niet meer dicht dit maakt dat werken voor mij een onmogelijkheid is geworden (was er nou nazorg geweest in 1980 had het misschien anders geweest?) en dan dacht u dat u zorgen had? nou…… het is de laatste tijd schering en inslag wat betreft moeilijke vragen af te doen met een onderzoek of commissie laat ondertussen het slachtoffer maar dood bloeden En mocht het niet te ontkennen zijn dan kun je altijd nog roepen dat het verjaard is. maar heb ik niet binnen de verjarings termijn mijn verhaal gedaan?

zoals eerder al aangegeven verwacht ik NU een gebaar , niet zijnde een onderzoekscommissie maar compensatie ik verwacht dat dit angstvallig zal worden afgewezen, en een beleeft verzoek om toch alstublieft geduldig te zijn. maar ik wacht als 30 jaar

ik verzoek u dan ook op korte termijn een passend voorstel te doen aan alle slachtoffers van uw barmhartigheid.

_________________________________________________________________________________ Augustus 2010 -Ik heb vorige week melding gemaakt bij Hulp en recht van misbruik op Hageveld in Heemstede (was vroeger een seminarie) omdat ik dacht dat het goed was om in ieder geval melding te maken, maar ik ben wat confused over de recente instelling van de Deetman commissie en zijn rol. Ik verwacht er niet veel van. Het is me onduidelijk wat zulk onderzoek moet voorstellen en wat er mee gedaan gaat worden.

Ik begrijp het verschil tussen melding, klacht, schadeclaim, vergoeding e.d., en heb het idee dat alle klachten toch in de “verjaard” bak terecht zullen komen. Ik wil me graag bij de actie groep Mea Culpa (mij schuld of hun schuld?) aan sluiten

Ik heb op 11 april 2010 een brief aan bisschop J. Punt van Haarlem geschreven omtrent mijn misbruik ervaringen op het seminarie en bisschoppelijk College Hageveld in Heemstede gedurende 1968-1974.

Ik begrijp dat er ondertussen 5 meldingen binnen zijn gekomen van misbruik op Hageveld van diezelfde periode. Dit staat vermeld op de website van het NRC en werd door de bisschop zelf bevestigd. De bisschop gaf aan dat volgens de archieven twee andere misbruik gevallen van voor 1967 bekend, erkend en afgehandeld waren.

Er zijn een aantal leken leraren genoemd (al of niet inwonende) en een aantal priesters, de toenmalig Regent (directeur) incluis. Met een medeslachtoffer kwam ik al gauw op een aantal van tientallen slachtoffers in de 6 jaren dat wij daar studeerden. Verder is er een groot zwijgen. Ook geen dader die zijn mond open doet, zelfs niet na pauselijk verzoek (…)

Van de reporters van de Wereldomroep en het Haarlems Dagblad hoor ik niet veel terug, maar misschien zijn ze nog in stilte verder aan het delven. Hulp en Recht gebruikt bij mij de bekende vertragings tactics waar ik veel over gelezen heb via ervaringen van anderen. Veel vertrouwen had ik natuurlijk al niet in het hele process – nu nog minder, maar ik wilde procedure volgen. Ik heb meer vertrouwen in een gecombineerde actie zoals via Mea Culpa (United) en heb me daarom al vroeg aangesloten.

Ik zoek bijval van medestudenten, met klachten of met getuigenissen van wat ze gezien hebben, op de school of op het internaat. Om deze reden zou ik je willen vragen om bijgaande copie van mijn brief aan de bisschop van Haarlem te willen publiceren, als dat passelijk zou zijn. Of heb je misschien een ander en beter creatief idee?——————————————-

maart 2010

Geachte bisschop Punt

Ik heb vernomen dat de afgelopen weken in Nederland zo’n 1300 meldingen van sexueel misbruik in katholieke instellingen zijn binnen gekomen bij “Hulp en Recht.” Een van deze betreft mijn eigen email notificatie van misbruik op seminarie College Hageveld in Heemstede, waar ik als interne student woonde in de periode 1968-1974. Mijn ouders hebben grote financiele offers moeten maken om hun oudste twee zoons op Hageveld te laten studeren. Ik denk dat ik mag stellen dat ik welhaast het beste prive onderwijs in Nederland in die tijd heb mogen ontvangen, ware het niet dat mijn leven daar onleefbaar is gemaakt door misbruik ervaringen met twee priesters en leken leraar: een was regent, de ander senior groups begeleider van de jongste jongens, en de derde was Engelse leraar.

In maart zijn er een aantal reacties binnengekomen op artikelen die verschenen op de website van Radio Nederland Wereldomroep en in het NRC Handelsblad, en die verwijzen naar misbruik op Hageveld.

De reden van mijn schrijven direct naar u, is van wege het feit dat Hageveld als seminarie, internaat en school toendertijd onder het bisdom Haarlem viel. Als zodanig zou u als verantwoordelijke bisschop ook betrokken zijn in misbruik kwesties die zich op Hageveld zouden hebben afgespeeld.

Het ligt niet in mijn bedoeling om in dit schrijven in details te treden. Het is mogelijk dat u reeds een en ander ter ore is gekomen over seminarie College Hageveld via Hulp en Recht of via andere bronnen. Ik ben zelf nog steeds bezig om een zo complete mogelijk persoonlijk misbruik relaas in rapport vorm samen te stellen. Zodra dit gereed is wordt het als volledige melding en klachten geschrift naar Hulp en Recht en naar Commissie Deetman doorgestuurd. Een eerste contact heb ik met beide reeds in de eerste helft van maart dit jaar gemaakt.

Als slachtoffer van misbruik in een katholieke instelling heb ik uw herderlijke brief van 10 maart gelezen en bestudeerd. Ik ben over het algemeen blij met uw empathische reactie, maar heb wat aantekeningen. Ook ben ik benieuwd hoe de bijzondere verantwoordelijkheid van de kerk zich practisch gezien gaat uitpakken.

In de tweede paragraaf verwijst u naar de groep van daders als een “…weliswaar kleine – groep paters, broeders en zusters…”. De mij tot nu toe bekende getuigenissen van andere ex-Hagevelders vertellen me dat deze groep ook priesters en leken leraren omvat die niet in uw brief genoemd worden. Of u de feitelijke misstanden in katholieke internaten niet heeft vermoed of zoals Mgr. Simonis het uitdrukte dat voor de kerk leiding gold: “wir haben es nicht gewusst”, kan ik begrijpen. Feit is dat daders in deze stille compliciteit in gesloten gemeenschappen hun gedreven praktijken met hun macht positie konden voortzetten en exploiteren. De daders “hatten es auch nicht gewusst” in de zin dat ze zich niet konden plaatsen in de vernedering van hun slachtoffers. Stilte maakt ook de kerkelijke authoriteiten medeplichtig. Voor slachtoffers heeft deze stilte een andere betekenis: geen externe validatie van hun ervaringen, in stilte verder vrezen en lijden, en proberen te overleven, alleen.

 

Mei 2010

gemeld bij Hulp en Recht. Ik voel hier een aarzeling. Melden bij de kerk heb ik eerder gedaan en de reactie was teleurstellend. Misschien heb ik ongelijk maar voorlopig voelt het bij mij nog als biechten bij de duivel.

Heb bij -Hulp en Recht- melding gemaakt van misbruik van mij op Klein Seminarie Rolduc tussen 1962 en 1968. Dit seksuele misbruik vond bijna dagelijks plaats. Steeds door dezelfde leraar/priester/biechtvader. Hij is inmiddels gestorven. Heb de beerput steeds zoveel mogelijk dicht proberen te houden. Na alle publicaties van de laatste tijd kan dat niet meer. Ook ik heb enorm mijn twijfels of een door de kerk opgerichte commissie de juiste is om nu eindelijk eens schoon schip te maken. Veel sterkte met je aktie.

Juni 2010

beste bert smeets ben blij met je reactie…..graag wil ik mijn verhaal doen..al hoewel het heel zwaar voor mij is……….ben namelijk onder behandeling van een maatschappelijk werkster……………heb geen vertrouwen in de welzijn………..heb me zelf altijd weer overeind geholpen.maar ja ik vind dat het nu wel moet en heb weer een poging gewaagd…………want verdriet en vooral woede gaat mij parten spelen……….had ook al een brief naar hulp en recht gestuurd niet dat ik daar vertrouwen in had.en van hun kreeg ik een brief terug dat ik moest schrijven naar de comissie deetman en dan moest ik daar mijn verhaal doen ………..nou mooi niet het mag van mij in de openheid heb ik geen problemen mee…..

maart 2010

Nu hoor ik van een lotgenote dat ze door Hulp en Recht is afgewezen omdat ze niet in een internaat woonde tijdens het misbruik Ik woonde ook niet in een internaat, maar leerde en werkte intern, mijn belaagster werkte daar ook Het kan toch niet zo zijn dat alleen mensen die in internaten woonden geholpen worden? Maar ook mensen die in andere situatie’s misbruikt worden?? Dat ook dit de aandacht verdiend en er ook voor die slachtoffers hulp zal zijn? Ik hoop dat ik hier een antwoord van u op zal krijgen! Ik ben ben wel ontzettend blij dat er EINDELIJK!!! aandacht aan wordt besteed en dat slachtoffers naar buiten mogen komen met hun verhaal Eindelijk wordt opengegooid dat religieuzen ook actieve pedofielen kunnen zijn.

__________________________________________________________________________________

In 1992 schreef ik P.. de waarheid. Dankzij hem was/is mijn leven één grote chaos. Hij heeft me mijn vader, mijn moeder, mijn familie en mijn vertrouwen in de mensheid ontnomen. In 2004, twee dagen na kerst, kreeg ik antwoord. Er lag er een anonieme ongefrankeerde envelop in de brievenbus. Ik herkende het handschrift direct. Het was een schuldbekentenisje van P. mét 4 briefjes van 50 euro. Ik vond dat zó beledigend dat ik het geld meteen retourneerde (zie bijlage). In september 2008 kreeg ik de kans persoonlijk mijn verhaal te doen bij bisschop Punt te Haarlem. P. werd op het matje geroepen, bekende dat hij tot op heden een verhouding heeft met mijn moeder en dat hij mij, een zus en broer seksueel misbruikt heeft. P. zou worden gesuspendeerd.

Eind november 2008 ontving ik daar een verslag over van bisschop Punt, die melding van deze zaak zou maken bij de instelling Hulp&Recht (zie bijlage).

