Chantage

 

Persmededeling

Bisschop Vangheluwe blijft ongestraft

Deze week is het twee jaar geleden dat monseigneur Vangheluwe op  24 april 2010 gedwongen ontslag moest nemen als bisschop van Brugge, omdat hij een paar neven in hun kindertijd seksueel had misbruikt. Bovendien zijn er een niet gering aantal klachten van schuldig verzuim van deze bisschop lopende.  Als werkgroep Mensenrechten in de Kerk willen wij, in naam van 525 slachtoffers van dergelijk misbruik onze zorg uitdrukken dat velen onder dit misbruik blijven lijden omdat de Roomse paus Ratzinger onbeweeglijk deze feiten ongestraft laat voortwoekeren. Van kardinaal Danneels noch van zijn opvolger, monseigneur Leonard hebben wij geen enkel moreel signaal ontvangen dat zij er bij de paus zouden hebben op aangedrongen hier werk van te maken.

Linda Opdebeeck, voorzitter Werkgroep Mensenrechten in de Kerk

 

 

 

De reden dat er niemand in de kerk wordt aangepakt is…chantage. Ze houden elkaar op deze manier in evenwicht. Vangheluwe weet ook van anderen dus straf hem niet te hard want dan slaat hij nog harder terug. Net als de Bleijerheide broeders die elkaar chanteerden, kon men zo alles netjes onder de mat schuiven. U denkt dat de zwijgcultuur voorbij is…nee het wordt duidelijk dat de zwijgplicht, deze ongenadige omerta, van hoog tot laag nog altijd existeert, vandaar onze solidariteit met de werkgroep mensenrechten in de kerk. De doofpot daar hebben wij alleen tegen aan mogen stompen, krabben met onze nagels maar nog niemand heeft bekend, ze weten van niks, nooit iets gemerkt, noch gehoord!

Ook wij vechten al twee jaar onophoudelijk tegen dit onrecht, tegen deze valse ontkenningen, gedraai en wat gebeurt er als wij ZWIJGEN????

Mea Culpa roept daarom iedereen op, alle slachtoffers, ongeacht het soort misbruik, geweld of psychische wond…steun onze petitie voor een parlementaire enquête.

Morgen publiceren wij de oproep en zullen deze petitie gaan aanbieden aan de Tweede kamer…met iedereen die daar bij wilt zijn.

 

Compensatiecommisie behandelt 86 aanvragen, 10 zijn klaar

De Compensatiecommissie voor seksueel misbruik in de r.-k. Kerk heeft momenteel (1 april) 86 zaken in behandeling. In 10 zaken heeft de commissie inmiddels definitief geadviseerd en zijn uitspraken verstuurd naar het bisdom of de orde/congregatie waartoe de dader behoort of behoorde. Bisdom of orde/ congregatie zorgt voor uitbetaling aan het slachtoffer binnen 6 weken.

In deze 10 zaken vinden met name uitkeringen plaats binnen de categorieën 2 (7.500 Euro) en 3 (tussen de 10.000 en 20.000 Euro) en een enkele keer binnen categorie 1 (maximaal 5.000 Euro). Er zullen spoedig ook uitkeringen volgen binnen de categorieën 4 (25.000 Euro) en 5 (maximaal 100.000 Euro), maar veelal dient in die zaken nog een aantal vragen te worden beantwoord zoals hieronder aangegeven. De commissie werkt permanent aan het uitwerken van uitspraken zodat een volgend reeks uitspraken nog deze maand zal worden verzonden.

In ca 25 aanvragen heeft de commissie inmiddels per brief aan de aanvrager van compensatie nadere informatie gevraagd over de omvang van de geleden materiële schade en het oorzakelijk verband tussen deze schade en het geconstateerde seksueel misbruik. Dit is overeenkomstig artikel 19 van de Compensatieregeling. Van die 25 zijn er zeker 12 waar sprake is geweest van uitzonderlijk misbruik en die vallen definitief in categorie 5 van de regeling. In 13 zaken heeft de commissie nadere informatie gevraagd aan de voorzitter van de Klachtencommissie met betrekking tot de aard en omvang van het misbruik (artikel 15 van de Compensatieregeling).

De commissie heeft in 4 bijeenkomsten sinds haar oprichting eind vorig jaar, ruim tijd besteed om vast te stellen in welk van de 5 categorieën van de Compensatieregeling slachtoffers zouden moeten vallen. Daarbij zijn vragen aan de orde als: welke rol speelt de leeftijd van slachtoffers, hun ten tijde van het misbruik reeds aanwezige kwetsbaarheid, de ernst van het misbruik, mogelijk fysiek geweld en/of letsel, de duur van het misbruik, en of bijvoorbeeld sprake is van één of meer daders, al dan niet behorend tot dezelfde kerkelijke instelling. Ook kan bij de beoordeling meespelen dat de omgeving van bepaalde zaken geweten moet hebben. Inmiddels is er voldoende ervaring opgedaan om de te verwachte stroom van aanvragen binnen de gestelde termijnen naar behoren te behandelen.