Een terugblik en zie waar we nu staan

Zuipen met Alphons

8 maart 2010: Broeder wist van misbruik

HEERLEN – Voor het eerst – zover bekend – geeft een vertegenwoordiger van de rk kerk in Limburg toe dat hij wist van seksueel misbruik in een jongensinternaat.

door Annelies Hendrikx en Bjorn Thimister

De 72-jarige Gerrie Schobben uit Heerlen, die in de jaren vijftig en zestig als broeder werkzaam was in het jongenspensionaat St. Maria ter Engelen in de Kerkraadse wijk Bleijerheide, wist dat enkele van zijn medebroeders franciscanen daar jongens misbruikten. Dat heeft hij tegenover deze krant bevestigd.
Woordvoerder Stan Hoen van het bisdom Roermond heeft nooit eerder vernomen dat een geestelijke toegaf dat hij wist van seksueel misbruik door andere geestelijken. “Dit hoor ik voor het eerst. Maar het bisdom gaat louter over pastoors en niet over andere religieuzen. Die leggen verantwoording af binnen hun eigen orde.” Het provincialaat van de franciscanen in Utrecht was in het weekeinde niet bereikbaar.
Schobben kwam met zijn ontboezeming nadat hij was geconfronteerd met twee slachtoffers van seksueel misbruik in Bleijerheide, Bert Smeets uit Landgraaf en Luc Kusters uit Venlo. Als kind zat de latere broeder Alfons op het jongenspensionaat en verklaart dat hij toen al verhalen hoorde over seksueel misbruik. “We wisten wie zijn vingers niet kon thuishouden. Ook toen ik broeder was in Bleijerheide deden dergelijke verhalen de ronde.”

Die lege stoel in de eetzaal
Wat hem betreft mogen mogen alle verhalen over kindermisbruik binnen het voormalige jongenspensionaat in Bleijerheide en andere katholieke instituten nu naar buiten komen. Zelf zet Gerrie Schobben (72) uit Heerlen de eerste stap.
Plots staan ze deze vrijdag oog en oog met broeder Alfons: Luc Kusters (60) en Bert Smeets (58), naar eigen zeggen slachtoffers van seksueel misbruik door geestelijken in het jongenspensionaat St. Maria ter Engelen in Bleijerheide. De broeder schrikt enigszins. Hij verwacht deze visite weliswaar, maar kan naar de exacte reden van het bezoek op dat moment alleen gissen.
Al vrij snel gaat bij hem een lampje branden, zo blijkt in zijn kantoor van Groepsaccommodatie Home Franck in het Belgische grensplaatsje Gemmenich. “Ik denk dat ik wel weet waar het over gaat”, verzucht hij. “Jullie willen het over kindermisbruik binnen de katholieke kerk hebben.”
Het wordt hem meteen moeilijk gemaakt. De confrontatie met gebeurtenissen uit het verleden komt zichtbaar hard bij hem aan. “U kon flink meppen”, houdt Bert Smeets Schobben voor, die overigens van geen ontsnappen wil weten. Al staat de Heerlense geestelijke er wel op dat hij eerst alleen met Kusters en Smeets kan praten.
Daarna volgt al snel de eerste ontboezeming: ja, de broeder heeft zich schuldig gemaakt aan kindermishandeling.

“Ik voelde me politieagent en opvoeder in een hechte, gesloten wereld. Je moest soms hard optreden. Ik geef toe dat ik vaker geslagen heb.”
Ook wist hij van seksueel misbruik door geestelijken binnen de kloostermuren van St. Maria ter Engelen, zo zegt de Heerlenaar dan. Toen hij er zat als jongen gonsden de verhalen al rond.

“We wisten wie zijn vingers niet kon thuis houden. Daar spraken we als jongens onderling wel over. Zelf ben ik niet misbruikt.”
Ook later, inmiddels werkzaam in het internaat als broeder Alfons, ving Schobben gefluisterde verhalen op. Zoals over die collegabroeder uit de ziekenzaal die ‘dingen met kinderen deed’. “Plots werd hij weggestuurd.”