Begin januari 2009 belde de secretaris van bisschop Punt, vicekanselier Jhr Mr van Weede met het verzoek of ik er niet voor kon zorgen dat het bezit/geld van P. verdeeld zou worden onder de 3 seksueel misbruikte kinderen. Dit naar aanleiding van een klaagtelefoontje van P. aan Van Weede. Blijkbaar eiste mijn broer onder bedreiging smartengeld van hem. Dat heeft hij naar zeggen ook gekregen. Ik heb Van Weede erop gewezen dat de kerk mij niet voor hun karretje kan spannen. Dat ik het schandalig en onverantwoord vind van de kerk om mij in te zetten om de zaak van mijn broer, die ik amper of nooit zie dóór de situatie, te sussen.

In april 2009 belde een andere broer me ontzet n.a.v. een aankondiging in de nieuwsbrief dekenaat Amsterdam; alsof er niets gebeurd is vierde P. in juni zijn 60-jarig jubileum. Van Weede’s antwoord: eens een priester altijd een priester. Op internet las ik dat P. bloemen kreeg van de kerk en zijn jubileum thuis vierde met oud-parochianen. Volgens Van Weede berustte dit alles op een communicatiefout.

Naar aanleiding van al het seksueel geweld door geestelijken over de hele wereld heb ik in maart 2010 een open brief aan de Volkskrant gestuurd en aan de instelling Hulp&Recht gevraagd of bisschop Punt wel melding had gemaakt van mijn zaak, omdat ik nog steeds geen reactie had ontvangen. Hulp&Recht wist van niks. Door deze totaal onverwachte en onbetrouwbare wending eiste ik wegens gederfde levensvreugde schadevergoeding. Daarop kwam het voorstel om een afspraak te maken met advocatenkantoor V, met Mr B. Op 21 april 2010 belde Van Weede over het artikel in de Volkskrant. Hij wilde weten wie daarachter zat. Tevens vertelde hij n.a.v. van het krantenartikel dat P. in mei 2009 het bisdom had gebeld. Hij wilde van zijn suspensie (die hem dus maar nét was opgelegd) af om zijn 60-jarig jubileum te vieren. Na het doorlopen van de Hulp&Recht procedure heeft Mr B. begin maart 2010 mijn aanklacht ingestuurd. Het is nu wachten op de zitting met de commissie BAC. Deze zal in de eerste helft van september plaatsvinden. Zij adviseren daarna bisschop Punt en zo is het rk-circeltje weer rond.

Beste Bert,

Ook ik ben slachtoffer van sexueel misbruik door een kapelaan in Arnhem. Mijn zaak loopt al zo’n anderhalf jaar bij Recht en Hulp – B.A.C. Ik ben naar de pers gegaan met mijn verhaal en dat staat vandaag in de GELDERLANDER – Arnhem editie. In de bijlage een kopie.

Ik ben al heel lang bezig geweest om de dader op te sporen , wat uiteindelijk is gelukt maar hij was toe al overleden. Ben wel in contact gekomen met een zus van hem, die helaas de volgende dag ook overleden is. Ik heb nog wel het graf van de dader opgezocht, en daar hardop mijn beklag gedaan.

Mijn zaak is 14 December 2009 voor de commissie B.A.C. geweest en heb tot op heden geen uitspraak !

Kun je mij aangeven hoe ik mij kan aanmelden? En hoe zit het met de eventuele kosten. Gezien het feit dat ik door de hele misbruik zaak ook nog eens in de W.I.A. ben terecht gekomen en mijn baan heb verloren door ziekte. Ben ik niet bij machten om veel onkosten te kunnen maken.

Geef mij a.u.b. wijze raad !

Bedankt voor je verhaal op TV en wens je ook veel sterkte toe!

 

—– Oorspronkelijk bericht —– Van: R.C.G. E Aan: info@bertsmeets.nl Verzonden: vrijdag 12 maart 2010 11:00 Onderwerp: Sexueel misbruik Arnhemse Kapelaan

Beste Bert,

Ook ik ben slachtoffer van sexueel misbruik door een kapelaan in Arnhem. Mijn zaak loopt al zo’n anderhalf jaar bij Recht en Hulp – B.A.C. Ik ben naar de pers gegaan met mijn verhaal en dat staat vandaag in de GELDERLANDER – Arnhem editie. In de bijlage een kopie.

Ik ben al heel lang bezig geweest om de dader op te sporen , wat uiteindelijk is gelukt maar hij was toe al overleden. Ben wel in contact gekomen met een zus van hem, die helaas de volgende dag ook overleden is. Ik heb nog wel het graf van de dader opgezocht, en daar hardop mijn beklag gedaan.

Mijn zaak is 14 December 2009 voor de commissie B.A.C. geweest en heb tot op heden geen uitspraak !

Kun je mij aangeven hoe ik mij kan aanmelden? En hoe zit het met de eventuele kosten. Gezien het feit dat ik door de hele misbruik zaak ook nog eens in de W.I.A. ben terecht gekomen en mijn baan heb verloren door ziekte. Ben ik niet bij machten om veel onkosten te kunnen maken.

Geef mij a.u.b. wijze raad !

Bedankt voor je verhaal op TV en wens je ook veel sterkte toe!

Met Vriendelijke Groeten, Ruud E.

Bisdom probeert nog steeds onder haar verantwoordelijkheid uit te komen!

Toe geven dat je fout zit en dan nog proberen er onderuit te komen. Dat is momenteel de strategie van het Bisdom Utrecht.

De Commissie Beoordeling en Advies van Hulp en Recht, Heeft geoordeeld over mijn aanklacht wegens seksueel misbruik door kapelaan H.Boonk, in de jaren 60 gebonden aan de St Walburgiskerk en St.Walburgisschool te Arnhem. Deze commissie B.A.C. Heeft het Bisdom Utrecht het advies gegeven mijn klacht gegrond te verklaren, door dat dit voldoende aannemelijk was gemaakt. Het Bisdom Utrecht onder leiding van Mgr.W.J. Eijk heeft dit advies overgenomen. En mij een A4 tje gestuurd met de mededeling dat het hun spijt. (dit was in het kort de inhoud) Echter aan de in mijn klaagschrift gesommeerde schadevergoeding voor mijn jaren lange medische zorg die niet of slechts gedeeltelijk door het ziekenfonds wordt vergoed, gaat men voor het gemak maar aan voorbij. Men beroep zich dan weer op de verjaringstermijn, die door de RK Kerk altijd voor dit soort zaken als niet ter zaken doende is verklaard. Dit is o.a. een uitspraak van Mgr. Simonis in het programma Paul en Wtteman. De slachtoffers moesten altijd op de eerste plaats komen verklaarde hij. Maar als het werkelijk om een schadevergoeding gaat is men plotseling van gedachten veranderd. Het zal wel te maken hebben met de vele slachtoffers die deze Kapelaan “en zelfs na dat bekend werd wat hij allemaal op zijn kerfstok had nog gepromoveerd werd tot Pastoor in Albergen” op zijn geweten had. Zelfs na zijn overplaatsing ging inmiddels “Pastoor” H.Boonk gewoon door met zijn ziekelijke praktijken. Zelfs nadat hij door de huishoudster in de sacristie was betrapt met zijn broek op de knieën, bezig een misdienaar te misbruiken, ging deze “Pastoor na een waarschuwing van Het Bisdom Utrecht gewoon door. Al dit soort praktijken zijn onderbouwd met verklaringen en bewijzen van slachtoffers en zelfs van de oud Vicaris Generaal van het bisdom Utrecht Mgr.Vermeulen. Dit alles is gebundeld in een dossier waar op de commissie B.A.C. haar mening op heeft gebaseerd. Echter dit is blijkbaar voor de Aartsbisschop Eijk niet voldoende, om aan te nemen dat slachtoffers er vandaag de dag nog steeds problemen mee hebben en zich tot op heden moeten laten behandelen door professionele hulpverleners en psychologen. Men blijft de gevallen van seksueel misbruik binnen de RK.Kerk maar bagatelliseren en geeft zo de slachtoffers wederom een schop na!

R.E

 

__________________________________________________________________________________

1961-1962—-2010

Een en ander heeft bij mij wel geleid tot een aantal nogal grote en zware kompleksen, waarmee ik in mijn verdere leven tientallen jaren heb “geworsteld”. Destijds, rond 1961 / 1962 heb ik mijn moeder en stiefvader van een en ander op de hoogte gebracht. Ik werd NIET geloofd (mijn moeder was nogal zeer fanatiek katholiek), maar er volgde vrijwel onmiddellijk een auto-rit van Maastricht naar Bleijerheide voor een langdurig gesprek met de (nieuwe) “overste” van het internaat (ik meen met te herinneren dat dat broeder D. was, een “goeie”, waarvan ik nooit problemen heb ondervonden.

Ik moest langdurig op de parkeerplaats in de auto blijven wachten en als het nodig zou zijn dan zouden ze mij wel roepen. Na afloop van het gesprek werd mij door mijn moeder o.a. het volgende verteld: a. de overste had toegegeven dat hij op de hoogte was van het feit dat er een enkele keer sprake was van “licht” sexueel misbruik b. als er een officeel onderzoek zou gaan plaatsvinden (en dat wilde IK) dan zouden naar alle waarschijnlijkheid de betreffende broeders worden overgeplaatst naar een plaats waar geen jongens waren, ze zouden dan bijvoorbeeld op het land moeten werken en voor de rest van hun leven “met een kruis boven hun hoofd rondlopen”. c. met name DEZE uitspraak heeft mijn moeder en stiefvader er uiteindelijk toe gebracht van iedere verdere aktie af te zien.

Daarna heb ik mijn hele verhaal gedaan aan een tante, een zus van mijn moeder, die is direkt op zoek gegaan naar een maatschappelijk werkster. Uiteindelijk werd die gevonden, destijds was deze maatschappelijk werkster woonachtig aan de Groot Hertogsingel te Maastricht. Na het eerste gesprek tussen mijn tante en de maatschappelijk werkster werden mijn verhalen andermaal NIET geloofd. Ik moest dan zelf maar “verschijnen”. Dat heb ik dan ook onmiddellijk gedaan en daarna werd ik WEL geloofd. Procedure destijds was dat de maatschappelijk werkster allereerst een klacht indiende bij de Parochie Sint Lambertus (Emmaplein Maastricht) en daarna zou de Parochie kontakt opnemen met het Bisdom Roermond. Eind van “het liedje” was echter dat uiteindelijk alles niet verder kwam, er wederom geen onderzoek zou gaan plaatsvinden en alles ging de doofpot in.

Ik gaf echter niet zomaar op en dacht aan al de jongens die nog in B. zaten. Die wilde ik “helpen” en ik deed toen het volgende. Ik schreef bijna mijn hele verhaal op en stuurde dat naar de Redaktie van De Telegraaf. Maar …… na enige tijd kreeg ik het volgende antwoord, wat ongeveer neerkwam op: a. men had mijn “verhaal” met belangstelling gelezen b. men had uiteindelijk toch moeten besluiten, dat een en ander niet geschikt was voor publikatie in een van hun bladen en men wenste mij uiteraard het beste toe.

