De Zwarte Doofpot (editie OM)

franc consparicyEEN ERNSTIGE VORM VAN ‘WITTE’ (dan wel bruine) BOORDEN CRIMINALITEIT 

Op ons liefhebbend, jongenspensionaat te Bleijerheide bij de arme broeders Franciscanen speelden zich al vlak na de oorlog machtsspelletjes af die leiden tot grote belastingontduiking, malversaties, chantage en zelfverrijking met gevolg een veroordeling van overste Adelbertus in 1975: Iedereen werd opgelicht, ouders, justitie, de overheid, gemeente Kerkrade, de belastingen en de ouders betaalden een hoge(re) rekening om hun kinderen op het Franciscus jongenspensionaat een voorname, katholieke opvoeding te geven.

Geld, veel geld verdween in de zakken van broeder Adelbertus (T h C ) die NOOIT NEE KON ZEGGEN tegen administrateur Mart S. Er wordt zelfs gesproken door de officier van justitie mr Hermesdorf van ‘het topje van de ijsberg’. Tussen 1962 en 1973 ging het om vele tienduizenden guldens en vormden zich machtsblokken, een cultuur van strijd door onduidelijke regels. Waar vreemd genoeg niet naar gekeken werd tijdens dit onderzoek zijn de onderliggende verhoudingen bij de broeders die een rol speelden bij de kennis die ze hadden over elkaar. Er is immers sprake van een machtsstrijd. Deze situatie, deze zwarte doofpot cultuur / oplichting duurt ruim 11 jaar en meer dan twee jaar nam het vooronderzoek van de recherche van Kerkrade en de fiscale opsporingsdienst in beslag. Zijn er bij justitie nog stukken van of is het net als het Rutten ‘rapport’ onvindbaar zoals alle rijkdom van de arme broeders in de zwarte pot verdween? Overste Adelbertus jammert en klaagt dat hij Mart S de administrateur niet kan weigeren?? Waarom kan hij niet ‘nee’ zeggen? Het tweetal, de ex-provinciaal overste Adelbertus, vertrouweling van generaal overste Benedictus, die ik nog gesproken heb en niets wist van misbruik (behalve dan dat juist de jongetjes de broeders hebben verleid), zweeg Benedictus uiteraard over deze Adelbertus die maar kort gestraft is ondanks dat hij veroordeelt werd. Zwijgen is letterlijk en figuurlijk goud voor de broeders Franciscanen. Adelbertus was als overste op de hoogte van narcose praktijken met leerlingen, is een van de klachten in het engelen dossier.

Twee jaar heeft het onderzoek geduurd van de recherche Kerkrade en de fiscale opsporingsdienst. Men heeft uiteindelijk broeder overste Adelbertus en zijn boekhouder Mart S veroordeelt maar rekening gehouden met het blanco strafblad dat zij hadden!!!??? Vanaf 1962 tot 1973 ouders, kinderen, de samenleving tillen en men houdt rekening met de schone lei waar beide heren ingedeeld worden. Een voorbeeld hoe justitie de broeders laat lopen en jarenlange malversaties onbestraft blijven, en zoals mr Ek beweert ‘het is maar het topje van de ijsberg’.

Zo kun je het nog ver schoppen als congregatie want het spel werd op hoog niveau gespeeld. Toen ik in gesprek kwam met pastoor Schafraad tijdens de pre-production van mijn documentaire ‘Tussen Kathmandu en Bleijerheide‘, heeft hij zich pas echt opgewonden toen het geld ter sprake kwam, en bleek dat overste Ignatius met een behoorlijke som geld er tussen uit was gepiept. Ignatius pleegde uiteindelijk zelfmoord want kreeg geen steun van niemand meer, ook de toenmalige wethouder liet hem vallen omdat Ignatius hem ooit een betere positie beloofd had. De arme broeders zaten verstrikt in een web van verraad, misbruik, geheimhouding en jarenlange oplichting. Je vraagt je af of er enige maatregelen zijn genomen om de onduidelijke regels waaruit machtsconflicten bleven ontstaan, zelfs ver na Adelbertus schurkenstreken, bleven ze gewoon doorgaan. Bovendien moest men verhullen dat men teveel van elkaar wist: chantage dus. Welke waren overigens die onduidelijke regels (regelingen binnen de congregatie over bevoegdheden rammelden mede door het cumuleren van functies????), zo heette het officieel. Wie dit begrijpt mag het zeggen. Er werd een keiharde machtsstrijd gevoerd. De arme broeders van Bleijeheide zijn nooit volledig onderzocht, noch door Deetman, noch door justitie. Hoewel ik sommige uitspraken van de officier van justitie mr Hermesdorf (‘het topje van de ijsberg’) toen in 1973 moedig vond, alsmede in het LD van 25 November 1975 ‘ER IS VEEL MEER GEBEURD DAN IN DE DAGVAARDING STAAT‘, aldus mr Ek.

In 1972 verscheen het Rutten ‘rapport’, dat leidde tot de val van de populaire broeder Eymard, nu pastoor Schafraad. Er stond in dat er misbruik plaatsvond door Bulletje, en ieder jongetje wist dat je bij de zieke broeder Bulletje weg moest blijven. Kern van mijn betoog is: heeft justitie toentertijd dit Rutten ‘rapport’ of notities ingezien? Heeft men gehoord van dit onderzoek door dhr Rutten? De malversaties door Adelbertus die het topje van de ijsberg waren, volgens mr Hermesdorf, werden in die tijd ook onderzocht en kon men weten dat er niet alleen problemen waren met de boekhouding maar ook excessief geweld en seksueel misbruik plaatsvonden. Geen reden tot nader onderzoek? Geen wakkere agent / journalist die verbanden legt met de machtsstrijd en hoe de populaire broeder Eymard ontslag kreeg en de boef overste Adelbertus, de seksueel gestoorde Bulletje, Servatius, Lebuinus, Leonardus, konden blijven? Waarom wel artikelen in de krant over de malversaties maar niets over het geweld, seksueel misbruik? Loopt de Limburgse journalistiek wederom aan de leiband van katholieke, CDA netwerk cirkels en andere brave types die nog in de vorige eeuw leven? Wie heeft overste Adelbertus uiteindelijk verraden? Waren de onderzoekscommissies toen ook al onderhevig aan een ander feitencomplex inzicht, zoals recentelijk bij RKK meldpunt, en wilde men liever de waarheid niet weten?

‘Het vermoeden bestaat’, schrijft de journalist op 25 Augustus 1973, ‘dat Mart S de boekhouder de 54 jarige directeur (broeder Adelbertus) via chantage tot medewerking had gedwongen’.

