Hoe gaat het?

misdienaartjes (4)Jongeren die in een jeugdinrichting hebben gezeten, hebben ook op latere leeftijd problemen om hun leven op de rit te houden.

Bijna een op de drie mensen heeft in het volwassen leven verslavingsproblemen en moeite om een baan te vinden. Met zo’n 29 procent gaat het jaren later erg slecht door grote problemen op meerdere gebieden.

Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Is er nog literatuur over de internaatskinderen, ex-misdienaars?

 

Kerkelijke rechtbanken

Kerkelijke rechtbankenVan kerkelijke rechtbanken staat in de bijbel niets vermeld. Toch heeft de kerk eeuwen van canonieke vonnissen en decretalen (pauselijke vonnissen in briefvorm) uitgevaardigd die nogal wat ketters, heksen, andersdenkenden het hoofd hebben gekost. De inquisitie voerde eeuwenlang een schrikbewind uit. Uiteindelijk is kerk en staat gescheiden omdat de morele autoritieit die de kerk zich toe eigende geen juridische, wettelijke heerschappij zou verkrijgen. Heel wat pauselijke gevechten met wereldlijke machthebbers vormen de grondslag voor alles wat aan verbeteringen en nieuw recht sindsdien is vastgelegd, zoals ook de rechten van de mens en misdaden tegen de menselijkheid.

Punt 5) gevangenneming of andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele regels van international recht

Punt 7) verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie of elke vorm van seksueel geweld met een vergelijkbare zwaarte.

Punt 8) vervolging tegen elke identificeerbare groep of gemeenschap op politieke, raciale, nationale, etnische, culturele, geslachtelijke als gedefinieerd in paragraaf 3 (slavernij) of andere gronden die internationaal erkend zijn als ontoelaatbaar onder de internationale wet, in verbinding met elke daad waarnaar in deze paragraaf word verwezen of elke misdaad onder jurisdictie van dit hof. Geslachtelijke vervolging betreffende kinderen, jonge kinderen die de seksuele uiting niet bereikt hadden, hun maagdelijkheid was hun kenmerk, als identificeerbare leeftijdsgroep.

mars tegen de doofpot
mars tegen de doofpot

Punt 11) andere onmenselijke daden van een gelijkaardig karakter die opzettelijk groot lijden of aanzienlijk schade aan het lichaam, aan de geestelijke of fysieke gezondheid toebrengen.

“…Op een dag zag een jongetje van een jaar of tien het niet meer zitten, kroop door het dakraam, balanceerde in de dakgoot en viel vijftien meter naar beneden. Het is nooit duidelijk geweest of het om een ongeval ging. Velen denken dat hij er moedwillig is afgesprongen. Van het kind is nooit meer wat gehoord. De nonnen verspreiden de volgende morgen het gerucht dat het goed kwam met hem, hij had ‘enkel iets aan zijn oogje’. Niemand weet wat er met dit kind is gebeurd, waar het is en of het nog leefde. En niemand weet hoeveel kinderen het geweld in homes en internaten niet overleefde en nog minder wat er na hun dood is gebeurd. Alsof ze nooit bestaan hebben. Niemand die hen ooit zocht…”

“…Er woonden duizend kinderen samen. Ongeveer vijfhonderd meisjes en vijfhonderd jongens die angstvallig van elkaar gescheiden bleven. De enige keren dat ze met elkaar in contact kwamen, was om haat en verdeling te scheppen. Zwaar getraumatiseerde jongetjes die aan bedplassen leden, werden met hun met urine doordrenkte laken op hun hoofd, op de speelplaats van de meisjes gezet. Daar werden ze uitgelachen, beschimpt, geslagen, gestampt, mishandeld door de meisjes onder luide aanmoedigingen van de nonnen. En omgekeerd:  meisjes werden met urine doordrenkte lakens op de speelkoer van de jongens gegooid om in elkaar gestampt en geslagen te worden. Vaak mengden de nonnen zich in de afranselingen. Jongetjes werden opgezet tegen meisjes en omgekeerd. Men leerde er de kinderen hoe ze gruwelijk geweld moesten plegen en hoe ze anderen konden vernederen, door hen zelf als waardeloos te bejegenen…”