Ik dacht destijds “het beste idee van de wereld” te hebben, want destijds gold De Telegraaf als een soort “sensatie-krant” en daarmee zou ik alles wel even aan de grote klok hangen en “wraak nemen” op het hele zootje in B. Verkeerd gedacht natuurlijk, iedere publikatie of dergelijke zou destijds De Telegraaf een zeer groot aantal abonnees hebben gekost. Maar daar had ik met mijn jonge verstand niet aan gedacht.

Het verhaal dat dit soort zaken inmiddels “verjaard” zijn, gaat niet helemaal op. Zoals u kunt lezen heb ik begin zestiger jaren het nodige geprobeerd, maar ben met mijn hoofd steeds tegen een muur aangelopen. Er KON DESTIJDS gewoon geen klacht of aangifte worden gedaan omtrent dit soort zaken. Alles moest (met geweld) meteen de doofpot in.

Bij Hulp en Recht kon ik – tijdens paniek- toestanden verzond ik een e-mailbericht waarin ik contact zocht- na 5 dagen op zeker tijdstip terugbellen: de woorden “hulp” en “recht” moeten uit de naam verdwijnen. Je kan vervolgens zelf nagaan wat er dan overblijft! Ik vond wel direct een aandachtig oor bij ds. Grandia van het meldpunt SMPR bij het Ikon pastoraat: binnen 10 minuten nadat ik gebeld had maakte hij geheel onverplicht( want het meldpunt fungeert niet voor de RK Kerk) één uur voor mij vrij gevolgd door een afspraak voor nog een gesprek een week later. Een wereld van verschil in vergelijking tot de ijselijke RK-benadering

__________________________________________________________________________________

ArnhemDatum referentie onderwerp 14 oktober 2010 Uw e-mail d.d. 8/11 oktober 2010

Geachte mevrouw P.

Uw bovengenoemde e-mail heb ik via het secretariaat van het Aartsbisdom Utrecht in goede orde ontvangen. In deze e-mail herinnert u er aan dat u eind jaren ’90 de klachtprocedure van Hulp en Recht (HR 97/08) heeft doorlopen wegens het feit dat u seksueel misbruikt bent door een Benedictijner pater die destijds behoorde tot de Sint Willibordsabdij te Doetinehem. Ik realiseer mij terdege-dat deze ervaringen op u een-uiterst pijnlijke uitwerking hebben gehad en hoogstwaarschijnlijk nog steeds hebben.

Naar aanleiding van de uitspraak van de Toetsings- en Advies Commissie van Ilp en Recht d.d. 10 februari 1999 heeft de toenmalige vicaris-generaal van het Aartsbisdom Utrecht, Mgr. Dr. P.A.G Rentinck, op of omstreeks 23 maart 1998 een gesprek met u en uw man gehad. U schrijft nu in uw e-mail: “Ook zou ik recht hebben gehad op een gesprek met de heer Simonis maar is verder niet gebeurd”.

In antwoord op uw verzoek per e-mail dat het Aartsbisdom Utrecht op zeer korte termijn alsnog een gesprek van u met (inmiddels) emeritus-aartsbisschop kardinaal Simonis arrangeert, bericht ik u als volgt: Destijds heeft Mgr. Rentinck in zijn ambt als vicaris- generaal van het Aartsbisdom Utrecht, dat betekent namens de toenmalige aartsbisschop kardinaal Simonis, een gesprek met u en uw echtgenoot gehad. Mgr. Rentinck heeft bij die gelegenheid te kennen gegeven dat hij geschokt was door wat u door de betrokken pater is aangedaan en hij heeft u zijn medeleven betoond.

Bij navraag verzekerde Dr. Rentinek mij heden dat hij u nimmer een (vervolg)gesprek met kardinaal Simonis heeft belooft Uit de mij ter beschikking staande stukken blijkt ook niet dat het Aartsbisdom Utrecht u anderszins heeft meegedeeld of toegezegd dat u recht had of heeft op een gesprek met kardinaal Simonis.

De betrokken pater, die zoals u weet inmiddels is overleden, behoorde als monnik tot de Benedictijner Sint Will i brordsabij. Om die reden heeft vicaris-generaal Rentinck over uw klacht, over de klachtprocedure en over de maatregelen die naar aanleiding van de datum referentie pagina

14 oktober 2010 2 / 2

uitkomst van de klachtprocedure tegen de betrokken pater zijn genomen onderhouden met de aansprakelijke religieuze oversten van de betrokken Abt Dom P. van den Biesen osb en daarna met zijn opvolger Abt Dom M osb. Laatstgenoemde is als de huidige abt van de Sint Willibrordsabdij te kerkordelijk gezien de aangewezen persoon om met u in gesprek te gaan.

Zijn adres is; Abt Dom M.. van den H D Vandaag heeft Dom Van den Heuvel osb mij telefonisch meegedeeld dat hij van harte bereid is om met u in gesprek te gaan. Erop vertrouwend uw vraag hiermee te hebben beantwoord, teken ik met hoogachting en vriendelijke groet, +krikr. dr. Th.C.M. Hoogenboom Hulpbisschop van Utrecht Vicaris-generaal

Zeddam, 18 oktober 2010

Geachte Heer Hoogenboom,

Ik dank u voor uw snelle reactie op mijn e-mail d.d. 8/11 oktober 2010. Op uw antwoord die ik per brief van 14 oktober 2010 heb ontvangen wil ik toch enige kanttekeningen /opmerkingen. maken.

Ik vind het ontzettend jammer en ben er zeer in teleurgesteld dat u nog geen afspraak gemaakt hebt voor een gesprek tussen toenmalige aartsbisschop Simonis en ondergetekende. Ik vind nog steeds dat ik recht heb op een gesprek.

Ik zal proberen u uit te leggen waarom ik nog steeds gebrand ben op een gesprek en ga er dan ook vanuit dat na het lezen van mijn brief u wel degelijk tot een gesprek wilt overgaan. Het klop inderdaad dat mijn man en ik op 23 maart 1998 een gesprek hebben gehad met vicaris Rentinck. Ook klopt het dat de heer Rentinck mij geen gevolggesprek met de heer Simonis beloofd had, daar is zelfs niet over gesproken. Ik heb dus ook helemaal niet beweerd dat dr Rentinck dat mij beloofd zou hebben..

Waarom ik vicaris Rentinck verkozen had voor een gesprek boven aartsbisschop Simonis zal ik hierna verwoorden.

Ik had mevrouw Meijssen, u welbekend, imiddels overleden, als vertrouwenspersoon bij de procedure hulp en recht. Mij is toen toegezegd dat ik recht had op een gesprek met de bisschop, in mijn geval was dat aartsbisschop Simonis. Toen, op dat moment, heb ik gekozen voor de hulpbisschop, en wel om die reden omdat ik bang was voor een confrontatie met de heer Simonis, omdat hij mij overkwam als een zeer conservatief iemand. U moet namelijk niet vergeten dat het een uiterst zeer pijnlijke zaak was om hier mee aan de slag te gaan. Ik had in de achterhoek iets losgemaakt wat ontzettend veel onder de plaatselijke bevolking leefde. De kerk liet mij overkomen alsof dit een incident was wat seksueel misbruik betrof en ik had bescherming nodig, misschien wel een soort vader, en was daarom op dat moment niet gediend bij conservatief gedrag.

Ik heb zelf nadat het gesprek op 23 maart met Dr. Rentinck had plaatsgevonden nog heel veel zelf moeten opknappen om de betreffende Pater uit UW parochie Gaanderen, waar hij werkte en nog steeds in gezinnen kwam uit zijn ambt te zetten. Mijn doel was kinderen beschermen tegen misbruik vanuit uw kerk.

Verder schrijft u mij dat Dr Rentinck contacten had onderhouden met de aansprakelijke religieuze oversten. Ook hier moet ik u bij vermelden dat dit gebeurd is na vele malen aandringen van mijzelf. Als dat aandringen niet van mij was uitgegaan dan was de betreffende pater nooit uit zijn ambt gezet. Hierin heeft het bisdom rijkelijk in tekort geschoten. Een klachtenbrief van met name de traagheid van het bisdom en hulp en recht hierover door mevrouw Meijssen is nog in mijn bezit. Op 15 januari 1999, dus bijna een jaar later nadat ik het gesprek met Dr Rentinck had gehad heb ik nog een schrijven van Dr. Rentinck gekregen (zie kopie) Hij heeft mij toen zijn hulp aangeboden. En dit bedoelde ik te zeggen dat ik recht heb op een gesprek met de heer Simonis. Ik ben NU zelf zo ver dat ik een gesprek met hem AANDURF en er zelfs grote behoefte aan heb omdat ik vind dat dit thuishoort tussen dr Simonis en mij. Ik vind dat ik dan recht doe aan mijzelf, aan mijn man, aan mijn kinderen, en aan alle mensen die op dit moment aan het stoeien zijn om hun trauma’s te kunnen verwerken indien zij dit nog kunnen. Tevens had ik van u gehoopt en verwacht dat u zelfs een gesprek zou aanbevelen omdat dit in het belang van zowel de kerk als de burgers zou zijn. Ook had ik verwacht dat de heer Simonis zelf ook een gesprek met mij zeer op prijs zou stellen alleen al omdat de r.k. kerk pretendeert transparant te willen zijn. Laten we er dus niet te lang mee wachten want dan krijgen we misschien het probleem dat we qua leeftijd elkaar niet meer kunnen spreken en dat zou jammer zijn. Het heeft verder weinig zin om mij door te verwijzen naar abt van de Heuvel. Daar heb ik in het verleden allang gesprekken mee gehad zoals ook met de paters van desbetreffende abdij. Dit is voor mij allang verleden tijd en daar ben ik klaar mee.

Waar het mede om gaat is het volgende: Er zijn vele mensen die door misbruik van priesters jarenlang opgenomen zijn in de psychiatrie of door zelfdoding om het leven zijn gekomen. Op dit moment zitten er nog veel te veel mensen in de psychiatrie wegens misbruik. Ik heb met een hulpverlener van de psychiatrie gesproken op 29 september bij de Deetman-bijeenkomst . Dit doet mij ontzettend veel pijn mede omdat ik ook die ervaring heb. Ook ik heb op het randje van de dood gestaan door mijn zelfmoordpoging. Dit heeft allemaal te maken met het misbruik vanaf de jaren veertig.