Ook de tehuizen in Bleijerheide, Gemmenich werden door Mart S boekhoudkundig handig bewerkt om tot ver over de 90.000 gulden te verduisteren en zette een niet bestaande leerkracht op de loonlijst. Meer dan twee jaar duurde het vooronderzoek dat met een sisser afloopt. Beide heren hebben dan al leed genoeg ondergaan maar aanvankelijk klonken andere geluiden uit justitiële hoek: ‘Hoe geraffineerd het tweetal zaken aanpakten‘ merkte officier van justitie mr Ek op. Overste Adelbertus had er slechts een auto aan overgehouden dus de hele chantage kwestie lijkt dan van de baan want de journalist, noch justitie gaat er verder op in.

Verder verdedigd Mart S zich op een bijzondere manier want hij beweert ‘dat ze in het belang van de congregatie zijn gebeurd‘?

Je vraagt je af of zowel de journalist of justitie heeft zitten slapen want welk eventueel belang had de congregatie? Laten we er enkele bij de horens vatten!

1)  Reputatie schade

2)  Grotere financiële malversaties (topje van de ijsberg)

3)  Geweld en seksueel misbruik (kwam niet in de media).

4)   Werkte de congregatie als geheel mee aan valsheid in geschrifte en was overste Adelbertus slechts een pion in het misbruik spel onder de broeders?

De commissie meldpunt RKK kan niet langer om deze nieuwsfeiten heen. Jongenspensionaat Bleijerheide is een schandvlek, een criminele congregatie die keihard ouders uitbuitte, extra rekeningen inboekten, sjoemelden met cijfers / administratie; de veroordeelde Adelbertus was inmiddels overgeplaatst, beschermd in een klooster van de broeders in Aken en niemand die voor de kinderen opkwam. Ze hebben altijd hun eigen regels kunnen hanteren en wij, de samenleving, stond dit toe! Geld genoeg voor de arme broeders!

Overste Adelbertus weerde zich in 1962 al tegen opmerkingen dat het ‘iets minder had gekund’ met de bouw van de aula. Adelbertus opende de aula in aanwezigheid van burgemeester Gijsen, vicaris-generaal bisdom Roermond drs P van Odijk, vele gemeentelijke, culturele vertegenwoordigers, Rolduc president Jochems, en bedankte de hechte relatie tussen de broeders en de burgerij van Kerkrade.

We hebben gemeend het zo goed mogelijk te doen opdat onze opvolgers over dertig jaar ook nog plezier aan deze aula zullen hebben. In andere gevallen zou het verkeerde zuinigheid hebben betekend‘, aldus de later beschuldigde overste Adelbertus waar een onderzoek naar zou komen vanaf 1962-1973. Dit onderzoek zou twee jaar duren.

In 1962 konden de broeders deze dure aula al bouwen. Waarom wilde de recherche en het Fiod voor 1962 deze super aula niet betrekken in het onderzoek naar belasting ontduiking en valsheid in geschrifte? Vreemd, juist over deze aula met ruime speelzaal, vergaderruimte, filmcabine, uiteraard toiletten en garderobe had men moeten betrekken in de malversaties rond de zwarte doofpot. Had de gemeente Kerkrade hierbij iets te verliezen, meerdere partijen waren immers betrokken bij deze aula. Adelbertus bedankte bij de opening de Kerkraadse gemeenschap voor haar morele en financiële steun? Mijn vraag is hoezo steunde de Kerkraadse gemeenschap de broeders? Ik kan me buiten de verbannen / verstoten 260 discipelen / kinderen / internisten, geen Kerkraadse bevolking herinneren in de kapel. In bovenstaand artikel wordt beweerd hoe opmerkelijke dat deze aula tot stand is gekomen in eigen beheer en zonder enige overheidssteun??? Het kan allemaal niet minder al voor 1962, deze superaula vlak na de bouw van een moderne gymzaal. Er wordt hier ronduit gelogen, of beter de waarheid wordt naar hun hand gezet…de vraag is: ‘wie zwijgt hier’?

Ik heb op internaat gezeten tijdens deze bouw, de opening aanschouwd, we mochten dagen later de  bijzondere vierkleurige toneelverlichting (240 bovenlichten / 44 inklapbare voetlichten aanschouwen. In de zaal zijn nog twee schijnwerpers met kleurregelaars opgesteld en de zaalverlichting blijft dankzij een noodaggregaat branden bij eventuele elektrische storing. Het moge duidelijk zijn de lamp kon men laten branden op Bleijerheide in 1962, en natuurlijk vroegen mensen zich af hoe de arme broeders dit konden bekostigen. Toen verzon overste Adelbertus het ultieme compliment aan de bevolking, die waarschijnlijk zonder dat ze het wisten via belastingcenten bijdroegen aan deze fabuleuze lichtshow der franciscanen. Burgemeester tevreden, Jochems lachte in zijn vuistje en iedereen klapte met de leugenaar mee die vrijspel kreeg voor zijn malversaties tot 1973. Oh ja, hij werd verraden….door wie?

Een andere geste kwam ook nog van de arme broeders om de Kerkraadse gemeenschap, groepen als Het Land van Rode, de culturele kring goede diensten te bewijzen door ze te laten spelen in deze nieuwe aula. Deze –pappen en nat houden aanpak werkte want iedereen vergat acuut de kritiek en de vragen over de realisatie van deze super aula. Ja, en wij waren de geprivilegieerden, als we naar binnen gingen marcheerden we op kousenvoeten naar binnen.

‘Het had iets minder gekund’, doch Adelbertus ‘verkeerde zuinigheid‘ duidde al op ruimhartige spendering van geldstromen, en aan die bron stonden de franciscanen zich te laven.

De arme broeders franciscanen een criminele congregatie!

Bus IAO Bert SB-90-63

(leesvoer voor in de bus naar Bleijerheide) Alice Miller; herhalingsdwang…opleiden tot dader …de wil moest gebroken worden

huilen …nog meer slaag leidt tot rancune / psychisch verdringingsmechanisme (ze komen uit als je je bewust bent van je wraakgevoelens)

De Dreef in Waterveld 1998 criminele jongeren

1970 kamervragen over Bleijerheide…en….we zouden een artikel 12 procedure ingaan!!? Beloofd in de Tweede kamer in 2013 tot op heden geen spatje beweging bij het OM. Te druk met eigen mensen te vervolgen topman Vincent L. Dus, nog één citaat:

officier van justitie mr Hermesdorf (‘het topje van de ijsberg’) in 1973, alsmede in het LD van 25 November 1975 ‘ER IS VEEL MEER GEBEURD DAN IN DE DAGVAARDING STAAT‘, aldus mr Ek.