“…De non werd zeer kwaad. Ze sleurde het kind bij zijn haren over de grond en begon dan te stampen waar ze hem kon raken. Twee andere nonnen kwamen haar helpen en die begonnen ook naar die jongen te stampen tot die jongen niet meer bewoog en op de grond bleef liggen. Overal stampten ze: tegen zijn hoofd, zijn rug, in zijn borstkast en op zijn benen. De jongen bloedde uit zijn oren en zijn mond. De nonnen hebben hem weggebracht. Wij hebben die jongen nooit meer terug gezien. Niemand weet wat er met hem gebeurd is. Leefde hij nog of niet? Iedereen op de speelkoer heeft dat gezien. Maar wij durfden niets zeggen, bang dat we hetzelfde moesten ondergaan. Het gebeurde regelmatig dat nonnen een jongen in elkaar stampten, maar deze jongen bewoog niet meer en dat vond ik raar? Ik vraag mij al mijn hele leven af of die jongen nu nog leeft of niet.engelen rondetafel

(MCU) Toen ik begin 2010 opriep niet mee te werken aan het Deetman onderzoek, het geweld dat niet onderzocht werd, (het vermijden van de corrigerende tik) de onafhankelijkheid van de Cie Deetman ter discussie stelde omdat er geen sprake van objectiviteit kan zijn wanneer je maar de helft onderzoekt, archieven vraag afhanklijk is van de medewerking van alle RK instellingen, en betaald wordt door je eigen opdrachtgever, werd dit kritische geluid praktisch genegeerd.

Geweld als definitie voor onmacht

6dcd0f13adc0Aanwezig: Kardinaal Eijk, dhr. Van Dam, mgr. Van den Hende, pater Van den Eijnden, de heer P. Chatelion Counet en dhr. Bakker.

Aanwezig namens MCU: Bert Smeets, Corrie en Leo Bel

  1. Opening

We worden hartelijk welkom geheten

  1. Vaststellen agenda

Er worden de volgende punten genoemd t.w. geweld, stagnatie bij uitbetaling, coulanceregeling en bezwaar mogelijkheden bij ongegrondverklaring.

  1. Geweld

Door Bert wordt aangegeven dat hij het niet als eerlijk ervaart dat geweld (zowel lichamelijk als psychisch) bij vrouwen mag worden meegewogen en bij mannen niet. Het geweld betrof in beide gevallen kinderen. Bert geeft aan dat geweld altijd al door hem en andere leden van MCU, die bij diverse vergaderingen van Deetman aanwezig zijn geweest, is genoemd. Helaas zonder succes destijds. Dat nu bij het onderzoek van Deetman naar seksueel misbruik bij meisjes geweld wordt onderzocht wordt als oneerlijk ervaren.

De heer Eijk geeft Bert daarin gelijk. Hij vertelt dat geweld heel moeilijk te definiëren is. Men heeft onderzoek verricht naar geweld maar dat blijft moeilijk te definiëren. Dat het begrip moeilijk te definiëren is mag volgens de heer Eijk geen rede zijn er niets mee te doen. Hij heeft er begrip voor de argumenten van MCU.  Hij zegt toe dat geweld zal worden meegewogen bij alle gegrond verklaarden die geweld in hun klachten betreffende seksueel misbruik hebben opgenomen.  Voor de slachtoffers die uitsluitend geweld hebben genoemd en daarom ongegrond zijn verklaard wordt een traject opgezet van special mediation voor ieder authentiek geval. Hierover wordt gepraat met Deetman om dit op te zetten. Wat het bemoeilijkt is dat er geen jurisprudentie is over geweld en ook geen definitie.

Slachtoffers die nog geen melding hebben gedaan van uitsluitend geweld kunnen dat alsnog doen. Corrie geeft aan dat het goed zou zijn als een afvaardiging van de slachtoffergroepen wordt betrokken bij het opzetten van het traject rond special mediation. Bert geeft aan dat dit zou kunnen als “burgerpartij”.  Hierover worden geen toezeggingen gedaan.

Alle aanwezigen van MCU zijn heel blij met de toezegging dat ook geweld bij jongens zal worden meegewogen of via special mediation zal worden afgehandeld.  Door de heren Eijk en Bakker wordt nogmaals benadrukt dat in gevallen van een in een aanklacht betreffende seksueel misbruik opgenomen geweld direct zal worden meegewogen in de coulanceregeling. De gevallen die via special mediation zullen worden opgepakt zullen niet op korte termijn kunnen worden afgehandeld. Dit omdat er eerst een modus gevonden moet worden hoe dit precies moet worden opgepakt.