. Ook weet u dat ik als katholiek onder het bisdom Utrecht val en niet onder de orde van een abt. En uiteindelijk gaat het om MIJN belang en het belang van mijn medemensen en niet om de belangen van het instituut kerk. Bisschoppen kunnen ons daar wel in helpen door helemaal open en eerlijk te zijn zodat heling kan plaatsvinden. En dat is toch wat God het liefst zou willen zien.

Indien een oom een neefje of nichtje misbruikt verwacht ik dat dan het kind bij zijn vader of moeder terecht kan die het helpt hem of haar te beschermen en niet doorverwezen wordt naar iemand die part nog deel heeft aan het geheel. Wij zoeken naar bescherming, erkenning en vooral echte liefde want die missen wij terwijl de behoefte enorm groot is .Ik vind dat er naar die belangen gekeken moet worden. Dus u begrijpt dat ik nog legio vragen heb aan dr Simonis. Verder heb ik mij gemeld bij de heer Deetman. Ik verwacht dan ook niet dat u mij daar naar doorverwijst maar een afspraak maakt tussen de heer Simonis en mij en mijn man zoals ik u al eerder verzocht heb. Ik ga er dan ook vanuit dat de heer Simonis hier van harte naar uitziet.

U kunt deze afspraak maken op mijn huisadres, Oude Doetinchemseweg 73 7038BG te Zeddam. De brief stuur ik u zowel per mail als per post. Wederom alvast dankend en wachtend op een snelle reactie uwerzijds. Hartelijke groeten Joke.P.April 2010

Vanmorgen heb ik uw mails via de website en rechtstreeks naar mij gelezen. Ik hoorde ook, dat u gebeld had afgelopen week tijdens mijn afwezigheid.

Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik onder de indruk ben van uw verhaal en dat het mij spijt dat dit is gebeurd. Ook al gaat uw verhaal niet direct over een frater maar de medebroeders in Nederland voelen zich geconfronteerd met de daden van medebroeders en/of medewerkers op onze scholen en internaten. Dit heeft in het verleden tot verschrikkelijke gevolgen geleid maar ook tot op de dag van vandaag kent dit zijn gevolgen. Er is sprake van verslagenheid en men vindt het dan ook meer dan nodig onze verontschuldigingen aan te bieden aan mensen zoals u, die door het misbruik slachtoffer geworden zijn. Graag zou ik u dit persoonlijk willen zeggen. Mocht u er prijs op stellen om met mij in gesprek te gaan dan ben ik daartoe bereid.

Stuur mij uw bericht en dan komen we tot een afspraak. Hartelijke groeten Frater Wilfried van der Poll, Provinciaal Overste.

ik was gek genoeg uit het veld geslagen iets waar ik naar verlang (gehoord te worden) was opeens een berg waar ik niet tegen op kan, de paniek is nu een beetje toegeslagen ik ben bang dat ik geen goed gesprek met hem kan voeren teveel spanning ik ben bang dat het bla bla gaat worden ik ben gewoon bang , bang voor een teleurstelling help, of weet u iemand die mij hier mee wil helpen

_________________________________________________________________________________

November 2010 Geachte heer Smeets,

Op 2 maart jl., heb ik mij aangemeld bij Hulp en Recht. Ben er inmiddels achter dat ik daar in ieder geval niets van te verwachten heb. Mijn klachten hebben betrekking op Huize St. Josepf te Heer (Cadier en Keer). Daar ben ik vanaf 1968 5 jaar lang misbruikt geweest door 3 afzonderlijke broeders/paters. Zou mij daarom willen aansluiten bij uw organisatie. Heb aan dit verleden een PTSS aan overgehouden en ben mede daardoor 100% arbeidsongeschikt, heb nooi kunnen studeren en mijn leven hangt van drama’s aan elkaar.

Heb veel op uw site gelezen en u in de media gezien. Zelf heb ik daar een goed gevoel bij en de indruk dat er werkelijk iets wordt gedaan.

Kunt u mij informeren of het mogelijk is om mij bij u aan te kunnen sluiten.

Met vriendelijke groet,

Beste Bert,

Nog bedankt dat je mij ondanks de drukte nog even hebt gebeld. Ik ben P D 68 jaar en ben in twee parochies te Rotterdam misbruikt en mishandeld. Dit was omstreeks 1953. Ik was lid van de verkennerij Xaverius groep(hopman van Meurs). De aalmoezenier van de Xaverius-groep was kapelaan Spronk, deze was gevestigd in de kathedrale kerk, Westzeedijk/ Vollenhovestraat. Na afloop van de verkennerij werd ik door kap.Spronk meegenomen om hand in hand naar zijn kamer te gaan om te biechten. Ik ben daar sexsueel misbruikt gedurende 2 jaar. Ook ben ik bij het schoolzwemmen door 2 mede-kap. van Spronk lastig gevallen en betast onder water. Daarnaast ben ik fysiek mishandeld door een geestelijke van de St.Josephparochie aan de kruiskade. Ik was toen woonachtig in de Mauritsstraat 110B en kreeg bijbelles. In een groot aantal gevallen moest ik nablijven en ging de deur op slot en werd dan geschopt en geslagen door de geestelijke die de bijbelles gaf. Ik ken de naam niet meer van deze lafaard, wel was hij heel groot en zwaar en had handen als kolenschoppen en een oog stond uit het lood. Ik heb op 27 februari, naar aanleiding van het VK-artikel het meldpunt geschreven en gevraagd of ka.Spronk nog in leven was. Ook heb ik gevraagd naar de toenmalige personeelsbezetting van de Josephparochie om deze lafaard alsnog te traceren, maar het antwoord van hulp en recht was na al die tijd, dat er 2 kerken zijn afgebroken en geen tijd hebben om dit uit te zoeken. Ik ben met Deetman en hulp en recht helemaal klaar en wil me graag bij jullie aansluiten. Wel heb ik mijn rechtsbijstandverzekering ingeschakeld om alsnog de kerk te dwingen om met gegevens van deze 2 geestelijken te komen. Door al dit gedoe de laatste tijd heb ik voor het eerst in mijn leven hulp van een psycholoog nodig. Veel sterkte Bert en succes gewenst

______________________________________________________________________________ Utrecht, woensdag 19 november 2008

Betreft: Hulp en Recht procedure

Weledelzeergeleerde heer B.

Ik heb u eerder een brief doen toekomen gericht aan aartsbisschop Wim Eijk om mijn ongenoegen te tonen over de behandeling die ik van Hulp heb Recht heb ontvangen.

Door omstandigheden heb ik een kerkelijke procedure wegens seksueel misbruik moeten starten tegen mijn ex-pleegvader, een emeritus pastoor, nog steeds werkzaam. De katholieke stichting die deze procedure aanbiedt heet Hulp en Recht.

In plaats van slachtoffers op een eerlijke volwassen en menswaardige wijze te behandelen wordt een staaltje ‘damage controll’ toegepast waar je als slachtoffer veel schade van ondervindt. Het niet aanleveren van processtukken een volstrekt onverwachte daderconfrontatie, het consequent niet nakomen van geagendeerde afspraken, artikelen en procedurele regels, het zijn maar een paar voorbeelden.

De door de bisschop zelf ingestelde beoordelings en adviescommissie heeft na de rechtszitting zwart op wit het advies gegeven excuses aan te bieden voor het ook door hen geconstateerde seksueel misbruik en heeft ook vastgesteld dat aangeklaagde seksuele gevoelens heeft voor kinderen van rond de 12 jaar (lees jongens).

Aartsbisschop Wim Eijk weigert dit advies (excuus) uit te voeren en laat aangeklaagde gewoon aan het werk. Klagen tegen deze manier van handelen kan bij de bisschop zelf en dat heb ik tot twee maal toe volstrekt tevergeefs gedaan.

Het kan toch niet zo zijn dat de katholieke kerk op deze wijze met zijn verantwoordelijkheid omgaat?

Ik hoor heel graag van U,

Hoogachtend en met vriendelijke groet,

Utrecht 24 oktober 2008-11-03

Weledelgeleerde heer K

Naar aanleiding van het advies van de BeleidsAdvies Commissie (BAC) van de Stichting Hulp en Recht, gedateerd 4 augustus jl., kom ik na rijp beraad tot het volgende besluit inzake de klacht die u tegen Z.E.H. xxx emeritus pastoor, hebt ingediend en die eind maart dit jaar door de stichting is ontvangen.

Ik neem het advies van de BAC over om Z.E.H. xxx geen maatregelen op te leggen. Uit het advies van de BAC blijkt hoe moeilijk de bewijsbaarheid is met betrekking tot de onderhavige kwestie. Graag zou ik een toelichting willen geven op het feit dat de door de procedure bij klachten van seksueel misbruik (Regelingen R.-K. Kerkgenootschap Nederland, nr 12) voorgeschreven termijn is overschreden. Volgens art. 18,1 hiervan had ik binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van het advies van de BAC tot een beslissing moeten komen en u daarvan op de hoogte moeten stellen. De overschrijding van deze termijn vindt haar rechtvaardiging in het feit dat aangeklaagde vanwege zijn hoge leeftijd en broze conditie niet in een eerder stadium door ondergetekende kon worden gehoord, hetgeen volgens genoemd artikel is vereist alvorens de bisschop tot een besluit komt.

Hoewel dat niet is vereist volgens de procedure, heb ik in aanwezigheid van de vicaris-generaal u in de gelegenheid gesteld om ook tegenover mij uw verhaal te doen. Dit leek mij goed, gelet op de psychische stress waaraan u in uw jeugd en ook uw latere leven hebt blootgestaan. Dit gesprek had uitdrukkelijk niet tot doel het onderzoek te heropenen, maar vond plaats vanuit pastorale zorg voor u. Graag ben ik bereid om een bemiddelende rol te vervullen om te bekijken hoe u vanuit het aartsbisdom pastorale begeleiding kan worden aangeboden.

Tegen de beslissing kan binnen een termijn van tien nuttige dagen bij mij bezwaar worden aangetekend. Tegen mijn beslissing op een eventueel bezwaarschrift, kan beroep aangetekend worden bij het Diocesaan Bureau voor Geschillen, welke rechtsgang is beschreven in het Wetboek van Kerkelijk Recht, deel V, Afdeling 1 (canon 1733-1739 CIC)

U alle goeds toewensend verblijft,

Met vriendelijke groet,

Mgr.dr. W.J. Eijk, aartsbisschop van Utrecht

Utrecht, vrijdag 7 november 2008

Uw referentie: zaak AK versus Z.E.H. xxx, emeritus pastoor.

Weledelzeergeleerde Monseigneur Eijk,

In reactie op uw schrijven 24 oktober betreffende uw besluit over mijn klacht tegen Z.E.H. xxx, emeritus pastoor, graag het volgende.