Veel meer!! En het is nog steeds niet onderzocht….OM

Mea Culpa 1 & 2

Afgelopen week werden twee artikelen in (http://stichtingdewijnstok.nl)  een column van dhr. JPM Hans Schoenmakers, fel uitgehaald naar het beeld / sculptuur, ‘de weg naar verzoening’. Ik werd gisteren gebeld door dhr. Schoenmakers waarna wij een helder en sympathiek gesprek  voerden over het kunstwerk. Ik wil Pierre Habets hier even buiten laten omdat ik vind dat kunst vrij, onafhankelijk en zijn gang moet kunnen gaan. Pierre Habets heeft bovendien zijn werk zeer betrokken, integer en professioneel uitgevoerd. We publiceren 1 op 1 de visies van stichting de wijnstok’, dhr. Schoenmakers  zonder toevoegingen van enig commentaar dan wel kritiek. Er bestaat zoiets als ‘de weg naar…..’?

 

Afgelopen vrijdag is in Roermond een kunstwerk onthuld voor de slachtoffers van misbruik door de rooms katholieke kerk. Het monument kwam tot stand met steun(!) van een aantal misbruikslachtoffers(!) verenigd in Mea Culpa en het bisdom Roermond. Het kunstwerk heet de ‘Weg naar de Verzoening’ en beeldt Christus(!) af, die een kruis draagt en Zijn hand uitsteekt naar een bedroefd jongetje.

Tot nu toe hebben wij nogal flink commentaar gehad op de ‘suprematie-verbeelding’ van de Roomse Kerk aangaande haar eigen positie binnen de religieuze wereld. Maar zelden hebben we ons nu echt wel zo zeer boos gemaakt over deze gang van zaken. En we zullen die eens puntsgewijs afgaan.

  1. Het feit, dat er een  ‘kunstwerk’ wordt gemaakt rond zoiets schandaligs als kindermisbruik door hen, die als ‘Hoeder van de kinderziel’ werden vertrouwd en geloofd. Men maakt ook geen ‘kunstwerk’ rond een ordinaire verkrachter, die nota bene zelf ‘steun’ geeft in de organisatie van dat kunstwerk.
  2. Indien de Rooms Katholieke Kerk zich werkelijk schaamt voor haar gedrag ten aanzien van kindermisbruik, dan dient bij een dergelijke onthulling niet de vicaris, Mgr. Pierre Habets, de onthulling te doen, maar niemand minder dan de hoogst verantwoordelijke binnen de Roomse Kerk in Nederland, Kardinaal Willem Eijk.
  3. Indien de Rooms Katholieke Kerk denkt, dat hierbij in de ogen van Hen, die zij zeggen te vertegenwoordigen, de kous af is, dan vergissen ze zich lelijk. Het is al een belediging, om een priester tijdens een eucharistieviering in ‘Persona Christi’ niet alleen de schulden van zijn parochianen vergeeft, maar ook die van hemzelf, als herder van diezelfde parochie te zien vergeven, maar dat dit nu even tussen neus en lippen door met een ‘kunstwerk’ bezegeld wordt, is werkelijk stuitend. Een fraai staaltje Katholiek Recht, wat in deze context best mag worden meegewogen.
  4. Het is werkelijk Godsbeledigend, om de zondigheid van de Roomse Kerk af te beelden met een afbeelding van CHRISTUS! Het is een grof schandaal, dat hier de Liefde van JEZUS, afgebeeld als die van Christus wordt gebruikt. Het is werkelijk onbegrijpelijk, welke goddeloze hiervoor verantwoordelijk is. En wij spreken hier niet de kunstenaar op aan, maar degene, die het ontwerp heeft goedgekeurd. We vragen ons af, of een ordinaire verkrachter zich in een schuldverklaring ook van (een afbeelding van) Christus mag bedienen, om vergeving af te dwingen.
  5. Jezus is geen eigendom van de Roomse Kerk. Christus al helemaal niet. Het is een grof schandaal, dat de Roomse Kerk niet alleen Zijn Woorden en Handelingen tot de hare heeft verklaard, maar nu ook Zijn Afbeelding inzet, om haar eigenbelang vorm te geven. En dan nog wel in de flagrante tegengestelde betekenis van: ‘Laat de kinderen tot Mij komen’.
  6. Het hele project verdient geen plek in het stadspark van Roermond. Het verdient een plek, daar waar het werkelijk hoort: Recht tegenover de ingang van het Bisdom Utrecht aan de Maliebaan aldaar. Of nog beter: op het Sint Pietersplein in Rome. Zodat iedereen zich goed bewust is, dan wel bewust zal worden, dat de macht, waardigheid, aanzien en rijkdom van de Rooms Kerk haar hand nimmer meer zal uitstrekken naar (de goedgelovigheid van) een kind.Hier kunt u het mee doen. We zijn te boos, om er nog  verder begrip voor te hebben. ‘Vertoornd’ is het woord. De Kerk moet zich schamen en het kunstwerk per direct (laten) verwijderen.
Mea Culpa 2
‘Leci n’est pas Christus’!

De boosheid is nog onveranderd. Gisteren is geprobeerd, om uiting te geven aan die boosheid, maar het bisdom Roermond heeft nog niet gereageerd en ‘Mea Culpa’ heeft ons doorverwezen naar de kunstenaar. Dat levert natuurlijk geen inhoudelijke discussie op. De kunstenaar zal natuurlijk zijn kunstwerk verdedigen en daarbij voor iedereen ‘begrip’ tonend.

Maar wat nu? Wat is nu werkelijk het probleem? Moeten we de Roomse Kerk met al haar arrogantie van Kerkelijke Macht, die ze ook juist in dit project weer liet gelden, dan maar beschouwen als een van God losgeslagen criminele organisatie? Er zullen genoeg mensen zijn, die dit standpunt maar al te graag innemen. En er zijn ook genoeg redenen te noemen, om het, als het gaat om geestelijke Zielsmishandeling, inderdaad zo te beschouwen. Een organisatie, die in dit geval eerst geprobeerd heeft, om alles te verdoezelen met het door henzelf ingestelde Sacrament van de Doofpot, het meest geheimzinnige en sinistere Sacrament, dat de Roomse Kerk in de krochten van het Vaticaan bewaart en uitsluitend toepast op haar eigen functioneren. Betekent dat dan echter wel, dat men priesters, bisschoppen, kardinalen en pausen, die wel de zuivere roeping in hun Ziel volgen, ongeacht de ‘Leer der Kerk’, ook op de door diezelfde Kerk in het verleden toegepaste brandstapel moet gooien, onder het uitspreken van de Latijnse woorden: ‘Oculum pro oculum, dente pro dente’? (Voor de on-katholieken: ‘Oog om oog, tand om tand’). Zou Christus, die door diezelfde kerk in heel Zijn Wezen, Handelen en Vergevingsgezindheid is geconfisqueerd en geheel naar haar eigen welbevinden is ‘aangepast’, (zeg maar rustig: verkracht) daar nu werkelijk Zijn leven voor hebben gegeven?

