Antoinetta

Antoinetta. 

De reden dat ik Antoinetta  een paar weken niet had gezien, was haar verhuizing. 

Terwijl  ik bezig ben aan het bereiden van haar kindertjeskoffie  “veel melk” , vertelt ze me dat haar appartement gelegen  op de begane grond,met rondom tuin, haar goed bevalt.  Alleen de buurt is erg wennen. Begrijpelijk,  als je jarenlang midden in de stad hebt  gewoond, is Amsterdam- Noord daarbij vergeleken een dorp, zeg ik.

Als ze tevreden haar eerste slok heeft genomen, begint ze met haar o zo  specifieke  openingszin, “moet je horen,  Els”  het appartement  boven me wordt bewoond  door een hoer ,

Hoe ben je daar achter  gekomen,  vraag ik lachend.

Nou!,  ik kwam er achter door een vent die voor de gemeente het huisvuil ophaalt, tijdens zijn lunchtijd  wipt hij bij haar langs. Als hij weer bij haar weggaat zie ik ze vaak naar elkaar zwaaien. 

Zullen het niet gewoon vrienden of geliefden van elkaar zijn, Antoinetta, in je vuile werkkleding bezoek  je toch geen prostituee, lijkt  me. De gedachte alleen  al.

Nee, ‘Els, geloof  me nou maar, het oudere echtpaar naast me vertelde me dat ze een vaste klantenkring heeft die haar wekelijks bezoekt.  Ze loopt  er trouwens niet bij als een hoer, meer als een bekakt  wijf.

Ordinair sjiek, noem ik die dames, Antoinetta .Je ziet ze  ook nog wel eens in de sjieke P.C Hoofdstraat lopen”.

Heb je je al aan haar voorgesteld. 

Ja hoor. Ze heet Maria. 

Vermoedelijk  is ze katholiek, ze draagt  een kettinkje  met een kruisje om haar nek. 

Maria, !! Interessant zeg :  in de bijbel staat  dat Maria Magdalena het hoerenliefje van Jezus  was.

Dat mens volgt gewoon  haar roeping. 

Inmiddels  is de tijd ruim  een kwart eeuw verstreken. 

Antoinetta  drinkt bij haar bezoek nog steeds haar kindertjeskoffie .

Haar specifieke openingszin met ,” moet je horen Els,”  met daarbij  haar humoristische  belevenissen zijn me in de loop der jaren steeds dierbaarder  geworden.

De bovenbuurvrouw Maria Maria oefend nog steeds haar beroep uit, ondanks haar vergevorderde  leeftijd niet alleen als aanvulling  op haar AOW, krijg ik bij haar laatste  bezoek te horen.

Die oude doos is gewoon  manziek.

Laatst liepen we samen naar het centrum, ze loopt  naar iedere vent op straat te lonken. Dat is toch niet normaal,  hoor ik haar verontwaardigd zeggen.

Ze doet me aan het kostelijke liedje van Wim Sonneveld, ” ze kon het lonken niet laten, ze lonkte naar iedere man,” denken.

In gedachte zie ik Antoinetta met een tamboerijn achter  haar aanlopen. 

Nog een kopje koffie, Antoinetta  vraag ik lachend.

Els MULKENS 

Juni. 2017

Hebben en Zijn

Een gedicht van Ed Hoornik op verzoek van Els Mulkens

                 HEBBEN  EN ZIJN.
.
Op school  stonden  ze op het bord  geschreven.
Het werkwoord  hebben en het  werkwoord  zijn.
Hiermee was tijd,  was eeuwigheid gegeven.
De ene werkelijkheid, de andere schijn.
.
.
Hebben is niets. Is oorlog.  Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden  zijn.
Zijn is, boven de dingen uitgeheven.
Vervuld worden  van goddelijke  pijn.
.
Hebben is hard. Is lichaam,  Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren  en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.
.
Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken.
En daarheen langzaam  worden opgelicht.
Ed . Hoornik .
( 1910 – 1970)

Sjaan uit de Jordaan

SJAAN UIT DE JORDAAN                       

               Als  ik op vrijdag mijn wekelijks werkbriefje voor de komende week ophaal op het kantoor van de thuiszorg, zie ik er een nieuwe client op staan. Om 9 uur die maandagochtend druk ik op de huisbel van de aanleunwoning. In de gang hoor ik kwieke voetstappen.