  1. Stagnatie bij uitbetaling

Hierover is al meerdere malen contact geweest van de heer Van Beeten van Beheer en Toezicht. Er vindt overleg plaats om e.e.a. efficiënter te laten functioneren. Veel stagnatie treedt op doordat de verantwoordelijk overste moet tekenen. Dit geldt niet voor de gegrond verklaarden van Bleijerheide. Voor de gegrond verklaarden van Bleijerheide tekenen de heren Eijk en Van Dam. Het tekenen is een formaliteit. Excuses namens de orde der Franciscanen kunnen ze niet aanbieden want dat mogen ze juridisch niet. Wat wel kan is dat er na de uitbetaling uit het coulancefonds nog een persoonlijk gesprek plaats vindt. Hiervan is al enkele keren gebruik gemaakt door slachtoffers van Bleijerheide die inmiddels zijn uitbetaald (quote Bakker).

  1. Coulanceregeling

De heer Eijk ligt de coulanceregeling toe. Toen een aantal jaren geleden het compensatiefonds werd opgericht is dat gebeurd met instemming van de bisschoppenconferentie en de KNR. Doordat de orde der Franciscanen al vanaf 2005 uit Nederland was vertrokken, en geen deel meer uitmaakten van de KNR,  zijn die niet bij deze gesprekken betrokken geweest.

Toen er later klachten binnen kwamen van de orde der Franciscanen hebben zij geweigerd zich aan de compensatieregeling te confirmeren.

Er is van alles geprobeerd. De verantwoordelijke in Düsseldorf is benaderd zonder resultaat. Daarna is er contact opgenomen met  de overste in Ohio. Ook dat zonder resultaat. Doordat de orde der Franciscanen uit Nederland is vertrokken en zich niet aan het compensatiefonds heeft geconfirmeerd kunnen zij niet worden verplicht hun verantwoordelijkheid op financieel gebied te nemen. De bisschoppenconferentie en de KNR waren hierover behoorlijk ontstemd. Bert merkte op waarom ze (die ärme brüder Franciscanen) dan wel verweer voerden bij het meldpunt, broeder M Werner en mr. Goltstein zijn in eerste instantie flink tekeer gegaan, zaken werden getraineerd maar verdedigden zich wel degelijk.

Eijk antwoordde dat hij dit niet wist of ontgaan was. Broeder Cees van Dam bevestigde Bert’s lezing maar beiden konden hier geen verklaring voor geven.

Zij zijn van mening dat ook de slachtoffers van Bleijerheide recht hebben op compensatie. Zij beschouwen dit als een morele plicht naar de slachtoffers toe.

Gegrond verklaarde slachtoffers die op het moment dat de coulanceregeling werd ingesteld soms al een jaar op doorgang naar de compensatiecommissie zaten te wachten moesten worden uitbetaald. Inmiddels zijn er al een aantal van de Bleijerheide slachtoffers uit het coulancefonds gecompenseerd conform de ook voor het compensatiefonds geldende Lindenbergh normen. Het komt er dus op neer dat het enige verschil is dat in plaats van de verantwoordelijke van de congregatie nu kardinaal Eijk en broeder Van Dam uit hoofde van hun functies tekenen.

  1. Bezwaar mogelijkheden bij ongegrond verklaarden

De heer Eijk vertelt dat het Meldpunt een onafhankelijk instituut is. Zij hebben geen invloed gehad in de benoeming van rechters en juristen van dit meldpunt. Dit is gebeurd onder verantwoordelijkheid van Deetman. Deze constructie is zo opgezet op verzoek van de politiek om transparantie te bevorderen. Problemen over het functioneren van het meldpunt (b.v. over uitspraken) moeten worden gemeld bij de heer Van Beeten van Beheer en Toezicht.