Gezien uw pertinente weigering het advies van de BAC over te nemen, evenals enig argument te verschaffen waartegen zinvol verweer mogelijk is, beëindig ik, onder zwaar protest, de procedure van Hulp en Recht; zaak 2008, – versus xxx.. Met deze gang van zaken is niemand gediend.

Mede met oog op toekomstige klanten van Hulp en Recht, waar ik mij bijzonder ernstig zorgen over maak, zal ik, niet meer gehouden aan geheimzinnigdoenerij, mijn relaas ter beoordeling aanbieden aan deskundigen en (uiterst selectief) publieke media.

Ik dank u voor uw aanbod voor bemiddeling aangaande pastorale begeleiding.

U alle goeds toewensend verblijft,

Met vriendelijke groet,

Slachtoffer seksueel misbruik door priester niet ondersteund door RK Kerk

Edward Koning (pseudoniem) is zelfstandig adviseur contractmanagement en startte in maart 2008 een procedure bij de instelling Hulp en Recht. Dit orgaan is door de bisdommen in het leven geroepen om slachtoffers van seksueel misbruik door priesters pastorale en juridische bijstand te geven. Ook is de instelling ervoor om seksueel misbruik te bestrijden en te voorkomen.

Edward, je bent in maart 2008 een procedure begonnen. Waarom?

‘Als gevolg van een zeer onveilige thuissituatie kon ik als twaalfjarige feitelijk geen kant op. Daarom was de impact van het seksueel misbruik door de pastoor die zich mijn situatie leek aan te trekken bepaald niet gering. Daar heeft een lang en moeizaam inhaalproces tegenover gestaan. Ik kon mijn verhaal volstrekt niet voor mij houden maar wist ook dat het civielrechtelijk al 16 jaar verjaard was. Juist toen kreeg ik allerlei signalen die hebben geleid tot de aanklacht bij Hulp en Recht. Recente berichten over mogelijke recidive, geruchten over aanklachten en een persoonlijke melding van een mislukte aanklacht door een verstandelijk beperkt medeslachtoffer bepaalden mijn positie uiteindelijk definitief. Zwijgen is dan geen optie meer. Een poging tot persoonlijke bemiddeling is direct gesneuveld en bij de zoektocht naar hulp, recht en erkenning (ook voor medeslachtoffers) zonder publieke beschadiging, kwam ik via internet ten slotte uit bij de landelijke instelling Hulp en Recht.’

Hulp en Recht biedt verschillende vorm van ondersteuning van slachtoffers. Bijvoorbeeld een pastoraal gesprek, het inschakelen van een mediator, het toewijzen van een vertrouwenspersoon en/of een juridische procedure. Welke hulp heeft Hulp en Recht je concreet aangeboden? Hoe heb je deze ondersteuning ervaren?

‘Je krijgt een intakegesprek met een katholieke functionaris – in mijn geval studentenpastores – die desgewenst doorverwijst naar een speciaal door de bisschop benoemde katholieke juridisch adviseur. Deze adviseur stelt vervolgens de aanklacht op. Het intakegesprek vond plaats in een niet-neutrale omgeving (pastorie) en was uitermate neutraal. Geen enkele emotionele feedback. Het probleem werd begroot, er werd medegedeeld dat het niet gemakkelijk zou worden en ik werd doorverwezen naar een jurist. Met duizend en één vragen op zak konden zij geen enkele informatie geven over ondersteuning in welke vorm dan ook. Ik kreeg het advies maar eens flink te gaan sporten terwijl ik me juist door (ook) fysieke uitputting had afgemeld voor de tennis- en volleybalcompetitie. Een muur van onverschilligheid en waarschuwing rijker. Het werd niet alleen ‘niet gemakkelijk’ maar, naar zou blijken, het begin van een ongehoord slopend proces.’

‘Het gaat te ver om alle punten van kritiek op het juridische advies te bespreken. Twee curieuze zaken wil ik er uit lichten. De procedurele informatie zoals je kunt lezen op de website van Hulp en Recht is onvolledig en daardoor onjuist. Er bestaan nog vijftien pagina’s juridische tekst met nogal ingrijpende en zelfs tegenstrijdige aanvullingen op de procedure. Dit krijg je pas ter plekke bij de juridische adviseur te lezen. Dat kun je dan (proberen) door te nemen om vervolgens er achter te komen dat ook de juridische adviseur niet precies kan uitleggen hoe proces zal gaan verlopen Dat kan namelijk niemand aan de hand van deze beide documenten.

De taak van de juridische adviseur bestaat (slechts) uit het opstellen van de aanklacht op basis van een mondelinge verklaring. Dat is dan ook, na correcties mijnerzijds, gebeurt. In de vaste veronderstelling dat mijn dossier met documenten, getuigenissen en verklaringen, die aan de schuldvraag en (de te verwachten) poging tot omkering van schuldvraag door aangeklaagde weinig twijfel overlaten, dan toch zeker bij de beoordelingscommissie aan bod zou komen.’

Je hebt kritiek op de procedure van Hulp en Recht. Hoe gaat die procedure volgens jou in zijn werk?

‘De procedure start op het moment dat je van de juridische adviseur schriftelijk bericht krijgt dat de beoordelingscommissie het klaagschrift heeft ontvangen. Bij iedere stap in de procedure wordt vervolgens systematisch de procedureel afgesproken deadline overschreden, geeft Hulp en Recht systematisch enige tijd niet thuis, wordt systematisch benodigde informatie onthouden en wordt alle initiatief tot het aanzwengelen van het vervolg van de procedure overgelaten aan de klager. Je bent, vertrouwend op de juistheid van de juridische artikelen van de procedure en het daarin geschetste tijdpad, zonder enige steun helemaal zelf je proces aan het voeren met de hulp van een stichting die keer op keer de eigen procedurele afspraken niet nakomt. Zo staat in de procedure dat de voorzitter van de beoordelingscommissie enkele weken voor de zitting per aangetekend schrijven locatie en het tijdstip doorgeeft. Dat ben ik pas op het allerlaatste moment door er enorm achter heen te zitten te weten gekomen.’

Wat ging er in jouw procedure mis?

‘Om niet weer meteen te zeggen ‘al het mogelijke’ ook hier één van de vele voorbeelden. Na stad en land afgebeld te hebben kreeg ik één dag voor de zitting het verweerschrift van de aangeklaagde. Dit gebeurde pas nadat ik zelf had aangeboden het document op te komen halen. Hulp en Recht wilde het document aangetekend versturen zodat ik het dus na de zitting had kunnen ontvangen. Ter zitting bleek het meest cruciale deel van het verweerschrift niet meegestuurd te zijn geweest met als gevolg een geslaagde poging tot omkering van de schuldvraag door aangeklaagde én beoordelingscommissie.’

In één van de gesprekken die je hebt gehad bij Hulp en Recht werd je onverwacht geconfronteerd met de pastoor die jou misbruikte. Wat gebeurde er precies?

‘De juridische adviseur heeft, maanden voor de zitting, gevraagd of ik bezwaar had tegen een eventuele daderconfrontatie omdat het als mogelijkheid in de vernieuwde procedure was opgenomen en daarom wellicht onvermijdelijk was. Ik heb even duidelijk vermeld daar alleen in overleg en met persoonlijke ondersteuning van een vertrouwenspersoon mee in te stemmen. Mijn partner ben ik eeuwig dankbaar zijn dat ze is blijven aandringen mee te gaan naar de zitting want eenmaal voor het gerechtsgebouw aangekomen stond daar in de kleine loge van de personeelsingang de dader met secondant pontificaal voor de ingang en even later werden we een klein vergaderkamertje ingeloodst met een viertal commissieleden en een tafelschikkingen van koffiekopjes die er op neer kwam dat de aangeklaagde zo een beetje op mijn schoot kwam te zitten. Zoiets heeft meteen invloed op de manier waarop je in staat bent jezelf en je zaak te verdedigen. Zeker als je ook nog eens meteen volstrekt onverwacht door die commissie uitgebreid aan de tand wordt gevoeld aan de hand van een onbekend en gefalsificeerd document waarmee jezelf als dader wordt neergezet.’

Je noemt dat de strategie van Hulp en Recht het voorkomen van verdere imagoschade is. Waarom denk je dat?

‘Waarom haken zoveel klagers af? Hulp en Recht beperkt imagoschade door geen enkel onderzoek in de zaak te verrichten: mijn huisarts had tijdens zijn telefonisch spreekuur bijvoorbeeld heel graag in een kort gesprek even korte metten gemaakt met aantijgingen uit het verweerschrift aangaande Borderline gedrag.’

‘Hulp en Recht beperkt imagoschade door de procedure op alle mogelijke wijzen te frustreren: geen enkele informatie, post komt niet aan, e-mails en telefoon worden niet beantwoord, onprofessioneel gedrag alom. Hulp en Recht voorkomt imagoschade door klachten zonder directe getuigen niet ontvankelijk te verklaren en vervolgens statutair te vernietigen zodat getuigenissen eenvoudigweg verdwijnen. Dat gebeurde ook in mijn zaak. Hulp en Recht beperkt imagoschade door commissieleden die menen te goeder trouw zijn, niet te informeren over het verloop van de procedure: de beoordelingscommissie kan adviseren dat een klacht gegrond is en excuses vereist zijn (zoals in mijn geval): de aartsbisschop kan besluiten hieraan geen enkel gehoor te geven.’

Je hebt een brief aan mgr. Eijk geschreven. Wat verwachtte je van hem?

‘Volgens de procedure zou ik binnen dertig dagen na de zitting zijn besluit op de deurmat hebben maar opnieuw geen enkele respons. In de brief aan mgr. Eijk heb ik gevraagd snel tot een besluit te komen. Wederom na enkele weken wachten kwam er een zogenoemd besluit.

Zonder het procedureel vereiste bijzijn van een lid van de beoordelingscommissie heeft Mgr. Eijk een privé-onderhoud gehad met zijn aangeklaagde functionaris en zijn vertrouwensman. Vervolgens is Mgr. Eijk niet alleen volkomen afgeweken van het advies van ‘zijn eigen’ beoordelingscommissie, ook de vereiste ‘uitgebreide argumentatie’ om dit afwijken te verantwoorden ontbreekt volledig. Slechts één ‘inhoudelijke’ opmerking van de Mgr. over deze zaak:” Uit het advies van de BAC blijkt hoe moeilijk de bewijsbaarheid is met betrekking tot de onderhavige kwestie”.