Het vraagt nogal wat van mensen, die Christus werkelijk hoog in hun vaandel hebben staan, om vergevingsgezindheid te tonen naar een kerkorde, die van diezelfde Christus een ‘Katholieke Schijnheilige’ heeft gemaakt. Sommige mensen zullen hun hele leven de boosheid voelen naar de kerk. Er haken zelfs (steeds meer) mensen af, die het woord ‘kerk’ zonder haat niet meer kunnen horen. Mensen, die daarbij vaak zelf hun Ziel op de brandstapel hebben gegooid. Omdat zij niet meer in staat waren, die Ziel te leven, zoals ze in eigen geweten en integriteit hadden gewild. Mensen, die ooit voor de Woordvoerder van Liefde zullen verschijnen en daarbij geen spaan heel laten van hun eigen Ziel. Is dat niet vreselijk? Is dat niet werkelijk het allerergste, wat een mensenziel met zichzelf kan laten gebeuren?

Men kan dus stellen, dat Wraak en Haat, dat zich in de mensenziel een plaats heeft verworven, er niet zomaar meer uitgaat. Wraak en Haat laten zich niet zomaar weer uit de Ziel zetten. Daar is meer voor nodig, dan een standbeeldje in een plantsoentje. Daar is meer voor nodig, dan een bereidwillig bisdom, die er uiteraard wel op toeziet, dat de afbeelding geen conflict oplevert met de ‘Leer der Kerk’. Daar is meer voor nodig, dan een visie van een kunstenaar, die bij de vervaardiging van de ‘man met het kruis op zijn rug’, zichzelf ziet als een leerling van René Margritte: ‘Leci n’est pas Christus’!

Het vraagt nogal wat van slachtoffers van kerkelijk misbruik. En dan niet alleen de lichamelijk beschadigden, maar ook de geestelijk mishandelden. Het vraagt om een inkeer in de eigen Ziel. De eigen waardigheid opnieuw ontdekken en Jezus weer werkelijk onder ogen komen, zoals Hij waarlijk wil troosten en bemoedigen. Het is Zijn Liefde, die er voor kan zorgen, dat u zelfs uw eigen Zielsbreuken zal kunnen Helen. En geef dan aan Hem en Hem alleen het voordeel van uw argwaan, twijfel of achterdocht. Hij zal het met Liefde beluisteren en met Liefde bezegelen. Wat u ook in uw Ziel te leven heeft. En dan zal er een dag komen, dat u Hem een hartgrondig ‘Mea Culpa’ zal vragen voor het ooit breken met uw Ziel. En Hij zal u vergeven, zoals geen priester dat kan. Ook de goede priesters niet. Want die worden dan door de Kerkfarizeeërs, die de ‘Leer der Kerk’ bewaken tegen alle gevaren als insubordinaties, terechtgewezen en desnoods ‘verwijderd’.

Redt uw Ziel van Haat en Wraak. En vergeef uzelf, dat die twee ooit uw Ziel konden binnendringen. En mocht u in Roermond ooit het standbeeld tegenkomen, draait u zich er dan van weg en denk dan die wijze woorden: ‘Vader, vergeef het hen, want ze weten niet, wat ze gedaan hebben’. Een mooiere Liefde kan zelfs Jezus Christus uw eigen Ziel niet geven.

Limburgse openheid

In bovenstaand artikel Wim Doesborgh (De Limburger) komt het bisdom vicaris Schnackers uitgebreid aan het woord, en ik heb vicaris-generaal Hub Schnackers bedankt en gecomplimenteerd voor zijn oprechte woorden. Echter het einde van het artikel meld; ‘Ook Bert Smeets en kunstenaar Pierre Habets hielden een toespraak’!?

Opmerkelijk hoe eenzijdig, geen hoor en wederhoor wordt toegepast, in dit geval visies van twee mensen, die zeer betrokken zijn bij dit kunstwerk, te weten kunstenaar Pierre Habets en ondergetekende, een boycot gemaskeerd wordt om uiteindelijk berichtgeving te vermijden. Boycot met een positief randje, volgens de oud-katholieke richtlijn ‘wij bepalen waar over gesproken wordt’, en zeker geen mea culpa groot in de media’.

L1 wil ook geen discussie op haar netvlies, het kan breken, deze door het CDA gesubsidieerde carnavals omroep van de provincie. Over subsidie gesproken de Klokk werd veelal geciteerd, ondanks de vele kritiek over haar weinig transparante subsidie beleid, nam de Limburgse media maar al te graag de kritiek over van schoothondje c.q. de firma Klabbers dat de tijd nog niet rijp was / is voor ‘de weg naar verzoening’.

schoothondje

Niemand, die vroeg of de tijd rijp was / is voor ‘de weg naar vergoeding’, zoals Klokk al 1.5 miljoen op haar conto heeft staan en veelal uitgegeven aan eigen salarissen en damage-control. Dit vanaf 2011-12 tot op heden maar MCU plagen staat boven aan de lijst van L1  / De Limburger. Sterk hoor en hoe braaf.

Brief aan de Paus

‘Nergens vond ik gehoor. Nu is alleen de paus over’

Mark Vangheluwe

Vijftien jaar lang werd Mark Vangheluwe misbruikt door Roger Vangheluwe, zijn oom en later de bisschop van Brugge. Hij schreef er een boek over, Brief aan de paus .

Tekst Illustratie ‘We dragen het verslag in het bijzonder op aan de moed van het slachtoffer waarmee alles begon, op 23 april. Een man van veertig die durfde te getuigen over seksueel misbruik, tegen alle hiërarchie in. Het dwong respect af, het gaf een onbekende massa plots een stem.”

Het citaat van kinderpsychiater Peter Adriaenssens staat in het voorwoord van het eindrapport van september 2010 van de commissie-Adriaenssens, de kerkelijke commissie tegen seksueel misbruik in een pastorale relatie.

De man van wie Adriaenssens de moed bewondert, heet Mark Vangheluwe (49). Hij is de neef van de voormalige bisschop van Brugge Roger Vangheluwe. Door zijn oom de bisschop werd hij misbruikt van zijn 5de tot zijn 19de. In een „relatietje”, zoals de gevallen bisschop dat op 14 april 2011 in een interview met de zender VT4 zou noemen.