Wanneer een klacht ongegrond wordt verklaard geldt alleen de mogelijkheid in bezwaar te gaan als er sprake is van procedurefouten. Corrie geeft aan dat dit niet eerlijk is. Vooral als er sprake is van een nog levende dader moeten er mogelijkheden zijn ook inhoudelijk in bezwaar te kunnen gaan. In het geval Schafraad zijn er tijdens de zitting door Schafraad aantoonbare onwaarheden verteld. Die aantoonbare onwaarheden werden door de commissie in de uitspraak afgedaan als een correctie. Inhoudelijk bezwaar is dan niet mogelijk.  De heren Eijk en Van Dam zullen de heer Van Beeten, secretaris van B&T,  verzoeken om in contact te treden met MCU over dit soort problematiek.Washok

 

Het moet vooral geen naam hebben

kruispunt 1Het gesprek Vrijdag 17 Mei jl. op de Mailbaan met top van de rooms-katholieke kerk in Nederland verliep sympathiek tevens zakelijk, hier een korte, transparante weergave van gesprek.

De ontmoeting

Op de Malibaan stonden wij als MCU, dhr en mevrouw Bel, ondergetekende in een lange, lichtbruine kamer waar een klassieke, oude open haard smachtend op vuur wacht, er hangen statige portretten van vroegere kardinalen met strenge blikken aan de wand. Na enkele minuten kwam de delegatie binnen. De ontmoeting was hartelijk en nadat kardinaal Eijk mij vriendelijk verzocht de agenda punten voor te stellen zijn we van start gegaan. We pakken de koe bij de horens: er komt een ‘special mediation‘ voorstel van Deetman over het geweld dat vanaf het begin onthullingen seksueel misbruik in 2010, werd het geweld meteen door MCU aangekaart. Dit Deetman ‘special mediation’ traject zal een weg moeten zoeken tussen een financiële genoegdoening zonder juridisering van een universeel, moreel probleem. Ik geef het Deetman te doen, kom met iets speciaals! In dit kader heb ik een voorstel gedaan voor een ‘burgerpartij’, bestaande uit slachtoffers die meestemmen, denken binnen een of meerdere commissies. Kardinaal Wim Eijk zei dat ‘ze verder waren dan wij denken’ naar aanleiding van hele rits argumenten die ik heb opgesomd betreffende het geweld, rechten van de mens, de verjaring in het licht van strafbare feiten die ze ‘gedoofpot’ hebben, ongelijkheid Deetman rapporten: ‘de vrouwen wel, de jongens niet’, gewezen naar de WGB argumenten laatste Tweede kamer hoorzitting procedures’ clash de kardinaal / mea culpa, en door terugtrekken ‘arme broeders Franciscus te Düsseldorf’, het beminnelijke’ ‘coulancefonds’ is ontstaan maakt de situatie voor Mea Culpa een beetje zuur want er zal op deze manier nooit iemand de verantwoordelijkheid nemen. Dit in tegenstelling tot de minderbroeders van den Eijden (minister-proviciaal) die voor pater L ofm 2 in het Deetman onderzoek zijn welgemeende excuses aanbood.