Geen enkele referentie aan de rechtszaak, beoordelingscommissie, het als eindconclusie door de commissie geconstateerde misbruik, het eindadvies van de commissie schriftelijk excuus aan te bieden, het eindadvies van de commissie, aangeklaagde de teleurstelling van de bisschop kenbaar te maken. Niets, behalve een onverklaarbaar excuus dat aangeklaagde, die op volle toeren diensten draaide, niet eerder gehoord kon worden vanwege een te zwakke fysieke conditie. De Beoordelings Advies Commissie is in het besluit ‘omgedoopt’ in Beleidsadviescommissie zodat de indruk gewekt wordt dat het document een beleidsadviesgeschil betreft. Ondanks eerdere aanwijzingen en aanklachten tegen zijn functionaris heeft Mgr. Eijk besloten geen maatregelen te nemen. Tegen deze wijze van beëindiging van een bijzonder aangrijpend proces dat bijna een jaar in beslag had genomen, kon alleen nog in beroep gegaan worden bij Mgr. Eijk zelf. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt.’

De procedure is nog niet afgerond. Toch zoek je de publiciteit. Wat is de reden daarvan?

De gang van zaken is voorgelegd aan de nuntius, de leden van de beoordelingscommissie, Hulp en Recht en mijn juridisch adviseur maar van geen van de aangeschrevenen heb ik een teken van leven ontvangen. Noch mijn probleem, noch dat van andere slachtoffers is opgelost en dan rest nog slechts openheid van zaken. Ook dat is de betrokkenen schriftelijk medegedeeld. ‘Ik voel me ernstig misleid en geschaad door de handelwijze van Hulp en Recht en kan toekomstige klagers vooralsnog sterk aanraden een eigen jurist als vertrouwensman voor de procedure en de gesprekken in te schakelen. Daarnaast bied ik mijn dossier aan voor serieus onderzoek naar deze gang van zaken.’

Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp is de naam Edward Koning gefingeerd.

Utrecht, dinsdag 7 oktober 2008

Betreft: zaak 2008 versus A.A. xxx

Geachte Monseigneur Eijk,

Met verwijzing naar het telefoongesprek dinsdag zeven oktober met vicaris-generaal Hoogeboom en zijn, mij in totale verbijstering latende, mededeling dat de uitslag van de BAC-procedure in ieder geval met veertig dagen is uitgesteld, graag het volgende.

Het advies aan U van de Beoordelings- en Adviescommissie gedateerd 4 augustus heb ik in Utrecht een dag later ontvangen. In de bijgaande brief van mevrouw Feenstra wordt ‘ter verdere afwikkeling’ verwezen naar artikel 18 van ‘de Procedure’. Volgens die tijdsplanning zou vóór vijf september ‘de beslissing’ definitief bekend zijn. Tien september ben ik, op eigen initiatief, te weten gekomen dat er een gesprek met U en vicaris-generaal Hoogeboom zou gaan plaatsvinden.

In tegenstelling tot mijn veronderstelling een kort laatste gesprek te hebben om de zaak af te ronden, de commissie had immers ‘gesproken’, werd maar liefst anderhalf uur ingeruimd opdat ik, opnieuw, mijn hele verhaal kon houden. Aan het eind van dat gesprek, kwam de melding dat ook ‘de versie’ van pastoor xxx aangehoord zou worden. Hoewel verrast door dat bericht leek me dat ‘in de rede te liggen’. U en ik hebben vervolgens afgesproken dat de beslissing ‘binnen enkele weken’ bekend zou worden. Ik heb me daar, met mild protest, wijzend op het slepende karakter en de psychische belasting, bij neergelegd omdat het ‘nog niet gelukt’ was een ‘afspraak met de pastoor xxx te maken’.

Zeven oktober heb ik opnieuw zelf geïnformeerd naar de status van ‘de zaak’. Vicaris-generaal Hoogeboom heeft me vervolgens bericht dat net een dag eerder een uitgebreid gesprek met pastoor xxx had plaatsgevonden en dat de zaak eindelijk gewogen en beslist kon worden. Daar zou enige tijd mee gemoeid zijn en er werd begrip verlangd voor de verlenging van de beslissingsperiode en een mogelijke uitspraak liet in ieder geval tot medio november op zich wachten,

Ik heb mij gecommitteerd aan de BAC- procedure en artikel 18 daarvan, met alle verantwoordelijkheden, regels en afspraken die daaraan verbonden zijn. Dat is een zeer bewust genomen en goed doordachte keuze geweest waarbij uitgebreide informatie aangaande de professionaliteit van de BAC en het niets aan duidelijkheid overlatende tijdspad de doorslag hebben gegeven. Er is mij van tevoren nimmer op welke wijze dan ook verteld, uitgelegd of bekend gemaakt dat er opnieuw een maanden in beslagnemende weging van verklaringen, zonder eenduidige einddatum, zou plaatsvinden. Zo dat wel was gebeurt, had ik dat zeer beslist afgewezen. Ik kan mij niet committeren aan een procedure die elke transparantie ontbeert en waarvan doel en oplossing mij zo langzamerhand volstrekt onbekend zijn geworden. Aanvullende waarheidsvinding en onderzoek in mijn persoonlijke of medische dossiers had vele, zoniet alle, ‘misverstanden’ bij voorbaat kunnen oplossen maar ook daartoe is, zo hebben mijn huisarts, psychiater en endocrinoloog verzekerd, (opnieuw) geen enkel verzoek ingediend.

Van mijn enorme gemis aan psychologische en procedurele ondersteuning heb ik tijdens het gesprek al eerder melding gemaakt. Die beleving is niet verminderd. De voorgestelde verlenging is niet in overeenstemming met ‘de Procedure’ en ik betreur het dan ook zeer dat toch van ons verlangd wordt hieraan mee te werken. Het is zowel voor mijn partner als voor mijzelf een ondraaglijke gedachte nog langer de psychische en de toenemende fysieke gevolgen van dit proces te moeten ondergaan. Wij zitten vast, onderhand al meer dan een half jaar, wij willen door met ons leven. De voorwaarden lijken me meer dan billijk.

Ik vraag U zeer dringend, met oog op de tijdsoverschrijding van BAC artikel 18 en uw toezegging van 15 september om “binnen enkele weken” tot een beslissing te komen, toch op zeer korte termijn en gaarne voor eind volgende week, tot besluitvorming over te gaan. Het wachten en de onzekerheid is niet langer op te brengen.

Drs. A. K

Geachte heer M,

We hebben elkaar 23 juni in het Haagse ontmoet. U bent op Internet eenvoudig te traceren. Ik benader u niet omdat ik persoonlijk iets tegen u heb. Dit is een eenmalig contact wat mij betreft. U bent lid van een Beoordelingscommissie die deel uitmaakt van een procedure. Die procedure deugt van geen kanten en ik verzeker u dat niemand van de BAC deze procedure zelf protestloos zou ondergaan. Ik neem het recht u op de hoogte te stellen van het verloop van de procedure en ben doende deze hele wijze van handelen publiekelijk aan de kaak stellen. Ik verwacht dat u afstand neemt van deze gang van zaken en afziet van verdere deelname. Ik hoop u voldoende geïnformeerd te hebben maar ben graag bereid vragen te beantwoorden. Vriendelijke groet,

Drs. A K

Utrecht, vrijdag 7 november 2008

Uw referentie: zaak 2008 – Z.R, emeritus pastoor.

Weledelzeergeleerde Monseigneur Eijk,

In reactie op uw schrijven 24 oktober betreffende uw besluit over mijn klacht tegen R, emeritus pastoor, graag het volgende.

Gezien uw pertinente weigering het advies van de BAC over te nemen, evenals enig argument te verschaffen waartegen zinvol verweer mogelijk is, beëindig ik, onder zwaar protest, de procedure van Hulp en Recht; zaak Met deze gang van zaken is niemand gediend.

Met oog op toekomstige klanten van Hulp en Recht, waar ik mij bijzonder ernstig zorgen over maak, zal ik, niet meer gehouden aan geheimzinnigdoenerij, mijn relaas ter beoordeling aanbieden aan deskundigen en (uiterst selectief) publieke media.

Ik dank u voor uw aanbod voor bemiddeling aangaande pastorale begeleiding.

U alle goeds toewensend verblijf ik,

Met vriendelijke groet,

A K

De Jongeren Pastor van Zoetermeer

Mijn verhaal begint in 1981, ik was toen twaalf jaar en zat in de vijfde klas van een RK basisschool in Zoetermeer. Op die school kreeg ik weinig tot niets mee van het geloof. Ook thuis werd er niet veel met het geloof gedaan. Ik was gedoopt en ik heb mijn eerste communie mogen doen. Maar behalve de Kerst, kan ik mij niet herinneren dat ik met mijn ouders naar de kerk ging.

Terug naar het begin, een schooldag in 1981. De les werd onderbroken door de directeur van de school. Hij kwam de klas binnen samen met een man die ik nog nooit had gezien. Hij werd voorgesteld als de nieuwe pastor en hij wilde ons wat vertellen. De priester in kwestie is R V.

Hij begon ons te vertellen over de Kerk, dat deed hij op een heel pakkende wijze. Hij wist alle leerlingen te boeien. Hij vergeleek de Kerk met een voetbalvereniging, de FC Kerk, en zette zo de verschillende gradaties van “het erbij horen” tot aan “betrokken zijn” uiteen. Elke keer als R weer op school was hoorde je uit alle hoeken weer de kreet: “FC Kerk”. Met zijn verhalen wist hij me ook te boeien. Ik werd nieuwsgierig en kwam naar hem met vele vragen, die hij geduldig en met flair beantwoordde.

Hij was toen nog een jonge vent en wist de aansluiting met de Zoetermeerse jeugd feilloos te vinden. De kerk werd weer voller en jonger. Zo kreeg hij het officieuze predicaat Jongeren pastor, eerst door de Zoetermeerse Jongeren, maar dat werd dankbaar door het gehele pastores team overgenomen.

Rond het begin van de zomer (1981), het buiten zwembad ging weer open, waren er de gehele openingsweek feestelijkheden. Op zaterdagavond was er gratis ‘Moon light swimming’. Samen met wat jongens in mijn buurt hadden we al heel wat feestelijkheden bezocht en dat moon light swimming leek ons ook wel wat. We deden er erg lacherig over en begonnen elkaar uit te dagen om er naar toe te gaan. We kregen toestemming van onze ouders en mijn buurman ging mee als begeleider. Daar zagen we R ook rondlopen. Dat was ons wat, we hebben de pastor gezien in zijn blote piemel! Met dat verhaal zouden we zeker de blits maken op school. Ik kan me niet meer herinneren of we daarmee ook echt de blits hadden gemaakt.