Bijna exact een jaar eerder, op 23 april 2010, was de val van de bisschop van Brugge op een persconferentie met alle hooggeplaatsten van de Belgische Kerk bezegeld. Na het getuigenis dat zijn neef een paar weken eerder bij de commissie-Adriaenssens had afgelegd, kon de bisschop niets anders meer dan opstappen. Ook en vooral omdat de bisschop wist dat er een geluidsopname bestond van een gesprek op 8 april waarin hij – Roger Vangheluwe – het misbruik opbiechtte aan de familie en aan kardinaal Danneels. De zogenaamde Danneels-tapes.

Met zijn getuigenis veroorzaakte ‘de neef van de bisschop’ een lawine in de Vlaamse Katholieke Kerk. De beerput van het jarenlang verzwegen misbruik in de katholieke kerk in Vlaanderen liep in de maanden daarna eindelijk helemaal leeg.

De ‘neef van de bisschop’ trok zich daarna opnieuw terug op de achtergrond. Op zijn manier leeft ook hij, net als zijn ‘nonkel Roger’, vandaag nog altijd in het verborgene. Teruggetrokken in ‘zijn paradijs’, zoals hij het noemt. Een bonk van een kerel midden in de natuur. In zijn eigen, kleinschalige wereld, waar hij samen met zijn vrouw en hun drie kinderen leeft. Tot voor kort was hij alleen maar bekend als ‘de neef van’. Maar zeven jaar na het aftreden van de bisschop van Brugge heeft ‘de neef’ een eigen naam gekregen. Onder die naam, Mark Vangheluwe, heeft hij een boek geschreven. Een boek dat de adem afsnijdt, met als titel Brief aan de paus.

„Ik heb dat boek niet zozeer voor mezelf geschreven, als wel voor mijn kinderen. Opdat ze alles wat gebeurd is later beter zouden kunnen plaatsen en opdat ze de naam Vangheluwe weer met enige trots zouden kunnen dragen. En omdat ik hoop dat andere mensen die met een trauma zitten er iets aan zullen hebben. Wat er met mij gebeurd is, is niet iets om trots op te zijn. Ik voel me eigenlijk beschaamd, bepoteld en gekrenkt. Het is niet eenvoudig met zoiets naar buiten te komen.”

Eén keer wou Mark Vangheluwe met de pers praten. Daarna zal hij zwijgen en zijn boek laten spreken. Daaruit legde De Standaard hem een aantal citaten voor.

Het lijkt erop dat ik een gewone gelukkige jeugd heb gehad, de foto’s en de filmpjes die vader maakte bewijzen dat ook, maar ze zeggen niet alles. De werkelijkheid is soms anders dan mooie beelden uit het verleden. Op foto’s is niet te zien hoe er in mijn jeugd een soort bacterie ongemerkt bij mij binnengedrongen is en het leven veranderde. De microbe zette zich vast en verspreidde zich door het hele lichaam, zoals olie zich verspreidt op zee en niet meer op te ruimen valt. De aandoening tastte op de duur mijn hele doen en laten aan en maakte me het leven haast onmogelijk. De ziekte leek besmettelijk want heel de familie deelde in de brokken.

„Heftig, hé? En toch heeft de bisschop mijn leven niet kapotgemaakt. Integendeel, hij heeft het rijker gemaakt. Tenminste, dat is wat ik mezelf soms wijsmaak, omdat het leven anders onleefbaar zou zijn. Ik ben geworden wie ik nu ben door wat hij met mij gedaan heeft. Daar valt niet aan te ontkomen.

„Ik heb soms ook de indruk dat ik hem begrijp. Ik besef dat wat ik nu zeg eigenlijk niet uit te leggen valt, maar toch is het zo. De bisschop is een man met lusten, zoals iedere man. Door dat instituut waar hij in zat en door de omstandigheden is hij zo geworden en heeft hij gedaan wat hij gedaan heeft. Maar dat betekent niet dat ik het hem vergeef, om het in hun vaktermen te zeggen.

„Als hij hier binnenkwam, zou ik hem niets aandoen. Integendeel, ik zou hem een pot koffie aanbieden. Ik zou zeggen, lees het boek eens, we zullen er eens over praten. Misschien doet zich dan wel een mirakel voor en beseft hij eindelijk dat de schuld bij hem ligt.

„U mag dat raar vinden maar dat is niet zo raar. Dat is typisch aan kindermisbruik. Dat je een band blijft hebben met de dader. Het is een vorm van het stockholmsyndroom. Peter Adriaenssens zegt: ‘Ik heb ongelooflijk veel bewondering voor uw mildheid.’ Maar ik vind niet dat mildheid een gebrek is. Mildheid is de enige manier om vooruit te gaan. Al de rest is alleen maar negatieve energie.

„Iedereen kan fouten maken, ook de bisschop. Ik vergeef het hem niet maar ik heb begrip.

„Mijn leven had er ongetwijfeld heel anders uitgezien zonder dat misbruik. Ik kan daar veel over nadenken maar ik kan me geen leven zonder inbeelden. Net zoals een blinde niet kan weten hoe het leven van een ziende is.

„Ik kijk veel naar andere mensen. Als ik de koningin zie, die heeft een zuiver gevoel, en ik heb dat niet. Maar uiteindelijk zie ik ook veel mensen die net als ik ergens in vluchten: werk, macht, eten, drugs, noem maar op. Iedereen heeft iets. Iedereen heeft een trauma.

„Maar op de duur kan je op die manier alles weg relativeren, dat is natuurlijk ook een probleem. Dan is er niets meer belangrijk en is er niets gebeurd. Dan is er alleen maar leegte.”

Erover praten is niet makkelijk maar het voelt als een plicht het toch te doen. Ik hoop daardoor wat rust te vinden. Ik weet dat een mens altijd geneigd is te ontkennen al wat hem onbegrijpelijk is, maar daar geraak ik niet verder mee. Het liefst had ik gewild dat mijn ouders gewoon de moeite hadden gedaan om te luisteren naar hetgeen was gebeurd, zonder me telkens te onderbreken met hun versie en hun visie. Ik had graag gehad dat vooral vader eindelijk eens een poging deed om wat empathie te tonen en zich gewoon eens inspande om te luisteren naar hetgeen ik wilde zeggen. ‘Het is toch zo erg niet, negeer en doe voort, verdomme toch’, zei hij. Vader streed meer voor de glorie van broerlief dan mij te aanhoren en op te komen voor zijn zoon, en dat deed pijn. Dat vond ik zo onrechtvaardig.