MCU bracht naar voren dat ‘alleen het seksuele misbruik’ ingediend mocht worden bij de juristen, en dus geweld niet kan worden meegenomen, tot voor kort. Wij eisten duidelijkheid hierover.
Econoom Bakker van de contactgroep zei ‘we staan voor een kruispunt‘ maar geduld wat betreft de invulling ‘geweld’ dat ze eerst willen definiëren. MCU deelde mee dat waarheidsvinding voorop moet staan en hij, dhr. Bakker, weer meedeelde ‘dat jurisprudentie na veel internationaal research, geweld niet was te definiëren in termen van schadeloosstelling’.
Ik heb toen geopperd dat er geen wondermiddel / methode is om de juiste procedure / invulling te vinden maar dat sommigen al een jaar wachten op uitkering compensatie na gegrond verklaring. Kardinaal Eijk benadrukte dat zij bezig waren dit allemaal sneller te laten verlopen.
snelwandelen
Bakker zei dat al enkele Bleijerheide mannen uit het coulancefonds geld hadden uitgekeerd, en dat was dankzij ‘de morele verantwoordelijkheid van bisschoppen en KNR naar ons, de Bleijerheide engelen jongens’. (quote bisschop van den Hende, Rotterdam).
Uiteraard waren wij verbaasd daar wij dit niet wisten, zeer vervelend voor ons de kerngroep, zich jaren inzet voor het ‘collectief’. Dus zo zaten we even op de Balielaan.
Ik heb met enig gevoel voor rechtsfilosofie het thema ‘parallelle justitie‘ naar voren gebracht, een gevolg van de scheiding tussen kerk en staat en geprobeerd duidelijkheid te krijgen over hoe onze en andere procedures geduid moet worden, daar kwam uiteraard geen helder antwoord op. Het is geen civiele procedure, noch canonieke procedure want die betreft eigenlijk alleen de daders, en die is zoals jullie weten absurd omdat er ‘recht’ gesproken wordt over meestal doden, overleden broeders / paters die niet meer leven, echter dit hebben zij zelf in het leven geroepen door de ‘steunbewijzen’. Het moet vooral geen naam hebben!!
pope francis 1
.
Ik gaf het voorbeeld dat wij tussen de wal en schip vallen, en wij uit het water zijn gevist met het coulancefonds maar nog steeds nat zijn, en duidelijkheid willen over verantwoordelijkheid maar die kon kardinaal Eijk niet geven daar de arme broeders in Ohio  de bisschoppen / KNR opscheepten met deze specifieke verantwoordelijkheid, het is duidelijk dat ‘die ärme brüder Franciscus Düsseldorf/ the poor brother of Francis Ohio, USA hun verantwoordelijkheid ontlopen. Laf, en naamgenoot paus Franciscus zullen wij dit laten weten in een persoonlijke brief hoe de arme broeders Franciscanen op het internaat te Bleijerheide zich decennia verrijkten (met alle info, de malversaties inbegrepen), en nu op hautaine wijze het mea culpa negeren.
MCU heeft de grote verschillen in aanpak levende en dode geestelijken aangekaart maar kardinaal Eijk beweerde dat zij niet konden en mochten oordelen / ingrijpen over rechtspraak Cie. Stevens, die waren immers onafhankelijk.
.
Kortom een kleine stap voorwaarts: geweld gaat meegenomen worden, nog niet officieel maar wel officieus kunnen wij die bij de klachten geweld toevoegen waarna we in gesprek met B&T en in het special mediation voorstel Deetman, dat laatste moeten wij afwachten, ieder aspect van dit geweld, fysiek als psychisch meewegen, en wat dit in schadetermen kan betekenen voor ieder individu.
Wij kunnen ons nu voorbereiden op deze nieuwe stappen, in gesprek gaan met B&T en de special mediation. Uiteraard zijn er geen bedragen genoemd, je moet de hond ook geen jas voorhouden, tot hij zeker weet dat hij uitgelaten wordt!
dog jas

Schuldig Verzuim

radioDeelnemers:

Godfried Danneels (GD)

Slachtoffer (S)

Roger Vangheluwe (RV)

Het slachtoffer komt de kamer binnen. Er is wat geroezemoes over en weer. (…)

RV: Het voorstel is dat S eerst met de kardinaal een momentje spreekt.

S: Ik dacht dat het de andere kardinaal zou zijn?

RV: We hebben maar één kardinaal, toch?

S: Maar ja, we dachten dat het de aartsbisschop ging zijn.

RV: Maar je hebt toch de kardinaal gevraagd? (…)

Roger Vangheluwe gaat naar buiten.

GD: S, zet u. Zeg ne keer.

S: Dus ik ben mijn hele jeugd misbruikt geweest van mijn nonkel Roger. Seksueel en nu nog altijd geestelijk, en ik vind dat ik daar iets moet mee doen, dat ik de plicht heb om dat te melden aan een hogere instantie.

GD: Wat zou je nu eigenlijk willen? Ik ken het verhaal, hij heeft het mij al verteld. Je moet het dus niet allemaal opnieuw vertellen, maar wat zou je nu eigenlijk willen dat ik doe?

S: Ik geef de verantwoordelijkheid aan jullie, ik kan er niet over beslissen, ik heb die last op mijn schouders en ik wil van die last verlost zijn en die last aan jou geven. Dat is mijn bedoeling.

GD: Ja…

S: En dat jullie dan doen wat jullie vinden dat er moet gedaan worden, want ik weet ook niet hoe heel het systeem werkt, dus… 



GD: Wens je dat dat bekend wordt gemaakt, eigenlijk?

S: Euuhm… Ik laat het aan jullie.