Een kleine fragiele  vrouw in een gebloemde jurk en met een stevige permanent in haar grijze haren, doet  de deur open. “Kom binnen, ‘kind’,” zegt ze en loopt vooruit naar het kleine huiskamertje, annex keukentje.

“Ga zitten, kind, de koffie is al gezet.” Even later zet ze twee kopjes neer.

“Woont u hier alleen, mevrouw Janssen?” vraag ik, om het gesprek een beetje op gang te brengen.

“Nee hoor, kind,  ik woon hier samen met mijn Pietje.”  

“O! Uw man slaapt zeker nog.?”

“Man!” herhaalt ze, me verbaasd aankijkend. “Ik heb geen man, kind.” 

“Noemt u mij maar Els, mevrouw Janssen.” Waarop zij antwoordt: “Ik heet Sjaan.” 

“En kom uit de Jordaan,” vul ik aan. Als we uitgelachen zijn, zegt ze: ”Het klopt ook nog, kind, ik ben geboren en getogen in de Jordaan.” 

Aan haar plat Amsterdams is dat duidelijk te horen.

Mijn ochtend met Sjaan kan nu al niet meer stuk.

“Uw vaste wijkhulp is nog steeds ziek, mevrouw Janssen, daarom  kom ik vandaag, om samen de boodschappen te doen. “Gezellig kind. Maar eerst nog een lekker bakkie.” Uit haar koektrommel mag ik alvast een koekje  uitzoeken. 

“Heeft u een boodschappenlijstje gemaakt, mevrouw Janssen?” vraag ik. “Nee hoor, kind, dat doe ik nooit, ik weet wat ik nodig heb en mijn geheugen is nog steeds prima.” 

Ik merk dat we elkaar  nu aan het observeren zijn.

Eenmaal buiten voel ik dat het  inmiddels behoorlijk hard is gaan waaien, ik moet er niet aan denken dat ze door de harde wind wordt opgetild, er zou geen botje van haar fragiele lichaam meer heel zijn. 

Alsof we elkaar al jaren kennen, geeft ze me een stevige arm tijdens de wandeling naar de supermarkt. 

Eenmaal terug, zet ik de boodschappen voor haar op het aanrecht. 

“Zullen we nog even een bakkie doen, kind,” vraagt ze zo vriendelijk dat ik het niet over mijn hart kan krijgen haar te weigeren .

Op mijn horloge zie ik dat het nog wel kan, voor ik naar de volgende cliënt ga.

Terwijl ik de koffie in het filterzakje doe, hoor ik haar in een geanimeerd gesprek met een kanarie.

“Dag Pietje, dag lieverd, ik ben er weer.” 

Haar huisgenoot is Piet de kanarie! Geamuseerd draai ik me om, om naar het gekeuvel te kijken en wordt getroffen als deelgenoot van dit ‘paradijselijke tafereel’  in dit piepkleine  kamertje.

Onder het zoveelste kopje koffie kan ik het niet laten haar te vragen of ze nog meer ‘familie’ heeft, naast Piet. 

“Ja hoor, kind, op de Ouderkerkerlaan woont mijn tweelingzus.

Iedere woensdagavond gaan we samen met een taxi bij haar op bezoek.  Met alleen mijn AOW kan ik het best betalen, hoor! De Ouderkerkerlaan is nog geen drie straten verderop.”

“Neemt U Piet mee in een doosje,” vraag ik? In gedachten zie ik het tafereel al voor me. 

“Nee hoor, de taxichauffeur zet Pietje eerst in zijn kooi op de achterbank en help mij dan met instappen.”

Ik zit hier op deze maandagochtend in het domein  van het  meest ‘goddelijke wezen’ dat ik ben tegen gekomen. Sjaan heeft op deze aardkloot haar eigen paradijsje gecreëerd. 

Bij het weggaan  geef ik haar op beide wangen een dikke zoen, waarmee ik de protocollen van de thuiszorg zoals gewoonlijk aan mijn laars lap.

Onbewust sla ik deze ochtend op in mijn hoofd, in het laatje ‘bijzondere gebeurtenissen’.

Els Mulkens, oktober 2014 

Tijdens het schrijven van deze ervaring van zo’n twintig jaar geleden, voelde het of ik weer plaatsnam in hun ‘paradijselijk domein’.