Broeder Alfons ziet het nog voor zich als de dag van gisteren: die lege broederstoelen in de eetzaal van het jongenspensionaat. Weer was er een collegabroeder spoorslags vertrokken. Opnieuw gingen alle alarmbellen bij de Heerlenaar rinkelen. Waarom er wederom een stoel leeg was wist hij niet zeker, maar een sterk vermoeden had de geestelijke wel. “Dat had met kindermisbruik te maken, dat denk ik nu nog steeds. Let op: concrete bewijzen heb ik niet, maar die heeft niemand. We wisten feitelijk dat het gebeurde, maar iedereen hield zijn mond dicht”, zegt Schobben. “Dat moest ook van hogerhand. We hadden een spreekverbod. Bovendien leefden we toen in een wereld die heel erg gesloten was. Het was zelfs niet de bedoeling dat je door een raam naar buiten keek. ‘Niet naar de boze buitenwereld kijken’, zei een andere broeder dan tegen mij en trok me weg.”
Broeder Alfons heeft al meer gezegd dan hij ooit had kunnen bevroeden. Het lucht hem wel op, geeft hij toe.

“Van mij mag nu alles aan naar buiten komen. Ik ben niet meer de kloosterling van vroeger. Toen had ik meer respect voor de katholieke kerk, die mij nu niet meer zo aanspreekt. Ik verwacht niet meer zo veel van de kerk. Wel houd ik me nog altijd aan het celibaat.”
Kort na het vertrek van Smeets en Kusters breekt broeder Alfons helemaal. De vraag is of hij zich schaamt voor zijn vroegere zwijgzaamheid. De broeder buigt zijn hoofd en zucht een paar keer diep. Een bevestigend knikje, gevolgd door het hoge woord.

“Ik schaam me inderdaad kapot tegenover slachtoffers als Bert en Luc. Nooit heb ik iets gezegd hierover, nooit iets ondernomen.” Daarom pakte hij de twee mannen tijdens het gesprek ook vaker vast en sloeg ze op de schouder. “Als ik nu hoor wat zij als volwassen mannen hebben moeten doorstaan door alles wat hen is overkomen in Bleijerheide: dat is verschrikkelijk. Ik wist ervan, maar heb mijn mond gehouden. Ik hoop alleen dat ze begrijpen dat ik echt niet anders kon. Nu mag van mij alles aan het daglicht komen.”

De Heerlense broeder is tegenwoordig werkzaam als jeugdwerker bij de Groepsaccommodatie Home Franck in Gemmenich in het Belgische Geuldal, net over de grens bij Vaals. Hij zegt zich te kunnen voorstellen dat dit vragen oproept omdat hij in zijn leven is geconfronteerd met seksueel misbruik van kinderen. ,,Maar ik voel mezelf niet schuldig en ik verwijt mezelf niks, anders was ik nooit aan deze job begonnen.”
Gerrie Schobben heeft zijn verhaal verteld. Nu verlangt hij weer naar rust. Rust die hij de slachtoffers van seksueel misbruik ook van ganser harte gunt.

Bert Smeets is “heel blij” met de ontboezemingen van de geestelijke. “Dit bevestigt ons verhaal en maakt het geloofwaardiger. Want bewijs hebben wij natuurlijk ook niet, er zijn geen foto’s van.” Het voorgesprek met broeder ‘Funske’ , zoals Luc hem noemt, was op momenten zeer emotioneel, zegt Smeets: “De broeder stond vanaf het begin al op breken. We hebben hem behoorlijk hard aangepakt, ook al beschuldigen we hem zelf niet van misbruik. Ik wil graag mijn waardering uitspreken voor deze kwetsbare broeder die over zijn eigen schaamte is heen gestapt. Met zijn bekentenis komt een einde aan een decennialange zwijgcultuur en kunnen we eindelijk de dingen benoemen.”

Bert Smeets in Spijkers met koppen

Mooi, de Limburger pleegt inmiddels geen wederhoor (reden van journalist dat ik geen woordvoerder MCU ben!!??). L1 weert Mea Culpianen van haar redactionele horizon dat in de verte kijkt naar Wiertz die nu pas weet hoe de president van Amerika zijn pijp rookt.

Er ligt een kordon sanitair om MCU want die zijn veel te lastig; broeder Alphons heeft al zijn woorden ingeslikt in het bijzijn van zijn advocaat die beter als geschiedenis leraar met de mijnschacht de grond in kan. Schafraad mag even niet in de pers omdat hij opeens wel spreekt en daders kent (seksepietje en die andere zieke broeder Bulletje). 

De politiek is druk bezig voor 3% te gaan maar 100% voor de grootste sexcrime in de naoorlogse Nederlandse geschiedenis op te helderen is electoraal gezien niet interessant wel het over hun eigen schaduw heenspringen is erg populair in Den Haag maar nog niemand gelukt.

Wilt u het ook proberen ‘over uw eigen schaduw heen springen’!!!! Stem dan op onze oproep eergisteren: Tweede kamer onderzoekt alle archieven zowel bij het OM als de RKK.