GD: Eigenlijk, monseigneur gaat volgend jaar zijn ontslag geven, eigenlijk zou dat beter zijn dat je wacht.

S: Nee, nee, nee.

GD: Als je dat nu doet, gaat er gespeculeerd worden, hé.

S: Dat mag, dan is het de verantwoordelijkheid van jullie om die speculaties op te lossen…

GD: Maar dat kunnen wij niet oplossen…

S: Maar dat kan ik ook niet oplossen, ik geef het dan liever aan jullie.

GD: Wel, ik zou veronderstellen dat we misschien beter een datum afwachten naar volgend jaar dat hij normaal gezien ontslag neemt.

S: Nee, ik ben daar niet mee akkoord, en in glorie afscheid nemen, nee ik kan dat niet. Of het ware dat jullie vinden dat de doofpottechniek terug gebruikt moet worden zoals je al zoveel jaren doet, dan ga ik daar moeten leren mee leven, maar euh…

GD: Maar ik heb daar geen gezag over monseigneur Vangheluwe.

S: En wie dan wel?

GD: Eigenlijk niemand, tenzij de paus.

S: Ewel, ik heb gevraagd om met zijn werkgever te spreken, en ik heb niet gezegd wie dat moest zijn. Ik heb de paus ook genoemd. 



GD: Nu heb ik niets meer te zeggen, ik ben afgetreden.

S: Ah ja, wat doe ik hier dan eigenlijk, dan zouden we beter een afspraak regelen met de paus, zeker?

GD: Of met de nieuwe aartsbisschop.

S: Ik weet het niet, jij zegt dat de paus zijn baas is, dus moeten we naar daar gaan en niet naar de aartsbisschop.

GD: We hebben geen gezag over de andere bisschoppen, we zijn alleen…. eigen baas.

S: Dan gaat het misschien via u kunnen gaan en dat jij een afspraak kan regelen met de paus en dan gaan we daar naartoe. Het is nu al 42 jaar dat ik daaronder lijd en ik wil dat niet meer, ik kan niet meer zwijgen, ik kan dat niet, en ik wil dat niet alles zo laten. 

Het heeft een veel te grote impact in de familie in alles, in de relatie met mijn vrouw, in alles, ik ben dat leven beu en dat blijft zo’n invloed hebben, en ik wil daar van af. Ik ben op de leeftijd gekomen dat ik vrij door het leven wil gaan.

GD: Eigenlijk, de eerste verantwoordelijkheid ligt bij hem hé, en niet bij zijn oversten.

S: Maar ja, als hij niets wil doen, wat moet er dan…

GD: Wat vraag je van hem, dat hij zou aftreden?

S: Maar dat moet hij beslissen, ik wil het gewoon melden, dat is het. Je verlangt dat ik iets zeg dat ikzelf niet kan zeggen, ik kan dat niet, ik weet niet hoe het verder moet, oftewel moet ik een andere manier zoeken om dat voor mij een volledigheid te geven. 

En voor vandaag had ik verlangd dat hij openlijk de biecht spreekt tegenover de familie, dat hij zegt ik heb die dingen gedaan. Terwijl iedereen erbij is.

GD: Hij zal dat doen.

S: Dat had ik voor vandaag verwacht, dat kunnen we beter direct doen en dan zien we wel, als er niets gebeurt, dan ga ik naar de paus.

GD: De paus is niet zo makkelijk te bereiken hoor…

S: Maar jij kunt dat toch regelen, het is toch belangrijk genoeg denk ik om dat hogerop te melden, of u zou het liever gerust laten, dat is de bedoeling waarschijnlijk.

GD: Ik heb daar niets mee te maken .

S: Ik vraag me dan af wat je hier eigenlijk doet, ik had gevraagd om zijn overste te spreken en dat is blijkbaar zo niet.

GD: Ik kan toch ook raad geven.

S: Als ik iets op mijn werk verkeerd doe, dan gaat het ook naar mijn baas. Ik dacht van het op dezelfde manier te doen.

GD: Het is eigenlijk hij die verantwoordelijk is voor een zaak die eigenlijk niet goed is.

S: Wat denkt u erover?

GD: Dat dat niet mag…

S: Dat dat niet mag en dat dat niet kan en dat hij die functie niet kan behouden, dat denk ik toch, dat zou toch de normaalste reactie moeten zijn. Hoe kan je nog zo schijnheilig door het leven gaan?

