Zwarte doofpot (deel 3)

‘Het vermoeden bestaat’, schrijft de journalist op 25 Augustus 1973, ‘dat Mart S de boekhouder de 54 jarige directeur (broeder Adelbertus) via chantage tot medewerking had gedwongen’.

Ook de tehuizen in Bleijerheide, Gemmenich werden door Mart S boekhoudkundig handig bewerkt om tot ver over de 90.000 gulden te verduisteren en zette een niet bestaande leerkracht op de loonlijst. Meer dan twee jaar duurde het vooronderzoek dat met een sisser afloopt. Beide heren hebben dan al leed genoeg ondergaan maar aanvankelijk klonken andere geluiden uit justitiële hoek: ‘Hoe geraffineerd het tweetal zaken aanpakten‘ merkte officier van justitie mr Ek op. Overste Adelbertus had er slechts een auto aan overgehouden dus de hele chantage kwestie lijkt dan van de baan want de journalist, noch justitie gaat er verder op in.

Verder verdedigd Mart S zich op een bijzondere manier want hij beweert ‘dat ze in het belang van de congregatie zijn gebeurd‘?

Je vraagt je af of zowel de journalist of justitie heeft zitten slapen want welk eventueel belang had de congregatie? Laten we er enkele bij de horens vatten!

1)  Reputatie schade

2)  Grotere financiële malversaties (topje van de ijsberg)

3)  Geweld en misbruik kwam niet in de media

4)   Werkte de congregatie als geheel mee aan valsheid in geschrifte en was overste Adelbertus slechts een pion in het misbruik spel onder de broeders?

De commissie meldpunt RKK kan niet langer om deze nieuwsfeiten heen. Jongenspensionaat Bleijerheide is een schandvlek, een criminele congregatie die keihard ouders uitbuitte, extra rekeningen inboekte, sjoemelden met cijfers / administratie; de veroordeelde Adelbertus was inmiddels overgeplaatst, beschermd in een klooster van de broeders in Aken en niemand die voor de kinderen opkwam. Ze hebben altijd hun eigen regels kunnen hanteren en wij, de samenleving, stond dit toe! Geld genoeg voor de arme broeders!