Bisschop JO GIJSEN en seksueel misbruik jongenspensionaat Bleijerheide

De orthodoxe oud-bisschop Gijsen van Roermond wordt in IJsland beschuldigd van het verzwijgen van seksueel misbruik. Dat blijkt uit een rapport van een IJslandse commissie die onderzoek doet naar seksueel misbruik binnen de katholieke kerk. Deze IJslandse commissie is niet mild in haar bevinding dat Gijsen een onafhankelijk onderzoek had moeten doen toen een man in een brief kond deed van misbruik door een IJslandse priester. Gijsen heeft die brief vernietigd. Eind vijftiger / begin zestiger jaren had de conrector van het seminarie Rolduc seks met leerlingen, een klacht luidde dat Gijsen hiervan af wist maar niet daadkrachtig genoeg optrad. Opmerkelijk omdat hij zich een fel tegenstander van homoseksualiteit betuigde, kon hij later de homo feesten rond percelen van bisdom Roermond niet intomen.

In vernietigen is Gijsen altijd actief geweest want het is bekend dat bij zijn aantreden als bisschop van Roermond in 1972  grote opruiming heeft gehouden. Het Rutten rapport (ook 1972) over het functioneren van broeder Eymard op jongenspensionaat Bleijerheide waar aandacht is voor seksueel misbruik met name door broeder Monulphus, beter bekend als Bulletje, zou dit Rutten rapport door Gijsen, het bisdom Roermond vernietigd kunnen zijn?

Eerst een artikel in de Groene Amsterdammer:

Na gymnasium en Groot Seminarium Rolduc trekt Jo op vijfentwintigjarige leeftijd de priesterrok aan en vertrekt hij als kapelaan naar de parochie van Altijddurende Bijstand in Valkenburg. De manier waarop kapelaan Jo katechismusonderricht onder de knapen bedrijft veroorzaakt de eerste storm van kritiek. Men spreekt schande als bekend wordt dat de kapelaan in de kelder van zijn woning aan de Oosterbeekstraat een illegale jongerenkroeg drijft. Een van de vaste klanten van dit etablissement zou later memoreren dat de kapelaan ‘openstond voor alle opinies. Als wij als jeugd van de parochie wel eens vroegen van “Kapelaan, kan dat wel?” dan zei hij gewoon “Dat moet je proberen. Laat de jeugd eens experimenteren.”
Er werd flink op los geëxperimenteerd, ook als de kapelaan er met een tentje opuittrekt met de ‘boys’ van zijn kroeg

MCU wilt een onderzoek rond de jaren 1959-1961 toen Gijsen behalve godsdienstleraar ook surveillant was op internaat Rolduc en vaker het Franciscus jongenspensionaat te Bleijerheide bezocht heeft. Het is door über-general Benedictus van het Mutterhaus in Aken bevestigd dat priesters van Rolduc, met name Gijsen vaker naar Bleijerheide kwamen.

Wij willen die periode onderzocht zien dat Gijsen als godsdienstleraar ook op het nabij gelegen jongenspensionaat Bleijerheide kwam, en daar mogelijk jongens benaderde met vaderlijke troost, ze op zijn schoot liet zitten, en probeerde te betasten. Het zou mij niet verbazen dat hij de pater is geweest die mij op zijn schoot trok, me betaste waarna ik geschokt wegliep, dit voorval melde bij broeder Servatius en vervolgens twee weken isolatie straf kreeg.

‘Nooit ben ik dit voorval vergeten en kan mij deze pater nauwelijks voor de geest halen, daar ik hem na mijn isolement op schoolplein / klooster niet zag of herkende en niet meer op internaat Bleijerheide aantrof’. (Heb dit verhaal begin 2010 opgetekend in verhaal 22 van de Engelen jongens; voorheen dossier 14)

Dan: in de klachten bij het meldpunt zijn enkele steunverklaringen van de engelen jongens met enkele opmerkelijke feiten als het gaat over Overste prefect Mansuetis, broeder Jacobus en broeder Crispinus, en het opmerkelijke is dat het hier gaat over dezelfde periode 1959-1961. Zij worden door enkele oud-leerlingen beschuldigd van verkrachting / aanranding van bovengenoemde broeders. Er zijn verschillende klachten / steunbewijzen ingediend bij Meldpunt RKK over deze drie franciscanen. Buiten drie klachten is er nog een vierde klacht over Mansuetis:

De heer B, deed op 19 mei 1955 communie en zou daarna (onder nummer 33) 2 jaar op Bleijerheide verblijven (oa als misdienaar). Hij is toen bijna 2 jaar lang misbruikt door pater Crispinus (of Crispines), wat inhield dat hij 3 of 4 keer per week door die pater werd afgetrokken. (Hij is niet verkracht) En hij heeft datzelfde misbruik ook bij vele anderen gezien, met name in de wasruimte (waar de douches waren). Dan moest er zgn. gecontroleerd worden of men zich wel goed had gewassen.

Vlak voor een kerstvakantie werd het dhr. B te veel en luchtte hij zijn hart over het misbruik bij prefect Mansuetis. De vakantie werd onmiddellijk ingetrokken (terwijl men maar 3 x 2 weken per jaar naar huis mocht), de prefect misbruikte hem vervolgens ook (op dezelfde manier als Crispinus) en heeft hem tijdens die vakantie meerdere malen mishandeld en vernederd.

Er was überhaupt sprake van veel fysiek geweld en vernedering op Bleijerheide. Vaak vonden straffen in de refter plaats, tijdens het middageten. Dat is de heer B ook overkomen. De broek moest af en er volgden 10 stokslagen (met een kastiebalplank). Als er geslagen werd, moest het slachtoffer ook wel eens zingen. (Bleijerheide had een eigen lied van 3 coupletten). Dhr. B wist bijv. nog dat hij moest zingen

“mooie tijd daar doorgebracht

hoe vaak heb ik al gedacht

aan die mooie tijd der jeugd

die mij schonk zovele vreugd”