Tunnel klooster visie

Archief bisdom‘Kloosterorde is zondebok van misbruik kerk’

Oversten van kloosters kunnen plaatsvervangend schuld op zich nemen voor het misbruik in de kerk en plaatsvervangend vergiffenis vragen, maar zelf zijn ze geen daders.

Dat zegt algemeen secretaris Patrick Chatelion Counet van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) in een interview dinsdag in de Volkskrant. Minister Ivo Opstelten (Veiligheid & Justitie) vindt dat de kerk haast moet maken met de afhandeling van klachten over misbruik.”Ik wil niet zeggen dat hij daarmee boze opzet suggereert, maar wel wordt opnieuw het zondebokmechanisme versterkt: de kerk deugde vroeger niet, en nu is het al niet beter.”
.
(reactie MCU):

Wat een beetje vreemd is dat het vingertje nog altijd naar het ‘lager’ kader in de kerk wordt uitgestoken, ‘zij, de congregaties hebben het gedaan’. De oversten hebben niks gedaan, de bisschoppen idem??? Simonis heeft het niet geweten en zo blijven we maar om dat ene punt heen draaien ‘wie is er nou verantwoordelijk’?
Ik heb Patrick Chatilion Counet verschillende malen gesproken en ik zie dat zij klem zitten tussen verleden en toekomst maar als de kerk niet wilt veranderen zal de kerk onmogelijk kunnen groeien en gedoemd iedere zandkorrel van water te voorzien.
Zou, als het misbruik schandaal in 2010 niet in de openbaarheid was gekomen, diezelfde oversten het op de nationale agenda hebben gezet? Sterker nog, is er iemand uit de kerk die pakweg de afgelopen zestig jaar is opgestaan en met de vuist op tafel heeft geslagen om dit enorme probleem aan te pakken? Nee, de 10.000 tot 20.000 slachtoffers worden hiermee niet geëerd, het blijkt dan een schijn-erkenning.
Het plaatsvervangend schuld, als de plaatsvervangende vergiffenis zou beter af zijn met een diepgaande analyse van de seksuele problematiek in de kerk.

Gisteren schreef ik in een reactie naar Jos ’toevallig’ het volgende:

Jos, door paters, priesters, broeders en nonnen biologisch uit te kleden ontsla je de betrokken organisatie(s) in dit geval de kerk, van haar verantwoordelijkheid. Je reduceert de problematiek tot een incidenteel vergrijp, causale verbanden zijn doorgeknipt, en hier staan twee werelden, visies lijnrecht tegenover elkaar: de een zegt sie haben es gewusst, en de ander nicht gewusst. Niemand die mij vertelde, ‘Bertje, die broeders daar op dat internaat zijn mannen’!!!! Ik heb daar gelukkig nog gesprekken met mijn moeder over kunnen voeren, ‘mamma heb je nooit stil gestaan bij de seksuele noden van een ‘geestelijke’??
“Nee, nooit’!