Mijn interesse voor het geloof en de kerk groeide. Mijn honger naar informatie werd gestild door de jongeren pastor. Ik werd misdienaar, vanwege mijn leeftijd en inzet werd ik al snel hulpkoster. Ik ging veel met R mee om te assisteren bij dopen, uitvaarten en huwelijken (als misdienaar/koster). Zo heeft hij me ook eens meegenomen naar een priesterwijding in de Kathedraal van Rotterdam. Ook heb ik daar de olie-mis mogen bijwonen.

Naast de kerkelijke uitstapjes nam hij me ook mee voor andere uitstapjes. We gingen vaak naar het zwembad. Of gewoon met de auto een eindje rijden, op een verlaten parkeerterrein mocht ik bij hem opschoot zitten. Ik mocht sturen; gas geven, schakelen en remmen deed hij. Niets was hem te gek leek wel. Bij hem thuis mochten we (ik was niet de enige die geregeld bij hem thuis kwam) op zijn computer spelletjes spelen.

Op mijn twaalfde/dertiende werd mijn vader plotseling heel ziek. Het werd heel spannend of hij er nog wel bovenop zou komen. R kwam geregeld langs voor een praatje, niet alleen met mij maar ook met mijn moeder. Gelukkig kwam mijn vader er weer bovenop en ging het leven nagenoeg weer op de oude voet door.

Zo rond mijn veertiende /vijftiende werd ik koster. Mijn contacten met R vonden bijna dagelijks plaats, ik sprak meer met hem dan met mijn ouders. Ik was aardig aan het puberen thuis, daar wist hij heel subtiel in te stoken. Wanneer ik een conflict had met mijn ouders, gaf hij me vaak gelijk maar wist dat te larderen met inpraten tot verzoening en geduld hebben met mijn ouders enzovoort. Ik begon die vent te verafgoden, hij was mijn vriend, mijn mentor, mijn held.

Naast dat hij graag zwom, bezocht hij ook geregeld de sauna. Ik wist wel wat en sauna was, maar was er zelf nog nooit geweest. En zo ging ik met hem mee naar de sauna, van één bezoek volgden er meer. Ik zag er geen kwaad in er gebeurde ook niets bijzonders. Tot die ene keer, ik was toen nog veertien/vijftien jaar. Het was in de Mauritskade, Den Haag. In die sauna was een rustruimte die bestond uit verschillende hokjes die goed waren afgeschermd. Daar probeerde hij iets, hij begon me te betasten. Dit voelde heel ongemakkelijk en ik weerde me af, dat was gelukkig voldoende. Hij liet het daarbij en heeft bij mij op dat vlak nooit meer iets geprobeerd.

Tijdens de terugreis begon R op me in te praten. Of ik wist wat pedofilie was, dat ik dit stil moest houden. Zeker niet over praten met mijn ouders. Hij gebruikte hier geen dreigementen, hij speelde in op mijn gevoel. Het “klieren” zoals hij het noemde, zou verkeerd begrepen kunnen worden. Dat zou ik toch niet willen? Zijn positie/status naar mij toe was voldoende om gehoorzaamheid af te dwingen. Ik hield mijn mond en dat bleef zo voor zo’n tien jaar als het niet meer was.

Het aantal uitstapjes namen af, het samen de sauna bezoeken stopte helemaal. Omdat ik wel een inschatting ging maken over wat veilig zou zijn. Over het incident spraken we af en toe nog wel. Ik kreeg zo ook veel te horen over zijn eigen jeugd/verleden. Zijn wortels lagen in Scheveningen. Hij had zijn moeder al op jonge leeftijd verloren. Zijn vader was hertrouwd, maar het boterde niet tussen R en zijn stiefmoeder. Hij ging naar het kleinseminarie om vervolgens naar het seminarie te gaan. Hij heeft mij ook verteld over zijn ervaringen daar, zijn eigen eerste seksuele ervaring was ook op het seminarie. Hij liet zich er niet over uit of dit met mede studenten betrof of anderen.

Op het seminarie stond hij onder de hoede van Ad Simonis, R omschreef zijn relatie met Simonis als meer dan gewoon een student – leraar relatie. De ontmoetingen tussen R en Simonis, waar ik getuige van mocht zijn, waren ook zeer hartelijk. In mijn beleving meer vriendschappelijk dan collegiaal (laat staan dat er iets van een hiërarchieke afstand zichtbaar was).

Ik heb veel gezien en gehoord over wat er achter de schermen afspeelde binnen de parochie. Ruzies tussen pastores, enorme ego’s onder de leken en hun angst om ook maar iets te verliezen van hun status/machtspositie binnen de parochie. Zaken waar een normaal denkende volwassen persoon heel snel zijn bedenkingen zou hebben. Doordat ik hier op zeer jonge leeftijd “in rolde” werd het allemaal heel gekleurd gebracht door R waardoor mij de kans is ontnomen om hier neutraal naar te kijken.

Als R een probleem had of kritiek had op iemand, maakte hij die persoon belachelijk. Niet openlijk maar enkel tegenover vertrouwelingen, waar ik deel van uitmaakte. Die personen werden voor mij een doelwit van spot. En al puberend stootte ik geregeld tegen de vele heilige huisjes onder het vrijwilligersbestand van de parochie, trapte ik geregeld op de vele lange tenen die een aantal vrijwilligers binnen de parochie hadden.

Ik schuwde geen enkele confrontatie en ik nam geen blad voor de mond. Dat kwam R goed uit, want in zijn positie kon hij niet alles zeggen. Elke keer weer was hij er om de boel te sussen, nam hij het voor me op. Ik kreeg ook het gevoel of ik alles kon maken, wat ik niet zag was dat hij de zaken zo voor elkaar kreeg zoals hij het graag zag. Dat zag ik pas veel later…

Binnen de kostergroep bestond ook veel onenigheid. De groep bestond ook uit een drietal oudere personen en een drietal pubers, waar ik er één van was. De ouderen waren de hoofdkosters, de jongere de hulpkosters. Die situatie bleek niet te werken en zo werd de hiërarchie afgeschaft en iedereen was gelijk. Na verloop van tijd, en verschillende wisselingen van samenstellingen, werd die hiërarchie weer hersteld met een nieuwkomer. De groep bestond toen uit het jonge drietal met een ouder iemand die meer de rol van ‘beheerder’ op zich nam dan koster. Er kwam dus weer een oudere binnen de groep, die meteen hoofdkoster zou zijn. Dat viel bij ons jongeren niet in goede aarde, ik was inmiddels 18/19 jaar. Met Pasen 1988 klapte de bom tussen het jonge drietal en de nieuwe “hoofdkoster”. We werden aan de kant gezet, geschorst en uiteindelijk ontslagen. R kon niets voor ons doen, het was schijnbaar ook niet in zijn belang.

In september 1988 kwam ik op voor mijn dienstplicht, mijn contacten met R en de kerk zwakten af. Mede omdat ik in Duitsland werd gelegerd. Tijdens verloven had ik wel contact met R, maar dat waren meer de “komt het gelegen…” bezoekjes.

In de nazomer van 1989 stond ik op een gegeven dag (datum weet ik niet meer) voor de deur van R. Maar R was er niet, een non deed open. Die non kende ik, die kwam één keer in de week schoonmaken. Zij wist me te vertellen dat R weg was, waarheen kon (wilde) ze niet zeggen, enkel dat hij overspannen was. Wanneer hij er weer zou zijn was onbekend. Ik wilde meer weten, ik vond dat ik recht had om te weten hoe het met hem ging en waar hij zat.

Na genoeg te hebben gezeurd bij verschillende personen kreeg ik een telefoontje van R zelf. Hij was niet echt overspannen, hij was op de vooravond van mijn bezoek door de politie van zijn bed gelicht. Er was aangifte tegen hem gedaan van ontucht. Het was duidelijk dat hij niet meer als priester zou terugkeren in Zoetermeer. Hij zat toen nog wel in Zoetermeer, hij zat bij een gezin ‘ondergedoken’ in afwachting van nieuwe huisvesting buiten Zoetermeer.

Hij heeft een tijd in een klooster gezeten in Zeist, ik ben daar een paar keer bij hem langs geweest. Over de situatie waarin hij zich bevond, zag R zich als slachtoffer. Die drie jongens, die tegen R aangifte hebben gedaan, hadden hem in de val laten lopen. Hij was vernederd door de politie van Zoetermeer. Het was schandalig om hem ‘s-nachts van zijn bed te lichten en hem op het bureau zo lang vast te houden dat hij in een cel moest slapen.

Op aanraden van zijn advocaat is R in therapie gegaan. Dat zou een goed signaal afgeven aan de rechter en positief zijn voor de strafmaat, zei die advocaat. R ging dus in therapie om een zo licht moegelijke straf te krijgen…

Maar die drie jongens waren niet zijn enige slachtoffers. In de gesprekken die we toen hadden kwam naar boven dat hij als kapelaan in Den Haag (Sportlaan) met zijn pedofilie ook in de problemen kwam. Het heeft toen niet tot een rechtszaak geleid, maar hij moest wel weg uit die parochie. Het zou toen gaan om 16 gevallen.

Vanuit de Sportlaan kwam hij naar Zoetermeer. Waar hij huisvesting had met een andere priester in de pastorie. Met zijn huisgenoot kon hij totaal niet overweg. En zo kreeg R het voor elkaar dat hij uiteindelijk in de wijk waar hij wijkpastor was eigen huisvesting kreeg. En met die eigen huisvesting zijn eigen privacy, geen commentaar meer van een collega priester als hij gasten ontving op zijn kamer.

En zo heeft hij in Zoetermeer weer veel slachtoffers gemaakt. Een voorzichtige schatting, die ik maak op basis van zijn informatie, stel ik op 40 slachtoffers (waar ik mezelf onder meereken). Ik heb in de loop der tijd zelf met meerdere Zoetermeerse slachtoffers contact gehad.

Zijn voorkeur lag bij jongens vanaf 14 jaar, ongeveer dezelfde leeftijd die hij had bij zijn eerste ervaring. Bij jongere jongens bouwde hij heel slim een vertrouwensband op (hij investeerde in ze), vanaf 17/18 jaar nam de belangstelling af. Naar meisjes keek hij niet naar om, zij vielen gelukkig niet onder zijn voorkeur.

Over zijn therapie liet hij zich laagdunkend uit. Het was omdat het goed uit zou kunnen werken voor de strafmaat. Hij zat de tijd dus gewoon uit omdat het moest, niet om te leren omgaan met zijn geaardheid. Hij zag bij zichzelf geen probleem, de reden dat hij hierin was beland was door toedoen van anderen, niet door hem zelf.

