EEN KLEED VAN KRISTAL (brief van bisschop Bonny Antwerpen)

esse est percipiStille Zaterdag 2013

Gedachtenis van de slachtoffers van seksueel misbruik

EEN KLEED VAN KRISTAL

Het beeld van kunstenares Ingrid Rosschaert verschilt van de andere kunststukken in deze kathedraal. De meeste beelden, brandramen en schilderijen stellen composities van imposante figuren voor: mannen en vrouwen gekleed in dure stoffen en rijke gewaden. Ze zijn met elkaar in gesprek of zijn samen iets aan het doen. Het zijn kunstwerken die de menselijke ervaring vergroten en verheerlijken.   De belangrijkste figuren lijken zoveel gespierder en heldhaftiger dan ze in werkelijkheid waren.

Het beeld dat voor ons staat, past niet in deze reeks. Het staat alleen. Het is klein en bescheiden. Het heeft de maat van een kind, niet van een volwassene. Het straalt meer broosheid en kwetsbaarheid uit, dan grootheid of kracht. Het beeld is blijven steken in de kinderjaren. Het is trouwens gemaakt uit erg kwetsbaar materiaal: uit gebroken en gemalen glas. Het kan niet vallen zonder te barsten of te breken. Kwetsuren uit de kindertijd slaan wonden die nooit meer dichtgaan. Ze verhinderen dat mensen nog voluit kunnen groeien. Op de littekens van het verleden komen bovendien stekelige punten die snijden langs alle kanten, zoals het kunstwerk.

Het beeld is leeg.   Het is een kleed zonder drager: geen meisje en geen jongen. Bij het beeld komt spontaan de vraag naar boven: waar ben jij nu? Waar ben jij die vroeger paste in dat kinderkleed? Waarom ben je als een vogel uit dat kleed weggevlogen? Waarom heb je als een vluchteling dat kleed achtergelaten? Meestal koesteren we kinderkleren als een persoonlijk souvenir.  Ofwel geven we ze door aan vrienden voor hun kinderen. Dit kleed staat er versteven en versteend bij.  Iemand wilde er niet meer in wonen en er niet meer aan herinnerd worden. Het geheugen vliegt weg uit het lichaam, omdat de herinnering te pijnlijk en te vernederend is. Men zou het liefst verhuizen naar een ander lichaam, naar een ander omhulsel. Maar geen ander omhulsel kan ooit nog echt het mijne worden.

Van alle kunstwerken in de kathedraal is dit beeld niettemin het meest heldere, het meest doorzichtige. Het lijkt op een lamp die licht uitstraalt. Dat heldere licht contrasteert met de duisternis waarvoor het kind op de vlucht ging.  Wat gebeurd is, mocht het daglicht niet zien. Het vond plaats op verborgen of verboden plaatsen, buiten het oog van wie hulp had kunnen of moeten bieden.   Het beeld zet zich echter niet voor eeuwig vast op die duistere plek. Zoals de woestijn kan bloeien, kan het duister van de nacht wijken voor het licht van de dag. Geen kwetsuur is zo diep of ze kan een plaats van genezing en van hoop worden.  Het kleine kleed is geen doodskleed meer. Het lijkt meer op een doopkleed of op een klein trouwkleed. De beweging van het kleed is trouwens niet gemodelleerd op een gekromde of versleten rug, maar op de zwierigheid van een vlotte beweging. Het kleed wil weer gaan dansen.  Het wil weer leven.  De zware steen van het graf is weggerold.

Vandaag is het Stille Zaterdag: een dag van stilte tussen het verdriet van Goede Vrijdag en de vreugde van Pasen. Het is de aangewezen dag om dit beeld een plaats te geven in onze kathedraal. Met dit beeld willen we aan de slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk een vaste plaats geven in de herinnering en in de bezinning van onze christelijke gemeenschap. We willen hun verhalen verbinden met de hoop die in ons leeft: dat uit gelukkige kinderogen het licht van Gods menslievendheid onder ons mag blijven stralen.

 

+ Johan Bonny