„Mijn vader is zeven maanden geleden overleden. Zijn broer heeft vanuit het verborgene nog met hem gebeld drie dagen voor zijn overlijden, op zijn ziekbed. Ik zat erbij toen, maar dat wist nonkel Roger niet. Het was voor beiden een afscheid dat ze zich anders hadden voorgesteld. Koel en doods.

„Vader heeft me in zijn laatste dagen gezegd dat hij spijt had en dat hij vond dat hij zijn vaderschap niet goed had opgenomen. Hij had er oprecht spijt van, dat voelde ik.

„Vader was, net als iedereen, ook een slachtoffer van de situatie waar hij in zat. De Katholieke Kerk was voor hem de waarheid en het leven. Hij zat in die wereld. Hij zat ook verstrikt in zijn logica. Vader heeft dat niet moedwillig gedaan.

„Hij heeft de baan bewandeld die hij dacht te moeten bewandelen. Hij heeft te laat gezien dat hij mij beter had moeten bijstaan. Omdat zijn broer zoiets niet doet en een bisschop al zeker niet. Ik heb dit boek ook voor hem geschreven en ik heb spijt dat hij het niet gaat kunnen lezen’

„Vader is meerdere keren bij nonkel Roger op het bisdom langs geweest om hem te confronteren met wat ik hem had verteld. De bisschop probeerde dat te minimaliseren. En mijn vader wist niet hoe hij ermee om moest gaan. En dus gebeurde er niets. Het liefst van al moest er gezwegen worden over het onderwerp.

„Het boek heet Brief aan de paus . Ik zie het als het respecteren van de volgorde. Eerst heb ik bij mijn vader geprotesteerd. Ik heb geprobeerd het probleem aan hem uit te leggen. Hij begreep het wel, maar hij had de kracht niet om er iets aan te doen. Dan ben ik bij de bisschop zelf geweest, die het weglachte en minimaliseerde. Daarna bij kardinaal Danneels, maar die had ook geen zin om er iets aan te doen. Altijd een stap hoger. Maar nergens heb ik echt gehoor gevonden. Integendeel, ze gaven me het gevoel dat ik het probleem was. Nu blijft alleen nog de paus over. Of het moest God zelf zijn natuurlijk.

„De paus heeft het boek met Pasen toegezonden gekregen. Ik denk wel dat hij het zal lezen, ja. Of ik hoop dat hij zal reageren? Ik hoop niets meer, van deze Kerk moet ik niet te veel verwachten of hopen. Op de weg die ik ben gegaan, is het altijd veel woorden maar weinig daden geweest van de Kerk. Ik denk niet dat hij iets zal doen, nee. Hij mag me altijd komen opzoeken. Hij is welkom.”

Die avond tijdens het feestje ter ere van mijn heilig vormsel lokte nonkel me opnieuw, deze keer met een cadeautje. Het was een horloge, geloof ik, zo kon ik weten hoe laat het was. Hij nam me mee naar zijn kamer en gebruikte me voor zijn eigen deugden, nadien veegde hij de smurrie die uit hem kwam van mijn onderbuik met zijn pas gestreken zakdoek. En dat terwijl iedereen beneden vierde en zong: ‘Want God is goed en zijn gena duurt blijvend voort in eeuwigheid’. Het leek er wel op dat er niets gebeurd was want nonkel schudde toen hij beneden kwam een mopje uit de mouw en iedereen daar aanwezig schaterde het uit alsof het leven een klucht was. Ik hoorde het vanuit mijn kamer en zat daar alleen, vies en vuil.

„Ik heb lang op dit boek gebroed. Ik was rond de dertig toen ik voor het eerst iets op papier heb gekregen. Het was toen ik nog werkte als vrachtwagenchauffeur. Tijdens een helse nacht begon ik achter het stuur te flippen. Het was alsof ik een flashback had. Ik ben gestopt, toen heb ik alles gekrabbeld op een bestelformulier wat in mij opkwam. Ik was van de wereld aan het vallen. Ik probeerde het met woorden te vatten. Om die onrust kwijt te raken, dat vluchten. Ik heb miljoenen kilometers gereden met de vrachtwagen om toch maar niet de werkelijkheid onder ogen te moeten zien. Tot mijn rug helemaal kapot was.

„De keiharde feiten heb ik toen neergeschreven in honderden pagina’s. Het misbruik. Om het later te kunnen herlezen. Maar van die zaken heb ik praktisch niets gebruikt in mijn boek, de herinneringen wel, maar niet de harde feiten. Die harde feiten zijn te grof. Weet u: het misbruik heeft honderden keren plaatsgevonden. Bij elk familiebezoek. Bijna vijftien jaar lang. Het werd een gewoonte. Of ik de enige was? Nonkel Roger zei: ‘Gij zijt de enige, de engel’.

„Ik weet niet of ik dat geloven moet, ik weet eigenlijk wel zeker van niet, maar ik moet zwijgen daarover, want ik kan niets bewijzen. En ik mag niet in de naam van anderen spreken.”

Hij had me in een versmachtende wurggreep, zodat ik haast stikte. Hij nam bezit van mijn lichaam en geest. Ik kreeg geen adem meer en stikte, traag maar zeker onder het stinkend, behaard en vettig lichaam. Ik onderging het gewoon en sloot me af van de buitenwereld. Ik deed gewoon alsof ik er niet bij was. Na zijn egoïstische daad was het net of er zich in mij een explosie voordeed en mijn zelfbeeld uiteenviel in duizenden kleine stukjes als een puzzel die uit elkaar gehaald wordt. Die deeltjes probeer ik nu terug te vinden en terug op hun plaats te krijgen.

„Had ik de koningin niet leren kennen toen ik 18 was, dan was ik hier allang niet meer. Daar ben ik zeker van. De drang om mezelf kapot te maken, was er. Drank en drugs. Vernietigend. Ik maak nu beelden uit hout met een kettingzaag. Maar ergens is dat ook kapotmaken. Ik ben ook nu nog autodestructief. Dat is niet positief.

„Het boek is iets dat ik moet doen. Voor mezelf. Zoals je moet eten. Dat is mijn weg. Maar ik wil die weg met dat boek ook wel afsluiten. Het moet een einde zijn aan iets dat niet eindig is. Ik weet niet of het een einde zal zijn, want jezelf kan je natuurlijk nooit ontlopen. Ik had zeven jaar geleden, toen de bisschop eindelijk van zijn troon lag, gehoopt dat het gedaan zou zijn. Dat ik rust zou krijgen. Maar dat is niet gelukt. Het zal nu ook niet lukken. Het verschil is dat ik me daar nu van bewust ben, toen niet.