Op 25 januari 1990 (de januaristorm) moest hij voor komen. Een politierechter behandelde zijn zaak, daar was R heel blij mee omdat die naar zijn zeggen lichter straffen. Ook was hij heel gelukkig met het gegeven dat er geen journalisten in de zaal aanwezig waren. De uitspraak: zes maanden voorwaardelijk met een poeftijd van drie jaar.

Hij was erg blij dat hij niet hoefde te zitten. Maar zijn droom was kapot gemaakt, hij wilde graag aalmoezenier worden. Hij vond dat wel mooi zo’n uniform. Maar door zijn strafblad kon hij dat nu wel op zijn buik schrijven.

In het bisdom Utrecht kreeg hij in hetzelfde jaar een eigen parochie. In Amersfoort, de Henricus Parochie. Deze parochie was gelegen in de wijk Het Soesterkwartier, in die tijd een wijk met veel gebroken gezinnen en problemen. Kortom een ideale kweekvijver waar hij weer aan de gang zou kunnen gaan. Of dit het geval is geweest weet ik niet. Ik heb in 1990/1991 het contact verbroken, in een gesprek was ik op zoek naar spijt bij hem. Op een vraag van mij of hij wel besefte wat hij ons heeft aangedaan antwoordde hij resoluut: “Ik ben ook maar een mens van vlees en bloed, ik heb ook mijn behoeftes”. Na dat gesprek had ik geen behoefte meer om met hem om te gaan of enig contact meer met hem te onderhouden.

Ondanks mijn boosheid over en naar R toe, hield ik het voor mezelf. Ik kwam er niet mee naar buiten. Dat deed me geen goed, beetje bij beetje werd ik depressiever zonder dat ik dit door had. Relaties verliepen moeizaam en waren geen lang leven beschoren. In de meeste gevallen van mijn relaties lag het initiatief ook bij de ander en niet bij mij (zowel het beginnen als het beëindigen daarvan). Ik voelde mij ongemakkelijk wanneer ik bij vrienden was met jonge kinderen, als die in hun blote kont door het huis renden. Alleen door die ene zin van R die hij tegen mij zei: “Omdat ik zo ben, hoef je niet bang te zijn dat jij ook zo wordt”.

In 1995 was ik me wel bewust dat ik niet goed in mijn vel zat. Ik was meer met de dood bezig dan met leven. Nadat ik door een toevalligheid getuigen mocht zijn van een bevalling ging ik echter beseffen hoe waardevol het leven was (en is). Ik moest iets gaan doen, want anders kon ik net zo goed van twintig hoog naar beneden springen. En zo ging ik naar mijn huisarts, voor een verwijzing naar het Riagg. Ondanks waarschuwingen van lange wachttijden werd ik heel snel door het Riagg geholpen en werd er een traject gestart.

Zo vertelde ik mijn verhaal ook aan goede vrienden, mijn ouders en mijn zus. Daar bleef het een tijd bij. Ik was blij met hun begrip en steun, maar misplaatste schaamte en schuldgevoelens remde mij om het aan de grote klok te hangen.

Later heb ik er ook over gesproken met drie verschillende priesters in Zoetermeer. Maar op mijn kritische vragen over de rol van de kerk in deze kwestie kreeg ik nooit een bevredigend, laat staan een duidelijk antwoord. Gevoel van steun heb ik uit die hoek moeten missen.

Aangifte doen heb ik ook geprobeerd. Er werd mij echter verteld dat dit geen zin meer had om dat mijn geval zou zijn verjaard. Onverrichter zaken had ik toen het politiebureau weer verlaten. Met een gevoel van onrecht.

Ondanks mijn teleurstelling in de kerk en het rechtssysteem, was de steun en begrip groot genoeg om verder te gaan met de boel weer op de rit krijgen. Toen ik op een dag naar mijn therapiesessie ging, zag ik een man vanuit tegenovergestelde richting mijn kant op komen. Deze man leek als twee druppels water op R. Terwijl we elkaar naderden overwoog ik wat ik zou doen zodra we tegenover elkaar zouden staan, toen besloot ik dat het niet waard was om mijn handen eraan vuil te maken. Pas op twee passen afstand zag ik dat het iemand anders was. Met die ervaring ging ik naar mijn sessie en heb ik aangegeven dat ik het de tijd rijp vond om te stoppen met deze sessies. Ik voelde mij een koning te rijk en was ervan overtuigd dat ik alles echt een plek heb weten te geven.

Tot in 2003, tijdens een festival vertelde iemand mij dat hij R had gezien. Hij zag R in Utrecht, hij was in uniform, hij was aalmoezenier geworden. Omdat de persoon aardig beschonken was besteedde ik er weinig aandacht aan. Ik geloofde het ook niet echt, dat kon toch niet, hij had een strafblad. Daarnaast stond ik op het punt uitgezonden te worden naar Bosnië, na mijn uitzending zou ik wel nagaan of dat verhaal klopte. Het actiepunt neigde in de vergetelheid te verdwijnen tot ik eind 2003 op oefening was in Polen. Ik rolde in een gesprek met een Humanistisch raadsman over de rechtspositie van een militair geestelijk verzorger. Ik vroeg of hij gescreend was voordat hij werd aangenomen bij Defensie. Dat beaamde hij, dus vroeg ik hem hoe het mogelijk was dat iemand met een strafblad door de screening kon komen. Het antwoord moest hij me schuldig blijven, maar hij zou dat proberen uit te zoeken.

Toen ik hem mijn verhaal vertelde om mijn vraag toe te lichten, kreeg hij heel snel door over wie ik het had. Zonder dat ik de naam van R had genoemd, deze raadsman had met R op het militair vormingscentrum Beukbergen gezeten. Een dag later kwam de raadsman naar me toe, hij had een officier van de militaire inlichtingendienst gesproken en mijn vraag doorgespeeld. De officier was verbaasd over het verhaal en zou dit terug in Nederland uitzoeken.

Ik werd overvallen door woede. De kleine troost die ik nog had aangaande R was het feit dat hij zijn droom uiteen zag spatten, verdween voor mij als sneeuw voor de zon. Gevoel van verraad richting Defensie, mijn eigen werkgever, bekroop mij. Dit veranderde snel in verontwaardiging.

Terug in Nederland kwamen er de toegezegde antwoorden en zo ook meer vragen.

Afhankelijk van de functie wordt het niveau van screening bepaald, in R’s geval was dit het laagste niveau. Ze wisten dat hij een strafblad had, maar niet waarvoor. De combinatie van zijn functie en het feit waar R voor veroordeeld was, wees niet op een mogelijk gevaar voor de staatsveiligheid. En daarmee was de screening afgehandeld en stond niets een aanstelling in de weg. Het verhaal wordt nog gekker, Defensie weet wel van zijn verleden, tijdens een plaatsing op Seedorf (Duitsland) was er tussen R en een militair een incident. De militair in kwestie bleek een slachtoffer van R te zijn, R werd overgeplaatst naar Nederland. Ook tijdens een uitzending kwam R een slachtoffer tegen, wederom een hoop tumult wat resulteerde in een repatriëring en wederom een aantekening in zijn dossier. Maar dat stond een omzetting van een tijdelijk contract naar een vaste aanstelling niet in de weg. In tegendeel, R werd bevorderd van kapitein naar majoor. Als verklaring op mijn vraag hoe dit mogelijk was: “Van strafbare feiten gedurende zijn aanstelling is geen sprake, er bestaat juridisch geen grond om zijn aanstelling te beëindigen”.

De kerk doet niets voor me, sterker nog, Bisschop Punt (als legerbisschop R’s leidinggevende), houdt hem willens en wetens in het ambt. Het rechtssysteem liet me in de kou staan. En nu kan Defensie in deze ook niets voor me doen.

Ik heb toen overwogen om het onder de aandacht te brengen bij de politiek (en zeer waarschijnlijk de pers), het aanschrijven van de fractievoorzitters van de Tweede Kamer of via de vaste Kamercommissie voor Defensie. Maar dan zou ik zelf uit de anonimiteit moeten stappen, daar was ik niet aan toe. Mijn collega’s kennen mijn verhaal niet. En wil ik wel als klokkenluider te boek? Denkend aan het verhaal van Don Quichot de La Mancha, besloot ik om de zaak te laten voor wat het is.

In maart 2004 heb ik mij laten uitschijven bij de Kerk. Waarom zou ik dit instituut steunen als dit instituut mij niet steunt? Hierop heeft de toenmalige pastoor van mijn parochie mij gewezen op Hulp & Recht. Omdat dit door de RK Kerk zelf in het leven is geroepen had en heb ik mijn bedenkingen op de onafhankelijkheid hiervan. Argwanend voor een nieuwe teleurstelling in het instituut kerk ben ik hier niet op ingegaan.

Begin 2010 barste de bom opnieuw. Ik was uitgezonden naar Afghanistan. Ondanks de grote afstand kregen wij wel de mogelijkheid om het nieuws te volgen. Zei het met een dag vertraging konden we wel dagelijks het 20.00 uur journaal van de NOS volgen. De nieuwsberichten over het seksueel misbruik binnen de RK Kerk trok mijn aandacht. De uitspraak van Simonis: “Wir haben es nicht gewust”, gedaan in TV programma Paul en Witteman trof mij hard. Ik heb met het meubilair staan smijten, ik kan mij niet herinneren ooit zo kwaad te zijn geweest. Ik had daarna een gesprek van ruim twee uur gehad met een vertrouwenspersoon. Uitgerekend Simonis, die R de hand boven het hoofd heeft gehouden, doet zo’n beladen uitspraak.

Maar de conclusie van mijn gesprek met die vertrouwenspersoon is duidelijk. Ik heb dit nog geen plaats gegeven. En ik zal iets moeten ondernemen om het op de een of andere wijze toch af te sluiten.

Daarom schrijf ik mijn verhaal op voor Mea Culpa United. Geen idee waar deze stap toe zal leiden. Maar één ding is voor mij duidelijk, iemand zal zich moeten verantwoorden voor de wanpraktijken binnen de Kerk.

De priester R is kortgeleden met pensioen gegaan.

Inmiddels weet ik dat een aantal van zijn slachtoffers wel bij Hulp & Recht hebben aangeklopt. Er zijn schadevergoedingen toegewezen en betaald. Ook heeft dit geresulteerd in een aantekening in zijn dossier dat hij nooit met kinderen mag werken. Op zich een prettig gegeven, maar dit hadden ze 30 jaar geleden ook kunnen doen als ze hem per se in het ambt hadden willen houden. Zo had ik heel anders op mijn jeugd terug kunnen kijken. En had ik aan het Riagg nooit een cent hoeven te betalen.

E samenstelling rapport MCU

November 2010-11-29

Bert Smeets

MeaCulpa United stichting

www.meaculpa-media.com

0031 (0) 6 25 26 20 36