De Mens

De mens

Mijn kat wordt er gek van

ik was het al

spijt

het draaien aan de knoppen van de tijd

winters voelen niet meer

zomers dromen verder in dauwboog wanen

en de lente komt te laat, te vroeg of 

zonder afspraak 

ging ze te keer

wintertijd

laat de wind draaien 

graaien 

minuten en secondes van ons lijf

waarom 

blijven wij niet met onze fikken

van kompas(sie) en getij

moet de mens nu overal ‘branden’…’shinen’

ga zelf eens een tijd weg mens

Arme kerk

Het Vaticaan heeft gebrek aan middelen (geld en personeel) om er werk van te maken het seksueel misbruik van religieuzen te onderzoeken of te erkennen.

Het al te rijke Vaticaan dat ineens geen middelen meer heeft als het gaat om slachtoffers (die haar bedienaren zelf veroorzaken) bij te staan…

Is er nog een meer lachwekkende en lakse verklaring mogelijk?

Rik Devillé, MRK België, Bert Smeets, Mea culpa Nederland

Het Vaticaan ontbreekt het naar eigen zeggen aan de middelen en het personeel om het misbruik probleem ernstig te bestrijden. De arme kerk, de arme broeders Franciscus gevlucht voor de fiscus, malversaties, de verkoop van gebouwen via een stichting, de vlucht naar Ohio, USA zijn weer terug bij af…en kan kindje Jezus in een strooien bedje binnenkort de PR weer wat opkrikken. Zijn er misschien nog slachtoffers die als vrijwilliger willen werken om het personeels tekort (geestelijk) te compenseren?

Constance Vilanova, journaliste van de Franse krant La Croix heeft een boek gepubliceerd over het spirituele en seksuele misbruik van vrouwelijke religieuzen in de kerk onder de veelzeggende titel: Religieuses abusées – Le Grand silence. Aan de publicatie ging twee jaar onderzoek vooraf. Ze contacteerde onder meer ook de Congregatie voor de Instituten van het Godgewijde Leven, die belast is met het toezicht op de kloostergemeenschappen wereldwijd. Daar kreeg zij van verantwoordelijken te horen dat er geen probleem is.

Religieus misbruik

Constance Vilanova: Mijn boek is geen aanval op het instituut van de katholieke Kerk. Soms hebben slachtoffers wel degelijk begeleiding gekregen. Maar desalniettemin zijn er verschillende schandalen van godgewijde vrouwen die seksueel en spiritueel worden misbruikt. Ik omschrijf ze allebei met de term ‘religieus misbruik’. In mijn boek heb ik getracht om de slachtoffers te beluisteren. Ik trok ook een maand naar Rome. Gewoonlijk kent de zuster haar misbruiker, maar is ze geconditioneerd om niets te zeggen en niet te begrijpen dat er iets mis is (bovendien gelofte van trouw afgelegd buiten staat en haar wetten).

Vilanova erkent dat de kwestie gecompliceerder is dan kindermisbruik, omdat daar van instemming geen sprake kan zijn. Vaak bevorderen asymmetrische relaties misbruik. Die vinden vaak plaats tijdens spirituele begeleiding en meestal met een priester die erg charismatisch is. Daarnaast zijn er nog factoren die het slachtoffer extra kwetsbaar maken, zoals de jonge leeftijd. Thomas Doyle sprak over geestelijke schade in pastoraal verband) waar de hier boven genoemde spirituele begeleiding in  het geding komt en nooit onderwerp van de discussie is.

Geen prioriteit

De Franse journaliste trok ook naar de Congregatie voor de Geloofsleer in Rome, maar kreeg daar te horen dat die in tegenstelling tot gevallen van kindermisbruik en het uit het ambt zetten van priesters, hiervoor niet bevoegd is. Het starten van een onderzoek valt dit keer onder het gezag van de Congregatie voor de Instituten voor het Godgewijde Leven. Maar daar stelde Constance Vilanova dat de congregatie niet over de middelen noch over het personeel beschikt om deze kwestie ernstig aan te pakken. Slechts twee mensen zijn hiermee belast, terwijl dit een probleem is van de hele wereldkerk. Zo is het quasi onmogelijk om een ​​follow-up te verzekeren en toezicht te houden op gemeenschappen die problematisch zijn. Ik kan mij ook niet van de indruk ontdoen dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de Congregatie voor de Instituten van Godgewijde Leven zich verschuilen achter hun gebrek aan middelen.

Bron: Kipa-Apic