„Zonder de bisschop was ik allicht content geweest met wat het leven gaf. Dan was ik deel van de maatschappij geweest. Nu sta ik voor een groot deel buiten de maatschappij. Ik leef heel anders dan iedereen rondom mij. Ergens is dat natuurlijk ook mijn sterkte. Ik heb niets materieels nodig om gelukkig te zijn.”

Eindelijk een bewijs dat ik niet overdreef, fantaseerde of de aandacht wou trekken, ik had de biecht van nonkel opgenomen, in het geheim, met een apparaatje. De waarheid was vastgelegd. Liegen en ontkennen, mij gek laten verklaren, mij een fantast noemen, dat was vanaf nu niet meer mogelijk. De Heilige Graal, de sleutel van de waarheid, was in mijn handen. De bisschop kon het niet meer minimaliseren, bagatelliseren en ontkennen. Het had geen nut meer. Niets had nog nut.

„Ik had gevraagd aan de bisschop om zijn baas te kunnen spreken. Met die baas bedoelde ik aartsbisschop Léonard. Hij had het in zijn homilie met Pasen over misbruik in de Kerk gehad en wat voor kanker dat was. Ik hoopte dat die man naar mij zou luisteren en doen wat juist was: de bisschop doen aftreden.

„Maar toen wij op 8 april 2010 aan de abdij van Steenbrugge aankwamen voor die ontmoeting, was het niet Léonard die daar zat naast ‘nonkel Roger’ maar kardinaal Danneels. Nonkel voelde blijkbaar nattigheid en hij had zijn vriend Danneels opgetrommeld. Hij heeft Danneels gebruikt. En die is erin gelopen met het idee dat hij dat probleem wel even snel zou oplossen.

„Het was niet dat ik met voorbedachten rade het gesprek had opgenomen om er achteraf iets mee te doen. Maar toen ik naar Danneels ging, wist ik op de een of andere manier dat ik het moest opnemen. Om het achteraf aan de koningin te laten horen en het zelf ook nog te beluisteren. Om te horen wat er exact was gezegd.

„Ik ken kardinaal Danneels niet persoonlijk maar ik vind dat hij als kardinaal heeft gefaald. Hij is zwaar in mijn achting gedaald. Hij zei toen tegen me dat hij niet meer in functie was en niets kon doen. Ik vond dat een flauw excuus, want hij loopt toch graag met zijn functie te koop. Hij heeft me proberen weg te stampen door me te behandelen als een klein, nietig ventje.

„Pas nadien, na het beluisteren van die tapes, viel mijn frank dat dat eigenlijk allemaal zeer bezwarend was en moreel onverantwoord. Zonder de tapes was ik de pineut van het verhaal geweest. Ze zouden van mij een fantast gemaakt hebben die de bisschop zwart wilde maken. Niemand zou me geloofd hebben. Daar zouden ze wel voor gezorgd hebben. Daar ben ik van overtuigd.”

Beste paus, als jij mijn biechtvader was, zou ik je het volgende vragen: ‘Heb ik gezondigd omdat ik ooit moest zweren om het geheim te houden en beloofd hem nooit te verraden en ik het, net als Judas, wel heb gedaan?’ Ik moest het zweren op God terwijl ik onbedekt en naakt voor hem stond in de kapel voor het beeld van de gekruisigde Christus. Ontkleed en onschuldig, klein en onbeschermd.

„Ik heb God veel aangeroepen om me te helpen. Maar zonder resultaat. Hij luisterde blijkbaar niet. Toch weet ik nog altijd niet zeker of hij bestaat of niet. Want wat in de Bijbel staat, is juist: ‘Bemin uw naaste als uzelf’. Mocht iedereen dat doen, dan is alles opgelost. ‘Verander de wereld, begin bij uzelf.’ Daarom twijfel ik zo. Die woorden zijn zo mooi.

„Ik weet dat het ongelooflijk is dat het zo lang heeft kunnen duren. Dat zijn geheim een geheim heeft kunnen blijven. Maar het was allemaal zo verstikkend en overheersend. Zelfs mijn vrouw, de koningin, die uit een ander milieu kwam en wist wat er gebeurd was, heeft zich toen we al samen waren een tijdlang niet kunnen verzetten tegen de druk. Ook zij had de kracht er niet voor.

„Ik heb haar binnen gesleurd in die verwrongen familie. Zij is ook slachtoffer geworden van de bisschop. De bisschop heeft zelfs ons huwelijk voltrokken, onder druk waaraan niet te ontkomen was. De opvolgers zijn door zijn onreine handen gedoopt. Terwijl heel de familie wist wat hij op zijn kerfstok had. Onvoorstelbaar dat een mens niet in staat is daar onderuit te komen.

„U kan zich die macht niet voorstellen. Terwijl heel de familie, mijn bruid en ik wisten wat hij met mij gedaan had. De bisschop wilde altijd tonen dat hij de baas was. En het lukte hem altijd weer.

„Zoals die keer in dat interview op tv. Ik was helemaal van de kaart toen hij dat interview gaf. Een relatietje zei hij. Dat is toch ongelooflijk.

„De impact van dat interview was enorm. Mijn jongste zoon heeft maanden niet meer met de fiets naar school gedurfd. We hadden hem gezegd dat de bisschop in het verborgene zat en dat we voor eeuwig van hem verlost waren. En plots kwam hij op tv. Die jongen dacht dat hij plots van achter een struik zou komen om hem te pakken. Dat legde een hele grote druk op de familie.

„Het liefst zou ik hebben dat hij gewoon zwijgt. Wat valt er nog te zeggen? En zijn macht over mij is hij toch kwijt. En voor de rest, laat hem maar in die club blijven. Ze moeten hem er niet uit gooien. Want dan is het loslopend wild. Wat gaat er dan allemaal nog gebeuren? Dat hij maar gewoon zwijgt zoals ik lang gezwegen heb. Dat is genoeg voor mij. Hopelijk kan hij ooit rust vinden in vrede.”

Brief aan de paus van Mark Vangheluwe is verschenen bij De Bezige Bij. Dit artikel is een licht bewerkte versie van een interview dat vandaag in De Standaard staat.

Over dit artikel

Van zijn vijfde tot zijn negentiende werd Mark Vangheluwe (49) misbruikt door zijn oom Roger Vangheluwe, bisschop van Brugge van 1984 tot 2010.

In dit interview treedt hij voor het eerst onder eigen naam naar buiten. Tot nu toe was hij alleen bekend als ‘de neef van de bisschop’. Deze week verscheen zijn boek Brief aan de paus over het misbruik en het effect daarvan op zijn leven. In het boek komt ook zijn vrouw voor, die hij ‘de koningin’ noemt, evenals zijn drie zonen, ‘de opvolgers’.