GD: Ge moet dat aan hem vragen.

S: Maar ik vraag raad aan u.

GD: Och ja… Ge kunt ook vergiffenis 

vragen, hé, en uw schuldbekennen.

S: Aan wie moet ik vergiffenis vragen? Ik moet toch geen vergiffenis vragen?

GD: Hij kan dat doen, ’t is waar.

S: En daarmee zou de kous af zijn.

GD: Ik weet niet of je daarmee voordeel zou doen met het aan de grote klok te hangen, noch voor u noch voor hem.

S: Ik denk nog altijd dat de slachtoffers hun privacy hebben, er moeten geen namen genoemd worden.

GD: Maar ja, zo breng je hem in een moeilijk parket.

S: Ik zit ook al heel mijn leven in een moeilijk parket, ik ben niet meer van plan om nog medelijden te hebben, ik wil die strijd afronden, het moet gedaan zijn voor mij, dat ik eindelijk een keer in het reine kom met mezelf, dat ik doe wat ik moet doen. 

Ik heb in een katholieke school gezeten en ben katholiek opgevoed. Ik zie heel dat instituut wankelen, ik lees ook de kranten, dus ik vind dat een plicht om dat te doen. Hoe kan ik mijn kinderen in iets doen geloven, in iets met zo’n achtergrond, dat gaat toch niet, dan verschuif je het gewoon altijd naar de volgende generatie. En alles blijft gelijk het is, en dat is niet de bedoeling van de kerk.

GD: Nee, het is toch niet de bedoeling om iemand in diskrediet te brengen?

S: Geef me dan een andere oplossing, ik zou moeten vergeven en daarmee is het opgelost.

GD: Nee, nee, nee.

S: En hij doet gewoon verder.

GD: Je zou ook kunnen zeggen, hij neemt volgend jaar toch ontslag, en dat hij bijvoorbeeld zegt: kijk, ik treed niet meer op voor televisie en zo. Van die dingen, en je komt aan een jaar.

S: Nee, ik wil het in de handen leggen van jullie en jullie beslissen dan.

GD: Ge kunt ons vastpakken en chanteren, hé, en zeggen: kijk, je moet iets doen.

S: Wablieft?

GD: U kunt chanteren en zeggen, kijk als je het niet zegt…

S: Waarom zou ik moeten chanteren? Ik ga niet chanteren.

GD: Goed, als je bijvoorbeeld zegt: ze doen er niets voor, en je brengt het in het publiek…

S: Dan laat je me maar die enige kans meer over, nu geef ik jullie nog een kans als kerk om er iets aan te doen, omdat ikzelf niet in staat ben om die beslissing te nemen en het klaar genoeg te zien om daar een duidelijk antwoord op te geven. 

Daarom geef ik het liever aan het instituut, die toch iemand moet hebben die dat regelt, zo’n dingen. Het zijn de eerste dingen niet die uitkomen, ik denk dat er daar toch iets voor bestaat, een schakel, die dat opvangt en die daar iets mee doet. 

We zijn onder dwang moeten trouwen voor hem, voor alles, de kinderen zijn gedoopt van hem, hoe moet ik dat uitleggen aan hen? Ik heb nu gisteren aan mijn oudste zoon gezegd: kijk, dat is gebeurd met mij. Zij moeten toch ook weten wat er gebeurd is? Dat gaat toch uitkomen, dat kan toch niet verder, en dan wachten tot alles achter de hand is, dat is toch ook geen oplossing?

GD: Ah! We kunnen ook, zoals ik al zei, vergiffenis vragen en vergiffenis geven, dat is ook nog een mogelijkheid.

S: Dat is voor mij niet mogelijk, ik geloof daar niet meer in, als je al die dingen ziet, nee, dat kan toch niet.

GD: Dat is al veel gebeurd in de geschiedenis, en niet alleen in de kerk hoor, later ook. Het is erg en dat blijft erg, het verandert niet, maar euh, ja, zie je, als je oprecht vergiffenis vraagt, dan dragen we dat alle twee, dat is ook een mogelijkheid, hé

S: Dat zou natuurlijk het gemakkelijkste zijn voor jullie, hé.

GD: Oh, ik weet niet of dat zo gemakkelijk is. Het is niet zo simpel vergiffenis te vragen in het publiek zo, het is niet zo simpel, hé

S: Ik vind dat niet zo moeilijk ook.

GD: ’t Is wel niet zo simpel.

S: Ik moet dat ook doen tegenover familieleden.

GD: Wil je misschien dat wij hem afzetten, bijvoorbeeld.

S: Ah ja, natuurlijk

GD: Dat is niet zo simpel, hé.

S: Dat weet ik niet, natuurlijk wil ik dat. Dat is toch logisch. Als ik een ongeluk veroorzaak dronken, ga ik ook gestraft worden.

GD: Een straf moet straffen. Ge hebt straffen die publiek zijn en straffen die privé zijn, dat is een groot verschil hé. Uw naam komt naar buiten, door het slijk getrokken…

S: Mijn naam?

GD: Zijn naam.

S: Hij heeft mij ook mijn hele leven door het slijk getrokken. Van mijn 5 tot aan mijn 18 jaar. Kun je je inbeelden?

GD: Ja, ik kan me dat inbeelden, dat is erg… Inderdaad.

S: Ge kunt je dat niet inbeelden, dat weet ik zeker.

GD: Dus vergiffenis vragen is niet genoeg? Als jij akkoord bent, mogen ze zeggen wat ze willen. Als jij zegt, ik geef vergiffenis…

S: Ik denk dat dat niet voldoende is.

GD: Maar het is nochtans vernederend hé, om dat te doen

S: Voor mij was het ook vernederend.

GD: Ik zeg niet dat dat niet waar is.

S: Ik heb het ook allemaal moeten doorstaan. Het is voor hem ook de enige en de oprechtste en de gemakkelijkste manier om op een goeie manier te sterven, dat hij zijn verantwoordelijkheid opneemt. Het zal dan voor hem ook veel gemakkelijker zijn. En daarvoor moet je inderdaad door het slijk gaan en moet je alles ondergaan, en dan kom je in het reine met jezelf.

GD: Dat is toch sterk wat wordt gevraagd. Het is toch sterk te zeggen: je moet publiek vernederd worden voor iedereen.

S: Je moet dat toch niet. Hij moet gewoon stoppen.

GD: Ah ja, dat is juist de vernedering, dat hij moet stoppen, hé.

S: Ja ja.

GD: Dan gaan de mensen zeggen: waarom moet hij stoppen? Zo, ze gaan het wel vinden, hoor, waarom hij moet stoppen, ze gaan het wel vinden. Dat is toch wel zwaar…

S: Maar waarom heb jij zo’n medelijden met hem en niet met mij?

GD: ‘k Zeg dat niet.

S: U probeert altijd maar hem te verdedigen, ik dacht dat ik wat steun ging krijgen, ik moet mij hier zitten verdedigen tegen dingen waar ik niets kan aan doen.

GD: Nee, ik zeg niet dat je er iets kunt aan doen, er moet iets anders gedaan worden.

S: Maar wat moet er gedaan worden?

GD: Vergiffenis vragen, in elk geval.

S: En daarmee is het voldoende voor u.

GD: Als jij zegt…

S: Waarom moest ik hier dan zijn? Hij had dat al veel vroeger kunnen doen, dan was dat niet nodig. Het is al van mijn 18 jaar dat mijn vader hem op de hoogte gebracht heeft. We zijn nu 25 jaar verder en hij heeft nog nooit vergiffenis gevraagd, waarom kon dat niet zoveel vroeger, dan was het misschien nooit zo ver hoeven te komen. 

Nee, ik wil niet hebben dat hij in glans en glorie gewoon van het toneel verdwijnt en dat het gedaan is. Hij heeft zijn verantwoordelijkheid de hele tijd niet willen nemen en ik wens dat jullie nu eens jullie verantwoordelijkheid nemen als hogere. Dat is mijn bedoeling.

GD: Ja, ik kan geen kwaad doen want ik heb er geen.

S: Ah ja ’t is dat, dan moeten we niet verder meer praten. Dan kunnen we beter stoppen. Dan moet ik tegen u niet praten, want ge kunt toch niets doen.

GD: Nee, niet direct, eigenlijk. Nee nee, je vraagt mij het maximum…

Einde gesprek