De getuigenis van zijn neef had tot gevolg dat Roger Vangheluwe op 23 april 2010 moest aftreden als bisschop. Berecht werd hij niet omdat de feiten verjaard waren. De katholieke kerk bepaalde op 9 april 2011 dat hij België moest verlaten en zich moest laten behandelen. Vijf dagen later gaf hij in een Frans hotel een tv-interview over het misbruik. Hij zei ook een tweede neefje misbruikt te hebben maar ontkende pedofiel te zijn en behandeling nodig te hebben.


Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van zaterdag 22 april op pagina 32 & 33

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/22/nergens-vond-ik-gehoor-nu-is-alleen-de-paus-over-8333113-a1555565

Speech

Speech / Vrijdag 21 April 2017
Roermond!
.
Vrijdag 22 november 1963 zat ik al bijna drie jaar op internaat, broeder Servatius kwam de donkere slaapzaal binnen en ging vlak voor mijn bedje zitten, daar had hij sinds kort een tafeltje en stoeltje gezet om ons jongetjes beter in de gaten te houden. Vooral het jongetje naast mij, die een gegrond verklaring kreeg betreffende broeder Servatius. Mij durfde de broeder niet aan te raken daar ik in 1961 al hardop had geroepen dat een broeder / pater me betast had. Twee weken excommunicatie was het gevolg. Opsluiten, slaan, schoppen was aan de orde van de dag maar op die avond in November 1963 ging broeder Servatius moeizaam aan zijn tafeltje zitten, het licht was al uit en dat betekende: oogjes dicht, snaveltjes toe! 
.
Ik was nog wakker en hoorde opeens een zacht gehuil, een snik en voorzichtig keek ik over mijn dekentje naar broeder Servatius. Het kon niet waar zijn, de broeder die zo hard kon slaan, je opsloot, isoleerde, andere jongetjes tegen me opstookte, die loog en zich enorm aanstelde, dramatiseerde wanneer mijn moeder opgeroepen werd naar aanleiding van mijn gedrag ‘bertje moet leren zich direct te onderwerpen’, zat te huilen. Langsaam kroop ik recht, duwde mijn dekentje naar beneden en geloofde mijn ogen niet, hoorde ik wel goed, was dit dezelfde broeder? Huilde hij, kwetsbaar en vol tranen hield hij zijn hoofd gebogen en bang dat hij mij weer sommeerde om te gaan liggen, zei hij niks. Ik raapte al mijn moed bij elkaar om nog verder rechtop te gaan zitten en bleef hem aankijken. Toen trok Servatius zijn hoofd op en richtte zich naar mij…John F Kennedy de president van Amerika is vermoord’.
Amerika, Kennedy ik had er van gehoord maar kranten tijdschriften, TV journaals waren niet voor ons lagere school jongetje bestemd…dus wij wisten niet dat Amerika op deze manier, binnen de gesloten muren van ons internaat kon binnen treden met een pistool schot, van wie? De president, hij, Kennedy, was vermoord, in een open auto dood geschoten; de president, niemand is meer veilig zelf de president niet!
Tal van scenario’s gingen door mijn hoofd: hoe / wanneer komt de tijd dat iemand van ons wordt neergeschoten, hier op het schoolplein en wie is deze man die zelf kan huilen terwijl wij dat niet durfden, niet mochten. 
.
Heimwee, kon niet! 
Naar huis mocht niet! 
Hier zat broeder Servatius te wenen over iemand van de andere kant van de oceaan..uit de Verenigde Staten van Amerika. Ik had met de man te doen en begreep niet dat hij zo kwetsbaar kon zijn, klein kon zijn, hij leek even een kind, een troosteloos schepsel, gelijk aan ons. Ik had het gezien, ik had zijn pijn gezien, schokkend zijn gehuil aangehoord!
.
De weg naar verzoening’, begint op zo’n moment terwijl het geweld overigens niet afnam waar menige klap van een broeder nog na duizelde en je nog niet volgroeide hersens ontsnapten aan een beschadiging. Voor iedereen die beschadigd is, is dit beeld hopelijk een troost…..mededogen, empathisch vermogen, vergeving hoort bij onze geschiedenis / cultuur, waardes die we dan ook niet mogen verslonzen; steek uw hand uit naar de ander; steek uw hand uit naar de slachtoffers seksueel misbruik. We herdenken  alle lotgenoten, en vooral die het niet overleefd hebben:
Jacques Peussens (zelfmoord)
Ben Jaspers (Indonesië)
Jan Versteegh (Heerlen)
Wij danken voor de steun en solidariteit van onze vrienden van de Belgische lotgenoten organisatie ‘mensen rechten in de kerk’, priester Rik Devillé aanvankelijk niet welkom, vragen wij ons af wat de woorden van bisschop Wiertz waard zijn wanneer hij in 2014 bij de gegrond verklaring van bisschop Gijsen in de OLV basiliek verkondigt ‘er past ons niets dan bescheidenheid’.
Wij zijn toen in april 2014 naar  Maastricht getogen om ‘de weg naar verzoening’, in te zetten en nog steeds wanneer vandaag dit beeld van kunstenaar Pierre Habets wordt onthuld, blijven wij de kerk en haar verantwoordelijken zien.
De vraag alleen is: ‘zien zij ons ook’?
.
Linda op de Beeck van de Belgische werkgroep ‘mensen rechten in de kerk’, schreef ons:
‘Ondertussen hebben wij in onze werkgroep meer dan 1000 mensen mogen bijstaan op deze weg. Zij hebben eindelijk de erkenning gekregen dat niet zij ‘slechte kinderen’ waren, maar dat zij in hun kinder-of jeugdjaren slachtoffer zijn geweest van criminele feiten gepleegd door volwassenen, in dit geval priesters en religieuzen die dachten dat ze over de almacht beschikten’.
.
Mea Culpa heeft de afgelopen zeven jaar ontelbare mensen bij gestaan, geholpen en begeleid. Dit hebben wij als vrijwilligers gedaan, geen eigenbelang dan alleen hun verhaal te begrijpen, te kennen ook in zijn ook meest destructieve vorm. Wij, mea cupa united danken de slachtoffers / overlevers voor het vertrouwen dat ze ons Corrie, Leo, Willem, Anita en mij hebben geschonken.
Wat ik nog wilde zeggen over ‘de weg naar….verzoening’
Er is een begin en einde aan iedere weg 
als er wegen zijn die we niet willen gaan of kunnen gaan dan  zoek, probeer, slechts probeer een weg te zoeken die leid tot een ander standpunt, leid tot een beter inzicht, zoek een weg die naar elkaar leid.